Karin: 'Licht lichtrijden kan je leren!' • Dressuur Magazine Ga naar hoofdinhoud

Karin: ‘Licht lichtrijden kan je leren!’

Karin Oomen

In oktober schreef ik een artikel over het ‘licht lichtrijden’. Als Hippisch Sportoefentherapeut zoek ik steeds naar de juiste aanwijzing om iemand met meer gevoel te laten (licht)rijden. Er is niet één aanwijzing, het juiste gevoel kun je namelijk op heel veel verschillende manieren bereiken. Vandaag het vervolg: oefeningen en tips voor nog meer balans in het zadel en stabiliteit tijdens het lichtrijden!

Er zijn diverse oefeningen om je houding en zit te verbeteren op het paard. Bijna iedere ruiter heeft in zijn of haar beginjaren wel een van de volgende oefeningen gedaan: met een knoop in de teugels gereden om molenwieken te draaien met de armen, rondjes door de bak gereden met de armen gespreid en de ogen dicht, maar ook de beugels uit om vervolgens een rondje om de wereld te maken, zonder beugels rijden en ga zo maar door. Met dat soort oefeningen train je spelenderwijs je balans en onafhankelijke zit in het zadel. Door zulke oefeningen te doen word je even uit je comfortzone gehaald: je houding is namelijk net iets anders, of je hebt bijvoorbeeld even geen contact met je beugels of teugels. Hierdoor gaat je lichaam automatisch opnieuw op zoek naar de balans. Dat geeft je ruitergevoel weer een boost! Maar er is meer, véél meer!

De volgende oefeningen staan boven aan mijn lijstje als het gaat om het verbeteren van o.a. de balans in het lichtrijden:

Staan in de beugels

Dit is echt een oefening, geen uitgangshouding om paard te rijden. Wanneer je gaat staan in de beugels, dan doe je dit eerst wanneer je paard stil staat. De bedoeling is dat je vanuit een neutrale zit je onderbeen op de plaats houdt en vanuit je been-, bil- en rompspieren komt te staan. Hierbij houd je je knie gebogen en je zitvlak komt niet verder uit het zadel dan nodig is. De rug blijft recht, in het geheel een fractie naar voren, (dus geen overstrekking van de knieën, heupen en lage rug). Oefen het gaan staan en het blijven staan vervolgens tijdens het halthouden, stappen en daarna in draf of tijdens de overgangen. Je merkt in deze houding dat balans op de beugels heel belangrijk is. Je traint de positie van je onderbeen en je rompstabiliteit. Je gebruikt deze oefeningen bij het deinen in draf en het onregelmatig lichtrijden.

Verlichte zit

De verlichte zit lijkt op de oefening hierboven, echter zit het verschil erin dat je nu je romp vanuit je heupen naar voren brengt. Je rug komt wat meer horizontaal, terwijl hij bij de vorige oefening meer richting verticaal bleef.

In de verlichte zit steun je weer duidelijk op 2 beugels, je probeert je benen zo ontspannen mogelijk om je paard te houden, maar wel met de goede hoeken vanuit enkel, knie en heup gewrichten. Pas op dat je niet gaat klemmen. Door deze oefening verbetert je balans op de beugels, leer je beter mee te gaan in het ritme van je paard, hem te volgen en je romp te stabiliseren. In de verlichte zit kun je in draf en galop goed meeveren met de beweging van je paard.

Deinen in de draf

Je start zoals in de ‘sta-oefening’, vervolgens probeer je de beweging van je paard door je lichaam heen te laten vloeien. Dit betekent dat je gewrichten zoals je enkels, knieën, heupen en rug mee gaan deinen in het ritme. Wanneer je dit oefent zal je merken dat je steeds soepeler mee kunt veren in het ritme. Je paard zal vrijer onder je door gaan lopen. Maak je de deining steeds kleiner, dichter bij je paard en subtieler? Dan kun je vanuit het deinen, het lichtrijden oppakken. Het voordeel is dan dat je goed op de beugels steunt en al helemaal mee bent in het ritme van je paard. Je zal nu niet zo snel meer achter de beweging aan lichtrijden.

Onregelmatig lichtrijden ( sta-sta-zit, sta-sta-zit)

De echte pro’s kunnen de volgende oefening proberen: in plaats van het gewone lichtrijden (sta-zit-sta-zit) ga je een ander ritme kiezen, bijvoorbeeld: sta-sta-zit-sta-sta-zit. Dus 2 passen staan, 1 pas zitten en dit herhaal je steeds. Deze oefening kan in het begin best frustrerend zijn. Wat namelijk regelmatig gebeurt, is dat je in het zadel terug valt, of achter de beweging aan komt. Hoe makkelijk het gewone ritme van het lichtrijden ook lijkt, hoe moeilijk dit ook is! Met deze oefening weet je in vijf tellen of je wel of niet mee bent met je paard en of je balans op de beugels goed is. Wanneer je de oefening voor het eerst doet beveel ik je aan om het zeker één ronde op de hoefslag vol te houden. Zo geef je je lijf even de tijd om te wennen en krijgt het de tijd om te zoeken naar balans. Het kan helpen om in het begin even een plukje manen vast te houden, zodat je voorkomt dat je onverhoopt aan de teugels trekt. Ook kan het helpen om iets voorover te gaan zitten in het begin, zodat je voorkomt dat je te vaak achter elkaar in het zadel valt. Wat ook kan helpen bij deze oefening is het ritme hardop uit te spreken: ‘sta-sta-zit, of een, twee, drie.’

Als je de oefening eenmaal door hebt, dan is het een verademing voor je zelf en je paard. Je ervaart ultieme balans op je beugels in je zadel. Net zoals bij het deinen voel je dat je paard ongedwongen in het ritme onder je doorloopt. Wat ik mezelf heb aangeleerd, is om deze oefening toe te passen in het gewone rijden; iedere keer als ik van hand verander in draf terwijl ik aan het lichtrijden ben, dan ga ik halverwege de diagonaal twee keer staan, in plaats van twee keer zitten, om van been te wisselen.

Karin Oomen

Karin is fanatiek dressuuramazone, niet bang voor een sprongetje, oefentherapeute en door de jaren heen meer en meer gefascineerd door houding en zit van de ruiter en ruiterfitheid.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Lees ook