Voorwaarts-zijwaarts voor meer souplesse • Dressuur Magazine
Artikelen
Galopappuyement Foto: Arnd Bronkhorst www.arnd.nl

Buigzaamheid en souplesse van een paard bepalen in hoeverre hij naar links en rechts gebogen kan gaan waarbij hij niets verliest aan gedragenheid, ritme, balans en ontspanning. Om hem buigzamer en soepeler te krijgen moet je zorgen dat hij spieren opbouwt, sterker wordt en ook beter in balans kan blijven.

Voorwaarts-zijwaarts

Met voorwaarts-zijwaartse oefeningen als wijken, schouderbinnenwaarts en appuyementen werk je aan al deze dingen tegelijk. Dit kun je in alle gangen oefenen, ook al is wijken in de galop geen oefening uit een proevenboekje, maar waar je wel rekening mee moet houden, is dat het goed uitvoeren van zulke oefeningen nogal inspannend kan zijn voor je paard.

Eerst impuls

Grand Prix-ruiter Lee Tubman gaf op Horsejournals advies over de voorwaarts-zijwaartse training in galop en gaf als eerste tip dat een paard met voldoende impuls moet gaan voordat je aan zulke oefeningen begint. Schakelen in galop – en ook in draf – is een hele fijne manier om meer impuls te krijgen. “Rijd je paard vijf tot tien meter weg in een middendraf of -galop en neem hem dan terug naar arbeids of verzameld tempo. En herhaal dit. Als je dit een aantal keer doet dan heb je voldoende energie in je paard om de voorwaarts-zijwaartse oefeningen goed te kunnen rijden”, aldus Tubman.

Ritme

Tubman adviseert om te beginnen met wijken door bij A of C af te wenden, enkele sprongen rechtuit op de middenlijn te vragen en dan je paard mee te nemen voor je been opzij. “Neem hem alleen maar zo lang mee opzij, als dat hij goed blijft gaan. Verlies je tempo, nageeflijkheid of impuls, haal dat dan eerst terug met voorwaarts en rechtuit rijden voordat je weer opzij vraagt.”

Het aantal sprongen dat je opzij kunt gaan, hangt dus af van hoe goed je paard blijft galopperen. Zodra je kwaliteit van de galop verliest is het tijd om weer rechtuit of eventueel op de volte te gaan, want doorgaan met wijken als je paard slechter gaat galopperen leert hem alleen maar wat je niet wilt. Vraag de oefening op beide handen en pas op dat je niet te lang door blijft gaan, morgen is er weer een dag.

Appuyeren

Net als bij het wijken heb je voldoende impuls nodig voordat je begint en moet je paard fijn aan de hulpen zijn. Net als bij het wijken kun je bij A of C afwenden, enkele passen rechtuit richting C gaan en dan je paard meenemen naar de hoefslag, waarbij hij gebogen is in de richting waarin hij gaat. Ook bij deze oefening is het vooral belangrijk dat je paard blijft galopperen zoals hij deed voor de oefening, nageeflijk blijft en los en dat hij naar voren blijft springen. “Als je voelt dat hij niet meer energiek naar voren galoppeert, rijd dan rechtuit weg, maak een volte als daar nog plaats voor is of rijd eens een stuk naar voren op de lange zijde. Vraag daarna een appuyement in de andere richting.”

Let goed op je paard

In het begin zou je misschien dagelijks een paar keer willen wijken en appuyeren, omdat je je paard ook wil leren hoe het werkt, maar vanwege de zwaarte van de oefening kun  je het beter zo’n twee keer per week oppakken in het werk. Kent je paard de oefeningen, dan kun je op een later moment drie keer per week zulke sessies inbouwen, waarbij je steeds vooral blijft letten op de kwaliteit van de galop.

Bron: Horsejournals

hrlijn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *