‘Goed management voorkomt blessureleed’ • Dressuur Magazine Ga naar hoofdinhoud

‘Goed management voorkomt blessureleed’

Astrid Hoppenbrouwers. Foto: Horses in Hands

Bij een revalidatiecentrum verwacht je dat elk geblesseerd paard de kassa doet rinkelen. Astrid Hoppenbrouwers denkt daar heel anders over. Ze wil met haar onderneming Horses in Hands juist zoveel mogelijk paardensporters leren hoe zij blessures kunnen voorkomen. Met een sterk team aan professionals om je heen kun je, in combinatie met goed management, veel blessureleed voor zijn.

“De belangrijkste factor in het welzijn van sportpaarden is correct trainen. Daarmee is niet gezegd dat je blessures altijd kunt voorkomen of dat ze verwijtbaar zijn, want blessures horen nou eenmaal bij het sporten. Het is de kunst om al in een heel vroeg stadium van een potentiële blessure in te grijpen”, vertelt Astrid. “Om dat te kunnen, is het van belang om subtiele gedragsveranderingen en afwijkende signalen op te pikken. De logische vervolgstap is dan om op tijd aan de bel te trekken als je veranderingen waarneemt.”

Jaarlijkse APK

Astrid meent dat preventief management van groot belang is om blessures te voorkomen. “Veel paardensporters, waaronder ikzelf, laten hun sportpaarden met enige maat preventief checken. Ik laat regelmatig mijn paarden klinisch nakijken en laat dan ook de pezen scannen. Zo kun je in een vroeg stadium een kleine blessure ontdekken. Door daar vroeg op in te spelen en een pas op de plaats te maken, voorkom je dat je langere tijd langs de kant staat vanwege een forse blessure. Verder is het raadzaam om je paard enkele keren per jaar te laten nakijken door een behandelaar zoals een fysiotherapeut, een osteopaat, een chiropractor of een sportmasseur. Hiermee houd je het lichaam van een paard in optimale conditie om de gewenste prestatie te leveren.”

Correct trainen

“Training is een belangrijke factor als we het om blessurepreventie gaat. De trainingsmethode die we tegenwoordig klassiek noemen, is gebaseerd op de biomechanica van het paard. Gewoon van achteren naar voren, in balans, met de hals op lengte en met een voorwaarts-neerwaartse tendens. Ik ga ervanuit dat deze principes voor ruiters niet nieuw zijn. Deze methode is eeuwenoud en ontwikkeld om paarden zo lang mogelijk als rijpaard te laten functioneren. Het is helemaal niet erg om intensief te trainen, als het maar op de juiste manier gebeurt. Een wijdverbreide gedachte is dat lichte arbeid of recreatief rijden minder risico’s met zich meebrengt, maar dat is niet juist. Een paard is gebaat bij voldoende spieropbouw en de daarmee samenhangende krachtstoename om ons te kunnen dragen. Daarvoor is intensieve dressuurmatige arbeid nodig. Je hebt als ruiter wel de taak om achtergrondkennis op te doen, zodat je die arbeid goed kunt doseren en met een effectief trainingsschema te werk gaat. Doe je dat goed? Dan gaan verbetering van je paard en blessurepreventie hand in hand: hoe krachtiger je paard en hoe beter zijn balans; hoe kleiner de kans op blessures.”

Weet wat je doet

Astrid benadrukt dat je als ruiter moet weten wat je doet. Niet alleen in de manier waarop je traint, maar ook qua belasting van het paard. “Het overmatige herhalen van oefeningen is een formule voor blessures. Dat geeft het risico dat je pezen, aanhechtingen en gewrichten overbelast. Zo’n manier van trainen geeft ook geen prikkel tot spieropbouw. Weten hoe een paard leert, maakt je training een stuk efficiënter. Als je de leerprincipes goed toepast, zijn slechts enkele herhalingen voldoende om de oefening aan te leren. Door het aanbieden van de juiste hulpen voor deze onderdelen en het op tijd laten wegvallen van deze hulpen, kun je het paard binnen enkele reprises een correcte oefening laten uitvoeren. Om de oefening te verbeteren, is het zinvoller om de basisvaardigheden los van elkaar te trainen. Kan de lengtebuiging bijvoorbeeld beter? Of mist de gedragenheid? Train dat dan eerst afzonderlijk.”
“Langdurige reprises zorgen voor overbelasting. Korte krachtsinspanningen maken het paard sterker. Zeker als je dat dan ook nog met de eerder genoemde basisvoorwaarden, zoals het dragende achterbeen en voldoende halslengte, doet. Dan wordt het paard sterker in deze functionele houding. Zo maak je het paard geschikt om een ruiter te dragen en dat is precies waar de dressuur voor is bedoeld.”

