Blog
Foto: www.arnd.nl

Een paar dagen geleden heb ik me – tegen beter weten in – in een discussie gemengd over de dressuursport en alles wat daar mis mee zou zijn. Afgezien van de veelal respectloze toon waarmee argumenten heen en weer werden gesmeten, afgezien van het onrealistisch gescherm met boekentaal en – erger – het volledig afbranden van hardwerkende en goed presterende dressuurruiters en met name topamazone Charlotte Dujardin, viel mij op dat het woord RijKunst nogal vaak viel.

 

Kunst, een lastig woord in combinatie met topsport. Ze lijken elkaar te bijten, want ‘kunst’ is iets ongrijpbaars, iets poëtisch bijna. Kunst is verheven boven alles en heeft iets elitairs. Als je kunstkenner bent, dan meen je iets te weten wat heel veel anderen niet weten. Kunstkenners schudden meewarig het hoofd bij zoveel dommigheid van de grote massa als zij een Rembrandt mooi vinden en een Kandinsky niet.

Ik ben opgegroeid in ‘De Kunstwereld’. Mijn vader was, naast adjunct directeur van een Kunstacademie, een begenadigd kunstenaar. Mijn moeder heeft naam gemaakt als schilderes van Naïeve Kunst en is tot op de dag van vandaag nog bijzonder creatief. Mijn vader beheerste heel veel technieken zoals etsen, zeefdrukken, pentekenen, kalligrafie, schilderen met olieverf, aquarelleren, keramiek en grafisch ontwerpen. Waarschijnlijk vergeet ik er nog wel een paar. Door zijn werk kwam ik al vroeg in aanraking met diverse kunstenaars. Stuk voor stuk bijzondere en bevlogen mensen. Er zaten ook rare snuiters bij die amper te volgen waren en waar geen ‘normaal’ gesprek mee te voeren was. Zoals zij opgingen in hun passie, uren konden praten over kunstprojecten, konden zwoegen met hun werk, tranen lieten als ze het gevoel hadden tekort te schieten, tranen lieten als ze hun doel bereikten, namelijk dat ene euforische gevoel dat zij iets unieks en onnavolgbaars hadden gecreëerd…

Kunstenaars worden voortdurend beoordeeld door kunstkenners, kopers en geïnteresseerden. Daar zit een deel van de frustratie, maar ook de drive om het beter te doen. Kunstcritici laten hun theoretische kennis er op los, er zijn in hun ogen een aantal wetten en regels aan het maken van Kunst verbonden. Zij menen te kunnen bepalen wat Kunst is en wat niet op basis van die regels en wetten. Zij weten nauwkeurig te vertellen welke technieken en materialen Rembrandt gebruikt heeft. Ik vind dat meestal een dodelijk saai verhaal omdat de emotie mist, de passie van de kunstenaar laat zich niet uitleggen door een theorie. Gevoel kun je niet analyseren, het bloed, zweet en tranen van de kunstenaar laat zich niet vangen in een paar rationele uitspraken.

Want hoeveel de kunstkenner ook weet van de techniek, de wetten en regels, dat maakt hem zeker geen Rembrandt. Hij kan wel uitleggen hóe het moet maar niet hoe het vóelt. En voor gevoel dien je respect te hebben; dat is iemands bezit en daar blijf je vanaf! Een kunstkenner die mij de emotie kan laten voelen, de bevlogenheid kan overbrengen, respect heeft voor de kunstenaar ook al is het zijn smaak niet; dat is de kenner waar ik naar wil luisteren en van wil leren, ook al is hij zelf geen Rembrandt.

Wat dat betreft zijn er veel overeenkomsten met de paardenwereld. Als je in het voorgaande Kunst vervangt met paardensport, staat er eigenlijk niks vreemds. In de paardensport is er echter nog een partij. Een partij zonder stem, zonder kennis van het wereldse, ongehinderd door de menselijke ratio. Het paard. De zogenaamde ‘kenners en critici’ menen met hun theorie en kennis van techniek het paard in bescherming te moeten nemen, wat op zich een moedig streven is. Op basis van al die theoretische kennis veroordelen zij iedereen die buiten de wetten en regels vallen en gaan voorbij aan het gevoel wat heel veel ruiters voor hun paarden hebben, ook al kun je soms wat vraagtekens zetten bij de uitvoering daarvan. Maar dat geeft niemand het recht om maar aan te nemen dat het dierenbeulen zijn en te veroordelen zonder eerlijk proces.

Hoeveel deze kenners ook weten van de techniek, de wetten en regels, dat maakt hen zeker geen topruiters of volledige paardenmensen. Hoezeer ik al die kennis ook bewonder en respecteer, zij kunnen vaak wel uitleggen hóe het moet, maar niet hoe het vóelt. En voor gevoel dien je respect te hebben; dat is iemands bezit en daar blijf je vanaf! Een kenner die mij de emotie kan laten voelen, de bevlogenheid kan overbrengen, respect heeft voor de mens achter de ruiter, ook al is het zijn smaak niet; dat is de kenner waar ik naar wil luisteren en van wil leren.

Het gebrek aan respect voor elkaar in onze sport stuit mij tegen de borst en daarom ga ik onmiddellijk in de ankers. En met mij velen en daarom zullen we er voorlopig ook niet uitkomen hoe en wat er moet verbeteren in onze sport. Tot we bereid zijn om écht naar elkaar te luisteren en elkaar niet te overschreeuwen. We hoeven helemaal niet allemaal hetzelfde te denken, te voelen en hetzelfde te bewonderen. Elkaar daarin iets op willen dringen roept alleen maar weerstand op en weerstand is zinloos als je samen wilt werken aan een betere wereld voor ons zo geliefde dier…. Het paard.

Ik wens een ieder hele fijne en respectvolle feestdagen en dat 2018 een jaar mag worden waarin we elkaar zullen vinden.

Maarten van Stek

 

hrlijn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *