Focus en motivatie tellen het zwaarst • Dressuur Magazine
Artikelen
Foto: Arnd Bronkhorst www.arnd.nl

Eerder kon je hier al lezen over hoe belangrijk internationaal jurylid Christoph Hess een goede zit, houding en balans van de ruiter vindt en dat dat voorwaarden zijn om succes te hebben. Deze keer vertelt Hess verder over onder andere dat focus en motivatie belangrijker zijn dan alleen talent.

Huiswerk

Studenten, die hun huiswerk doen, zijn de studenten die toetsen en examens halen. Werk je als ruiter aan je zit, houding en balans, zoals
hier beschreven en zorg je dat je paard correct van achteren naar voren loopt, waarbij hij goed door zijn lijf loopt en mooi naar je handen toe loopt, dan vergroot je de kans op succes in het rijden.

Verbinding

De eerste stap naar een mooie verbinding van achteren naar voren is volgens Hess zorgen dat je paard soepel en ontspannen – maar niet slordig -en actief – maar niet gehaast – is. Wanneer je paard harmonieus, blij en gewillig aan het werk is, dan weet je dat je op de goede weg bent en draag je ook bij aan zijn gezondheid en welzijn. Hoe fijner hij zich voelt, hoe makkelijker hij van zijn rug een soort brug vormt van zijn achterhand naar zijn voorhand. Daarvan gaat je paard niet alleen beter en vrijer bewegen, het helpt ook om blessures te voorkomen, die op de loer liggen als je paard niet goed door zijn lijf gaat.

Oefeningen

Hess legt ook enkele oefeningen uit om paarden soepel en voorwaarts te maken. Voor een paard dat snel te snel wil gaan raadt hij aan om te zorgen dat je hem zijn energie laat gebruiken zodat hij zich focust en je hem dan kunt rijden zonder hem de hele tijd tegen te houden. Wend daarvoor op de lange zijde af vijf meter voorbij de A of de C. Rijd je paard daarvandaan in een rechte lijn evenwijdig aan de hoefslag en rijd hem voorwaarts voor je been. Gaat hij te snel, dan laat je hem een paar passen wijken voor je binnenbeen richting de hoefslag. Daarmee neem je de controle over het tempo op een voorwaartse manier terug en vervolgens rijd je weer rechtuit. Herhaal dat elke keer als je paard te snel wil gaan.

Een ‘lui’ paard soepel maken

Paarden die als lui gezien worden zijn vaak zo gemaakt door hun ruiter. Van nature zijn ze misschien niet geneigd om heel snel te gaan, maar paarden die niet voorwaarts willen voor het been, zijn vaak zo geworden omdat hun ruiter met veel te veel been is gaan rijden zonder dat hij antwoord kreeg. De beste oplossing is hier meestal om jezelf als ruiter echt voor te nemen dat je je paard één duidelijke hulp wilt geven en dat hij daarvoor echt antwoord moet geven. Hess heeft hiervoor een stappenplan.

Stappen

Het resultaat van het stappenplan is misschien niet gelijk fantastisch, maar als je het consequent toepast zou het er wel toe moeten leiden dat je je paard beter aan de hulpen krijgt. En dat is nodig om goed te kunnen trainen.

  • Stap met een lange, maar geen losse, teugel door de baan in een vlot arbeidstempo. Het is belangrijk dat je paard vlot stapt en het doel is dat je paard goed op je beenhulp reageert en dat je je been daarna weer ontspannen af kunt laten hangen.
  • Wil je paard niet actief voorwaarts blijven gaan in stap als je hem een beenhulp geeft, geef hem dan een tik op zijn schouder nadat hij niet reageert op je beenhulp. Wil hij dan nog niet actief voorwaarts, maak dan een overgang naar de galop en rijd de hele baan door in galop. Ga daarbij even in verlichte zit zitten.
  • Rijd op de lange zijde middengalop en houd ook hier aan dat je paard naar voren moet reageren voor een enkele beenhulp. Doet hij dat niet, dan geef je hem een tik op zijn schouder. Zit licht hierbij, want als je zwaar gaat zitten heb je eerder een remmend effect op je paard.
  • Rijd vervolgens een aantal overgangen stap-draf waarbij je een actieve draf vraagt in arbeidstempo met nog steeds een lange teugel. De overgangen, zowel naar voren als terug, moeten prompt gemaakt worden en hij moet reageren op een enkele beenhulp.
  • Let tussendoor elke keer dat je stapt op dat je paard actief en voorwaarts moet gaan in stap en dat je daarvoor niet de hele tijd been geeft. Je paard moet leren dat een beenhulp betekent dat hij antwoord moet geven en dat hij als hij dat niet doet een tik krijgt op zijn schouder.
  • Vergeet niet om je paard wel te belonen voor zijn antwoord, zodra hij doet wat je vraagt

Deur open

De reden dat de oefeningen als hierboven met lange teugel gedaan moeten worden is omdat je moet leren als ruiter altijd de deur open te laten. Wanneer je je paard aan de voorkant teveel tegenhoudt, dan helpen de oefeningen niet goed om je paard voor je been te krijgen. Mensen zijn nu eenmaal snel geneigd dingen met hun handen op te lossen en als je teveel met je handen doet, dan doe je de deur aan de voorkant dicht. Hoe beter je leert zitten en rijden, hoe beter je je handen kunt sluiten zonder de boel op slot te zetten. Rijd in het begin vooral met een lange teugel, waarmee je wel contact met de mond houdt, maar waarbij je paard zijn hals lang en laag mag houden.

Motivatie

Wanneer je je paard soepel en los én aan de hulpen krijgt hiermee dan heb je een belangrijk stukje basis om daarna verder te kunnen komen. Focus je op deze voorwaarden en je zorgt ervoor dat je daarna steeds een stapje verder komt. “Onthoud dat succes komt het doen van je huiswerk. Ruiters, die gemotiveerd zijn en focussen op wat gedaan moet worden zijn beter dan ruiters met alleen talent”, sluit Hess af.

Bron: Dressagetoday

hrlijn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.