Aanleuning en nageeflijkheid uitgelegd • Dressuur Magazine
Berichten
Foto: Arnd Bronkhorst www.arnd.nl

Het begrip ‘aanleuning’ intrigeert Bastiaan de Recht. “Ik denk dat iedereen het gebruikt en dat iedereen er iets anders over zou zeggen als je ernaar vraagt, maar bovenal vraag ik me af hoeveel procent van de instructeurs nu écht weet wat het is. Hoog tijd voor opheldering! Grand Prix-ruiter, docent en instructeur Bastiaan de Recht legt het ons uit aan de hand van rijtechnische en biomechanische inzichten.

“Aanleuning is één van de belangrijkste dingen in de carrière van jou en je paard, het is iets waar je altijd aan blijft werken om het te verfijnen”, vindt Bastiaan. Toch blijft aanleuning vaak maar een vaag begrip, waar bovendien veel verschillende dingen onder vallen. “En dat terwijl het eigenlijk altijd één van de meest in het oog springende dingen is tijdens het rijden.”

Nageeflijkheid

Vóórdat je met rijden aanleuning – of überhaupt: wat dan ook – kunt krijgen, is er volgens Bastiaan een cruciale voorwaarde die eerst voor elkaar moet zijn: nageeflijkheid. “Nageeflijkheid krijg je als het goed is op het moment dat jij een beetje druk zet op het bit, waardoor het paard die druk kwijt wil en daar dus op nageeft. Er is dan geen spanning rond de anatomische hoofd-hals verbinding”, legt hij uit. Nageeflijkheid is dus het beginpunt. “Als een paard door al jouw druk heen loopt, kan je niks.”
Een goede oefening voor het testen van de nageeflijkheid is volgens Bastiaan schakelen. “Bekijk dan wat er gebeurt. Blijft je paard hetzelfde of gaat hij drukken aan de voorkant? Als hij dat doet, is je paard niet goed nageeflijk en moet je weer een beetje druk geven om hem weer nageeflijk te krijgen. Kruipt hij achter het bit? Dan moet je het paard meer naar het bit toerijden en stimuleren dat hij weer op het bit komt. De nageeflijkheid is puur het zacht worden in de mond, het afbuigen op druk. Als een paard dat niet doet, kan er geen aanleuning ontstaan. Aanleuning ontstaat door een verbinding van achter naar voren naar het bit. Hiervoor moet het paard wel zacht op het bit zijn en op de bithulpen reageren. Nageeflijk zijn, dus.”

Hoe voelt aanleuning?

Hoe aanleuning voelt kan per paard en per graad van africhting verschillen. “Aanleuning is de energie van het paard die je ontvangt in je hand. Het paard legt zich als het ware een beetje op jouw hand. Hoe licht dat is, is afhankelijk van het paard, van de fase van africhting, van het moment, de oefening, noem maar op. Je streeft altijd ernaar dat je paard alles doet met een zo licht mogelijke aanleuning, maar soms – als het paard dat bijvoorbeeld nog niet aankan – kan er meer aanleuning zijn. Zolang je aanleuning maar functioneel is, is dat helemaal niet erg. Altijd dezelfde druk houden is bijna onmogelijk.”
Een goede aanleuning komt tot stand als het paard nageeflijk en over de rug is. “Dan kan je het paard van achteruit over de rug naar voren toe laten lopen. Als je dat doet, komt het paard een keer aan in je hand, en jij bepaalt wat je doet met datgene wat je in je hand ontvangt.”

Biomechanisch gezien

Als we het paardenlichaam bekijken, zien we gelijk al veel punten waar het spaak kan lopen met een goede aanleuning. Bastiaan: “Je wil altijd een soort welving zien in de hals. Dat kan eigenlijk alleen als de hele keten klopt, van voor tot achteren en zowel de bovenlijn als de onderlijn.” Het kaakgewricht en de overgang van het hoofd naar de eerste halswervel zijn de eerste schakels die ‘op slot’ kunnen gaan bij het rijden van een paard, en dus ook bij het krijgen van aanleuning. “Als je paard nageeflijk is, is de verbinding van het hoofd naar de eerste halswervel los. Als het aan de voorkant niet klopt, dan zal je daar moeten beginnen”, stelt Bastiaan. Aanleuning heeft volgens hem ook niks te maken met of er een bit inhangt of niet. Zonder bit kan je nog steeds fouten in de aanleuning hebben. “Een fout in de aanleuning is altijd een vorm van weerstand of spanning in het lijf.”

Totaalplaatje

Het is altijd belangrijk naar het totaalplaatje te blijven kijken, en je niet blind te staren op of een paard voor, achter of aan de loodlijn loopt, legt Bastiaan uit: “Ook paarden achter de loodlijn kunnen soms perfect lopen. Soms kan je twee paarden naast elkaar zetten die precies even ver achter de loodlijn zijn, terwijl de ene prachtig los, over de rug en ontspannen loopt, en de andere in een houding is getrokken. Daarom is het ook zo jammer dat er vaak op internet zo los wordt gegaan op foto’s waar paarden iets achter de loodlijn lopen. Het achter de loodlijn lopen is niet per definitie slecht wanneer dit in de lage hals, met flexie over de rug en genoeg ruimte aan de voorkant is.”

Meer lezen?

Dit is een klein deel van het artikel ‘Aanleuning en nageeflijkheid’, dat verscheen in Dressuur 3-2018. Bestel dit nummer hier.

Klik hier om een abonnement af te sluiten.

Bron: Dressuur

hrlijn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.