5 praktische tips voor de stap-galop overgang • Dressuur Magazine
Berichten
Foto: Arnd Bronkhorst / www.arnd.nl

De oefening stap-galop blijkt voor veel combinaties vaak nog een struikelblok. Hoe pak je deze oefening het beste aan? Wij hebben 5 handige tips voor je op een rij gezet waar je direct mee aan de slag kunt.

Grand-Prix amazone Linda Verwaal heeft jarenlange ervaring in het trainen van paarden en begeleiden van (jonge) dressuurtalenten. Zij legt uit hoe je de overgang van stap naar galop het beste kunt trainen. Linda: “Voor een paard is de overgang van stap naar galop wellicht niet zo moeilijk als we soms denken. In de wei zie je een paard toch ook wel eens uit het niets wegspringen? Onder het zadel is dat eigenlijk niet anders. Aanspringen in galop vanuit stap pak je eigenlijk hetzelfde aan als vanuit de draf. Leg je been terug, maak een kleine ophouding en zorg voor een reactie naar voren. In de dressuurtraining vind ik het een erg fijne oefening. Het is een goede krachttraining. De galop is een arbeidsintensieve gang. Het paard moet zijn buikspieren goed aanspannen en het achterbeen meer onder zijn lichaam plaatsen. Het kost een paard meer energie en daarmee train je tevens zijn conditie.”

5 tips voor een mooie stap-galop overgang

1 Goede nageeflijkheid

“Zorg voordat je aan de oefening begint, dat je paard mooi nageeflijk aan de teugel loopt. Voor de galophulp maak je het paard mooi nageeflijk aan de binnenteugel en plaats je je hand wat naar voren. Zo geef je het paard ruimte aan de binnenschouder en zijn binnenachterbeen en kan hij met zijn voorbeen naar voren springen. Met de buitenteugel zorg je voor de begrenzing.”

2 Zorg voor focus

“Het is makkelijker om de overgang van stap naar galop te maken als je paard vlug aan het been is. Zorg dat hij bij een impuls van je been goed naar voren reageert. Zorg voor een vlotte stap en maak hem wat sneller en alerter. Hij mag best een keer op je been naar voren schieten. Zo blijft hij gefocust dat er iets moet gebeuren.”

3 Blijf rustig

“Het is niet erg om fouten te maken. Het mag best een keer misgaan. Een drafpasje voor de galop in de training is niet zo’n probleem. Blijf rustig en vraag het nogmaals duidelijk met de juiste hulpen. Geef bijvoorbeeld een iets duidelijkere beenhulp. Herhaal de hulpen en blijf daarin consequent.”

4 Beweeg mee

“De motoriek van de ruiter op het paard is heel belangrijk. Blijf meebewegen en probeer de bewegingen van het paard zo goed mogelijk op te vangen. Met een mooie balans van de ruiter, creëer je een mooie balans van het paard en een goed uitgangspunt voor de oefening.

5 Heb geduld

“Ik zeg altijd paardrijden moet je leren. Ruitergevoel komt met de jaren, dat kun je niet leren maar krijg je door ervaring. Het gevoel krijg je door het veel te doen en te blijven oefenen. Geduld is daarbij heel belangrijk. Het klopt dat de ene ruiter van nature wat meer talent heeft dan een ander. Maar met doorzettingsvermogen kom je heel ver.”

Bron: Dressuur

hrlijn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.