Zeven hulpen voor een epische galopovergang • Dressuur Magazine Ga naar hoofdinhoud

Zeven hulpen voor een epische galopovergang

Foto: Arnd Bronkhorst www.arnd.nl

Als je net begint met galopperen dan doe je zo’n beetje alles om een overgang van draf naar galop te maken. Je leunt naar voren, geeft been, gooit je teugels los, geeft nog meer been, gebruikt je stem en je geeft nog meer been totdat je paard dan eindelijk galoppeert.

Maar in de loop der tijd leer je beter rijden en dan leer je ook dat de overgang naar de galop niet gelijk staat aan een raketlancering. Je leert je hulpen beter geven en jullie zien er als combinatie een stuk rustiger uit tijdens het galopperen.
Uiteindelijk ontdek je ook dat je kunt draven, dat draftempo vast kunt houden en dan als het ware zo in galop kunt stappen. Je hulpen worden onzichtbaar en toeschouwers krijgen het idee dat je paard je gedachten kan lezen.

Maar hoe krijg je dan zo’n epische overgang naar de galop?

Zit

Het begint allemaal met je zit.
Zolang je paard draaft volg je je paard met je zit in de draf. Je zitbeentjes wiebelen mee in het tweetakt-ritme. En als je een overgang wilt maken naar de galop, dan begint dat vanuit je zitbeentjes.

Binnenbeen, buitenteugel

Je binnenbeen is erg belangrijk bij de overgang naar de galop. Maak je hele binnenbeen lang en laat het op de singel liggen om een lichte buiging te vragen in zijn lichaam. Als je paard naar binnen valt tijdens de overgang dan is je binnenbeen nog belangrijker om te zorgen dat dat niet gebeurt.
De buitenteugel zorgt ervoor dat je paard niet over zijn buitenschouder wegloopt naar buiten.

Halve ophouding

Net voor de overgang maak je een halve ophouding (of twee) zodat je je paard bij elkaar houdt en in balans. Sommige ruiters hebben toch de neiging om de teugels een beetje weg te werpen, maar ook al maakt je paard dan wel de overgang, hij valt daarbij dan meestal op zijn voorhand en de galop is hoogstwaarschijnlijk niet van goede kwaliteit.

Buitenbeen

Je buitenbeen geeft aan welke galop je wilt hebben.
Leg je buitenbeen iets naar achteren om de overgang naar de juiste galop te maken.

Galoppeer met je zit

Ga van twee wiebelende zitbeentjes in een tweetakt ritme naar de galophulp door iets meer gewicht op je binnenzitbeentje te houden en gebruik je zit om swingend vanuit je rug in de galop mee te gaan.

Opnieuw een halve ophouding

Maak zodra je paard galoppeert opnieuw één of meerdere halve ophoudingen in het ritme van de galop. Hiermee help je je paard om aan elkaar te blijven na de overgang. De plotselinge energie, die vrijkomt na de overgang moet gecontroleerd worden zodat je paard niet op zin voorhand valt.

En galoppeer door

Nu hoef je alleen nog maar de beweging van je paard te volgen en in het ritme blijven zitten. Met je zit sta je je paard toe om te bewegen en zelf moet je opletten dat je je bovenlichaam niet naar voren/achteren/opzij laat vallen terwijl je je paard met je zit blijft volgen.

Als je voor het eerst de hulpen zo uitpluist dan lijkt het heel veel en in het begin is het ook zeker denkwerk, maar oefening baart kunst en het zal steeds meer automatisme worden.
Het hele proces van voorbereiding, verzoek, aanspringen en verder rijden neemt slechts een paar seconden in beslag. Uiteindelijk gaat het zo snel gebeuren dat het aanspringen slechts een gedachte wordt, een gedachte tussen jou en je paard om een epische, ‘alsof je paard gedachten kan lezen’ overgang te kunnen maken naar de galop.

Bron: Horselistening

hrlijn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.