Struikelblokken oplossen deel 3: Onderhalsproblemen en aanleuning • Dressuur Magazine Ga naar hoofdinhoud

Struikelblokken oplossen deel 3: Onderhalsproblemen en aanleuning

Foto: Arnd Bronkhorst www.arnd.nl

Als ruiter kom je regelmatig een moeilijkheid of obstakel tegen in de opleiding van je dressuurpaard richting meer verzameling en een beter gebruik van de achterhand. Monique Bleijenbergh, trainer, masseur en instructeur bij BasisRijkunst, vertelt over de meestvoorkomende struikelblokken én hoe je die op kan lossen. Deze week: onderhalsproblemen kunnen een mooie aanleuning en rijzen in de schoft lastiger maken.

Monique: “Ruiters zijn zich tegenwoordig vaak heel bewust van de rug van hun paard en van de noodzaak om daar een goed zadel op te leggen. Ik zit al veertig jaar in de paarden en vroeger was het zadel vaak een sluitstuk op de begroting, maar daarin heb ik echt een omslag gezien. Men is zich heel bewust van de paardenrug en wil bijvoorbeeld kissing spines voorkomen. Dat vind ik een positieve ontwikkeling.”

Laag longeren

“Om rugproblemen te voorkomen, worden ook vaak allerlei gadgets zoals longeerhulpen ingezet” stelt Monique vast. “Die kunnen soms heel waardevol zijn, maar je moet ze wel op de juiste manier gebruiken. Als het tempo bij het longeren te hoog ligt, dan loopt zo’n paard alsnog zwaar op de voorhand. Het hoofd is wel laag en hij is wel voorwaarts, maar de achterhand is er nog niet dragend bij. Hij stuwt dan nog steeds naar de voorhand toe. Het lijkt dan wel mooi, maar als je echt goed kijkt, zie je vaak een balansverschil in het paard en beweegt de rug niet zoals hij moet bewegen. In veel gevallen wordt de hals gefixeerd, waardoor een paard deze niet bij zijn balans kan betrekken. Probeer ook eens zonder gadgets te longeren en laat het paard zelf zijn lijf ontdekken en zijn balans zoeken. Dat is lastig, ik weet het, maar het paard leert wel balans én coördinatie van zijn ledematen. Daar heb je later veel profijt van!”

Onderste halswervels

“Wat ik wel regelmatig zie, is problemen aan de onderste halswervels, bij de bocht van de hals naar de borst. Dat is zo’n lastige welving. Veel paarden krijgen daar op redelijk jonge leeftijd al artritis, ontstekingen, en later ook artrose. De oorzaak is meestal dat paarden te veel stuwend lopen en met veel kracht naar de voorhand worden gereden. Daarbij ligt het tempo dan te hoog. Als dat gebeurt, zijn paarden niet meer in staat om een schoftlift te maken, de grote onderhalsspieren gaan verstrakken en dat heeft ook weer invloed op het vrij kunnen bewegen van de voorbenen en de hals.”

Mooie verbinding

“Wanneer een paard eenmaal artrose in de onderhals heeft , dan wordt het – ook als de blessure is ingespoten – een stuk lastiger om een mooie verbinding te krijgen. Deze paarden kunnen moeilijker naar een echte oprichting komen. Zeker bij paarden die van nature wat hypermobiel zijn; dan wordt de onderhals wat te stijf en de bovenhals te ‘los’. Dat leidt dan bijvoorbeeld weer tot het kantelen van het hoofd.” Monique stelt vast dat het allemaal ook niet gemakkelijk is. “Iedereen rijdt vanuit zijn beste kennis, niemand heeft een paard om hem kapot te rijden. Maar je moet ook zoveel weten! Vaak helpt het buiten de hokjes denken al, er is heel veel mogelijk. Maar bij een paard met flinke onderhalsproblemen, moet je soms wel de verwachtingen naar beneden bij stellen. Dat kan een hele zure appel zijn.”

Achterwaarts voor meer balans en souplesse

De oplossing en het voorkomen van onderhalsproblemen, zit in het verbeteren van de balans en het activeren van de achterhand van het paard, vertelt Monique. “Als je eenmaal de achterhand aan de praat hebt, kan een paard zijn core-stabiliteit gaan ontwikkelen en gaat hij steeds minder op de voorhand lopen. Een goede oefening daarvoor is achterwaarts gaan, er gebeurt dan zoveel in het paardenlijf. Het is een soort omgekeerde verzameling, het paard gaat wat veren, de hoeken van de gewrichten worden kleiner, hij moet zijn spronggewricht meer buigen. Bouw het langzaam op, een half pasje achterwaarts is in het begin ook goed. Van dat ene pasje, ga je naar een paar passen, naar een halve lange zijde. Stop niet bij de vier tot zes passen die in de proef gevraagd worden. Als je paard het moeilijk vindt is dat niet erg, als hij echt verzet toont dan is het misschien een goed idee om hem na te laten kijken. Steigeren of uitingen van pijn als je achterwaarts vraagt, kunnen een teken van een fysiek probleem in de achterhand en het SI-gewricht zijn. Als je paard in orde is, zal het taktmatig achterwaarts gaan uiteindelijk echt lukken, al duurt het bij de één wat langer dan bij de ander. En als ze eenmaal achterwaarts en zijwaarts kunnen, dan kunnen ze nog beter in balans voorwaarts.”

Bewustwording

Tot slot zegt Monique: “Ik begrijp dat veel mensen graag gewoon lekker willen rijden, maar wat mij betreft zou er nog wel wat meer bewustwording van de anatomie en biomechanica van paarden mogen zijn. En dat kan al op een simpele manier tijdens de les in de basis.”

Monique Bleijenbergh (www.BasisRijkunst.nl) is een breed opgeleide instructrice en sportmasseur voor paarden. Monique gelooft niet in één systeem, maar in de combinatie van kennis en ervaring uit verschillende stromingen om zo paard en ruiter te helpen het beste uit zichzelf te halen.

Meer lezen van Dressuur? Neem dan nu een abonnement of koop een losse editie van het magazine in de webshop!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Lees ook