Verbeter de overgangen met heel veel stapjes • Dressuur Magazine
Artikelen
Foto: Arnd Bronkhorst www.arnd.nl

Overgangen maken altijd deel uit van de training van je dressuurpaard of je nu op een jong paard rijdt of op een paard dat op het hoogste niveau kan lopen. Goede overgangen leveren punten op in de proeven en met goede overgangen kun je ook andere oefeningen meer tot zijn recht laten komen.

Begin klein

Overgangen naar voren zijn voor veel ruiters minder lastig dan goede overgangen terug en daarom maakte Dressagetoday hier een artikel over. De eerste tip is om klein te beginnen als je de overgangen wilt verbeteren. Dat is logisch wanneer je een jong paard rijdt, maar ook voor een meer ervaren paard is het goed om eerst te werken aan overgangen stap-draf, draf-galop, stap-halt en omgekeerd.

Balans

Let goed op dat je paard in balans blijft bij het maken van de overgangen. Als hij zijn rug wegdrukt, gaat rennen, achter de teugel komt of zich heel sterk maakt betekent dat vaak dat hij zijn balans verliest. Maak dan halve ophoudingen zodat je paard zich kan herstellen en rijd eventueel eerst een volte of wending om hem nageeflijk te houden.

Voorwaarts-zijwaarts

Wanneer je merkt dat je paard moeite heeft met de overgangen, kun je de overgangen ook verbinden aan voorwaarts-zijwaartse oefeningen. Ga bijvoorbeeld in draf op de volte schoudervoor en rijd dan vanuit dit schoudervoor een paar passen middendraf op de volte en neem je paard dan weer terug naar arbeidstempo en vraag daarbij weer schoudervoor.

Wijken

Je kunt ook een overgang naar voren vragen als je afwendt bij A of C en dan eerst je paard een paar passen laat wijken om dan daar vandaan een stukje te verruimen en hem weer terug te nemen waarbij je hem opnieuw een stapje opzij laat doen. Daarmee zorg je dat hij zijn binnenachterbeen goed onder zijn lijf zet en daarmee maak je het makkelijker voor hem om nageeflijk en in balans te blijven.

Heel veel kleine stukjes

Probeer veel overgangen te vragen door steeds hele kleine stukjes iets anders te vragen. Een pasje opzij, een paar pasjes naar voren en weer terug, een paar pasjes schoudervoor in draf, dan een overgang naar stap en weer naar de draf. Met heel veel afwisseling en veel kleine overgangetjes maak je je paard steeds alerter op de hulp en zorg je dat hij steeds goed in balans kan blijven. Op die manier zorg je dat je je paard in heel veel ‘versnellingen’ kunt rijden en van daar uit kun je de overgangen steeds duidelijker gaan vragen.

Ontelbaar

Wen jezelf eraan dat je heel veel overgangen wilt rijden met je paard in de training. Zo veel dat ze ontelbaar worden. Met goede overgangen kun je niet alleen beter de oefeningen rijden en je paard beter in balans houden, hij wordt er ook oplettend van, gehoorzaam, sterk en soepel.

Bron: Dressagetoday

hrlijn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.