De perfecte slangenvolte • Dressuur Magazine
Artikelen
Foto: www.arnd.nl

Een slangenvolte is een mooie trainingsoefening, bij de warming up of verderop in de training om balans en buiging te perfectioneren. Maar ook in je proef kom je regelmatig een slangenvolte tegen. Hoe wil de jury die zien?

In het L moet je slangenvoltes in draf laten zien, vanaf het M2 moet je de oefening in galop doen. In eerste instantie met bogen in contragalop, in het Z1 en Z2 ook met eenvoudige en vliegende wissels erbij. Hoe zet je een goede score voor je slangenvolte?

Precies verdelen

Ten eerste moet je precies zijn. Een goede slangenvolte bestaat uit halve kleine voltes met rechte lijnen ertussen. De bogen van de slangenvolte horen allemaal even groot te zijn en steeds de hoefslag te raken. Daarbij moeten je takt en ritme steeds gelijk blijven, je paard mag niet versnellen of vertragen terwijl hij door de bochten loopt.

Tijdens de oefening moet je paard steeds voorwaarts over de rug het contact blijven zoeken. Hij mag niet achter het been komen, of achter het bit. Ook moet hij zich steeds soepel om laten stellen voor een nieuwe boog en niet over de buitenschouder weg vallen.

Kantelen

Een veel gezien probleem, is dat het hoofd van het paard gaat kantelen tijdens de slangenvolte. Ook zie je soms open monden. Hierbij probeert het paard zich te onttrekken aan de buiging of het omstellen.

Belangrijk is dat het paard steeds zijn binnenachterbeen gebruikt om de balans te houden. Het wisselen van buiging moet telkens goed te zien zijn, bij elke keer dat je van richting verandert. Daarbij moet je paard ook steeds blijven ‘sporen’, met zijn achterbenen in het spoor van de voorbenen lopen.

Niet meehangen

Als ruiter moet je niet alleen goed letten op de verdeling van de bogen over de ring, maar ook zorgen dat je rechtop blijft zitten. Ga niet meehangen of je lijf te veel draaien in de bochten.

Tips om te oefenen

Als je vaak traint in een grotere of bredere bak, zorg dan dat je je slangenvoltes ook regelmatig oefent in een ring met wedstrijdafmetingen.

Kijk voor je start ook even goed de ring in om te plannen waar de bochten van je slangenvolte zouden moeten komen. Plan om steeds halve kleine voltes gevolgd door korte rechte lijnen te rijden.

Rijd de bochten niet op je binnenteugel, maar op je beenhulpen. Gebruik de binnenteugel alleen voor een klein beetje stelling. Leg je buitenbeen iets achter de singel om te voorkomen dat je paard uitzwaait.

Maak de rechte lijnen lang genoeg om voldoende tijd te hebben om je paard rustig om te stellen. Geef je paard op de rechte stukjes steeds een halve ophouding om hem voor te bereiden op het omstellen. En vergeet niet om op dit punt ook van been te wisselen als je de slangenvolte in draf rijdt!

Bron: Dressuur.nl / Howtodressage

hrlijn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.