Feit of fabel: Als eerste starten = nadelig? • Dressuur Magazine
Artikelen
Foto: www.arnd.nl

In de paardensport wemelt het van de uitspraken die veel mensen voor waar aannemen. Maar is dat wel altijd terecht? Dressuur gaat op onderzoek uit en checkt de feiten. Deze keer nemen we een hot item over jurering onder de loep. We checken de volgende aanname:

‘Als je als eerste moet starten, is dat nadelig voor je punten’

We hebben het allemaal wel eens meegemaakt: je krijgt de startlijst voor je wedstrijd onder ogen en jouw naam prijkt bovenaan. De meeste dressuurruiters zijn daar niet blij mee. Dirk de Haas, actief als jury tot en met Grand Prix-niveau en cursusleider bij KNHS-jurycursussen, is tevens actief als ruiter en behoort tot de uitzonderingen. “Het zou natuurlijk niet uit mogen maken of je als eerste start of als laatste.”

Juryverschillen

De Haas is ervan overtuigd dat dat ook niet zo is wanneer de proef wordt beoordeeld door ervaren juryleden. “Zeker Subtopjuryleden zijn gewend om wedstrijden samen met collega’s te jureren. As jureren makkelijk zou zijn, zouden we maar één jury per ring nodig hebben. Maar het ís niet makkelijk en daarom zie je bij belangrijke wedstrijden meer juryleden langs de ring, tot wel zeven bij de Olympische Spelen. Zo vergroot je de objectiviteit. Het bijkomende voordeel is dat juryleden de wedstrijd samen kunnen nabespreken. Juryverschillen worden soms uitgemeten als fouten, terwijl verschillen niet per sé erg hoeven zijn. Stel, er komt een goed paard in de ring dat veel kwaliteit laat zien in de proef, maar wel steeds te kort in de hals is. De ene jury kan dan de nadruk op het positieve leggen en zodoende op een hogere score uitkomen dan zijn collega, die de aanleuningsfout zwaarder aanrekent. Bij het nabespreken blijkt er dan een puntenverschil, maar ze hebben dan toch allebei gelijk in hun motivering. Ondanks het juryverschil is de combinatie onterecht benadeeld maar heeft de waardering gekregen die ze zou moeten krijgen. Het jurycorps heeft dan, ondanks het verschil, goed gefunctioneerd.”

Evalueren

Toch blijkt zijn antwoord iets genuanceerd. “Ik denk dat jonge, minder ervaren juryleden wel eens te gereserveerd beginnen en te bang zijn voor juryverschillen. Met name op belangrijke wedstrijden, waarbij ook de juryleden wat gespannen kunnen zijn, gaan ze misschien te ‘veilig’ punten. In dat geval kan de eerste combinatie inderdaad een beetje benadeeld worden. Volgens mij komt dat voort uit onzekerheid en angst voor juryverschillen. Tegenwoordig zie je op steeds meer wedstrijden twee of meer juryleden per ring. Ik vind dat een goede zaak. Juist het evalueren met collega’s is goed voor hun eigen ontwikkeling.”

Naar boven afronden

Voor juryleden heeft De Haas nog een advies. “Mijn eigen cursisten geef ik altijd het tip mee dat als je twijfelt bij de eerste combinatie in de ring, je beter omhoog kunt afronden dan omlaag. Twijfel je tussen de zes en de zeven, geef dan bij de eerste die zeven. Want als je te streng begint en er nog combinaties komen die minder goed zijn, moet je die nóg lager punten. Dan eindig je in mineur en dat is voor niemand motiverend.”

PS: hebben jullie ook zo’n uitspraak die je graag gecheckt ziet? Mail deze naar dressuur@eisma.nl

Tekst: Sanne Voets

 

hrlijn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.