Scherp zijn op veranderingen

De revalidatie-expert hamert erop dat je als ruiter scherp moet zijn op veranderingen aan het paardenlichaam. “Constateer je een dik been? Of denk je een kleine onregelmatigheid te voelen? Laat het nakijken door een dierenarts. Om mij heen zie ik nog steeds gebeuren dat ruiters eerst te rade gaan bij hun stalgenoten, in plaats van advies in te winnen bij een veterinair. Of ze kijken het een weekje aan en als het been dan dunner is geworden, zien ze dat als het groene sein om weer aan de slag te gaan. Het dunne been betekent niet dat de potentiële blessure ook weg is. Alleen de ontstekingsfase is voorbij en de pijnlijkheid is afgenomen. Het herstel van het weefsel duurt veel langer. Het kan chronische problemen opleveren als je in die herstelfase het weefsel weer belast. Revalidatie wordt dan een lange weg. Onderneem dus zo snel mogelijk actie als je een verandering waarneemt. Met een adequate behandeling en een goede revalidatie kun je vaak in korte tijd weer aan de gang.”

Het beste voor je paard

“Correct trainen en op tijd behandelen maken dus deel uit van goed management, net als huisvesting, voeding, een goede hoefsmid en passend harnachement. Wetenschappelijk onderzoek heeft de laatste decennia veel inzichtelijk gemaakt. Het bleek dat we al veel goed deden, maar soms is het toch beter om het anders aan te pakken. We weten bijvoorbeeld meer over voeding en ik denk dat veel paardensporters die kennis ook meenemen. Ik ga er vanuit dat iedereen het beste voor ogen heeft. Kennis van de anatomie, fysiologie, het natuurlijk gedrag en de behoeften van een paard stellen je in staat de beste welzijnskeuzes te maken. Bij termen als natuurlijk gedrag en welzijn krijgen velen van ons associaties met alternatieve vormen van paardenhouderij, of bit- en ijzerloos paardrijden. Het feit blijft dat als wij willen paardrijden, of het nou met een sportpaard of een koudbloed is, wedstrijdgericht of recreatief, dat we paarden moeten leren ons te dragen. Daarvoor is in de oudheid al dressuur uitgevonden. Na de middeleeuwen werd dat een (krijgs)kunst en sinds begin vorige eeuw is de dressuursport een olympische discipline. Toch is de dressuurmatige ontwikkeling voor ieder rijpaard essentieel. Correct trainen en welzijn gaan hand in hand en voorkomt een hoop blessureleed”, besluit de Zuid-Hollandse ondernemer.

Over Horses in Hands

Astrid Hoppenbrouwers. Foto: Horses in Hands.

Horses in Hands richt zich op het gezond houden van sportpaarden en het revalideren van geblesseerde sportpaarden. In het revalidatiecentrum komen ontzettend veel disciplines samen, om zo het revaliderende sportpaard zo goed mogelijk te ondersteunen. Dierenartsen, zadelmakers, fysiotherapeuten en osteopaten, sportmasseurs, hoefsmeden, instructeurs en gedragstrainers; het zijn slechts voorbeelden van experts die vanuit verschillende invalshoeken hun bijdrage leveren. Horses in Hands biedt de mogelijkheid om sportpaarden aan de hand, aan de longe of onder het zadel op te bouwen. Dat gebeurt nu nog in combinatie met de loopband en de aquatrainer, in de toekomst ligt er een Vitafloor in het verschiet. De onderneming is gevestigd in Hazerswoude-Dorp en wordt sinds een jaar gerund door Astrid Hoppenbrouwers. www.horsesinhands.nl

Bron: Dressuur

Meer lezen van Dressuur? Neem dan nu een abonnement of koop een losse editie van het magazine in de webshop!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Back on Track

Lees ook