Struikelblokken oplossen deel 1: Stijfheid • Dressuur Magazine Ga naar hoofdinhoud

Struikelblokken oplossen deel 1: Stijfheid

Foto: Arnd Bronkhorst www.arnd.nl

Als ruiter kom je regelmatig een moeilijkheid of obstakel tegen in de opleiding van je dressuurpaard richting meer verzameling en een beter gebruik van de achterhand. Veel van deze problemen vinden hun oorsprong in de basisafrichting. Monique Bleijenbergh, trainer, masseur en instructeur bij BasisRijkunst, vertelt over de meestvoorkomende struikelblokken én hoe je die op kan lossen. Deze week: stijfheid en de stap terug naar de basis, die soms best wel wat moed vereist.

Monique: “Rijtechnische problemen komen vaak voort uit blokkades in het paarden- en/of mensenlichaam. Met kennis van de biomechanica van paard én ruiter kun je dat oplossen, al moet je daarvoor vaak eerst een paar passen terug zetten.”

In het M beginnen de problemen

Monique vertelt dat de problemen voor veel dressuurruiters beginnen als ze ergens in het M1 of M2 zijn aangekomen. “Dat zie ik echt vaak gebeuren. Op het moment dat er meer opwaarts gereden moet worden, dan lukt dat niet goed. Vaak blijken er in het begin toch stapjes in de basis overgeslagen te zijn. Het ziet er best leuk uit, ze verzamelen wel hun winstpunten, maar lopen echt vast als in het Z verzamelen serieus wordt. De voorbereidende stappen naar het trainen van draagkracht van de achterhand, zijn vaak overgeslagen. Als er niet al eerder blessures ontstaan zijn. Ik zie het regelmatig ontstaan bij de ambitieuze recreatieruiter met het ‘gemiddelde’ paard. Deze ruiters zijn vaak gevallen voor dat schattige koppie met die mooie ogen of dat plukje haar dat eigenwijs rechtop staat. En daar is natuurlijk niets mis mee! Maar vaak missen deze paarden de souplesse die voor de gevorderde dressuur nodig is. De paarden worden klinisch goedgekeurd, maar eenmaal aan het werk loopt men toch tegen een bepaalde stijfheid en scheefheid aan. Buitenritten, in de bak rijden, balkjes lopen of een klein sprongetje, die dingen gaan allemaal nog wel prima. Maar als je meer wil, dan komen er ineens problemen naar boven. Mensen willen soms ook te snel resultaat, vaak onder druk van hun omgeving. ‘Wanneer ga je starten?’ ‘Ben je nou nog niet gestart in die en die klasse?’ Dat geeft druk en worden er oefeningen getraind waar het paard nog niet aan toe is.”

Sluipenderwijs stijver

Het probleem dat Monique het meeste ziet, is stijfheid. “Bij een eerste les zegt de ruiter bijvoorbeeld: ‘mijn paard buigt moeilijk naar rechts, dan loopt hij over de buitenschouder weg en pakt de teugel vast. En dan kan ik geen schouderbinnenwaarts rijden aan die kant, terwijl er aan andere kant juist teveel buiging is’. Het probleem is dan dat de ruiter zelf teveel met die binnenteugel wil doen, om die buiging te krijgen. Helaas werkt dat averechts en verliest het paard dan langzaam zijn voorwaartse drang en balans. Ook wordt hij stijver. Omdat ik vaak vóór een eerste les het hele lijf van het pard palpeer (afvoel), heb ik meestal al gevoeld en gezien of er blokkades zijn. Dat zie je bijvoorbeeld aan hoe een paard zijn gewicht in stilstand verdeelt over vier benen. In combinatie met wat ik gevoeld heb in de fascia en spieren, geeft dat al een beeld over hoe hij zal bewegen. Een paard dat van nature een bepaalde scheefheid heeft, heeft een makkelijke en een moeilijke kant. Dan zie je dat hij aan die makkelijke kant vaak toch wat meer gereden wordt, dan aan de moeilijke kant. Ik snap dat ook best hoor, het is je hobby, je hebt de hele dag gewerkt en je wilt ook gewoon lekker rijden. Dan gaat dat vanzelf en heel langzaam sluipt er dan een stijfheid in. Je moet ook aan die moeilijke kant werken, helaas.”

Teveel hulpen

De stijfheid vindt niet alleen zijn oorsprong in het paard, vertelt Monique: “Ook de ruiter moet een bepaald gevoel voor ritme en balans hebben. Wanneer een paard alle zeilen bij moet zetten om zichzelf en zijn berijder in balans te houden, dan gaat het ook mis. De ruiter geeft soms (onbewust) een teveel aan hulpen om maar te voorkomen dat het paard over de buitenschouder wegvalt of strak wordt. Er wordt een tikje bijgegeven, want het paard is niet meer voorwaarts en de binnenteugel gaat wat strakker. Dat bij elkaar leidt tot een opeenstapeling van problemen, want door die strakke binnenteugel zal een paard bijvoorbeeld zijn kaak vastzetten het hoofd kantelen, en geen lengtebuiging kunnen maken. Het niet willen buigen groeit dan uit tot een groot en moeilijk probleem.”

Terug naar het Skala

Hoe kom je uit zo’n opeenstapeling van problemen? Monique: “Ik ga met zo’n combinatie graag terug naar de trainingspyramide, oftewel het Skala der Ausbildung. Dat is zo’n mooie leidraad. Het laat echt zien waar het misgaat en geeft aan waar je op terug kan vallen. Als een paard niet meer taktmatig kan bewegen, dan is er een groot stuk in de basis mis. En dan moet je terug naar het oefenen en herstel van ritme en een taktmatige stap en draf, om de balans te gaan vinden. Vaak wordt er in een te hoog tempo gereden, maar een paard moet ook in balans zijn. Mijn tip is dan ook om altijd te beginnen in het tempo waarin je paard de beste balans kan laten zien. Vanuit die balans krijg je een bepaalde lossigheid, waarmee je kan gaan oefenen met buiging en ook tempowisselingen kan gaan rijden. Zo lang je paard in onbalans gaat, zal hij zijn hals en rug (eenzijdig) vastzetten en kun je ook geen buiging vragen. Ook is het belangrijk dat de ruiter meebeweegt met het paard, en niet (onbewust) tegenwerkt.”

Vanuit de basis snel vooruit

Even terug naar de basis, hoeft niet een eindeloze weg terug naar af te zijn, vertelt Monique. “Uiteindelijk zijn mensen vaak heel verbaasd over hoe snel het ook weer vooruit kan gaan. Wanneer er takt, ritme, balans en losgelatenheid is bereikt, dan ben je al een heel eind. En wanneer die eerste stappen van het Skala lukken op lichte hulpen, dan komt je paard vaak al mooi vanuit achter naar de hand met zijn neus licht voor de loodlijn. Op dat punt begin ik al met oefeningen om het zwaartepunt naar achteren te verplaatsen. Denk bijvoorbeeld aan wijken, achterwaarts, maar ook aan übertreten (overschenkelen, ‘schouderbuitenwaarts’ bij Rien van der Schaft – red). Daarmee kan je draagkracht ontwikkelen, (core)stabiliteit en souplesse. Ruiters verwachten vaak niet hoe snel dit soort oefeningen er weer bij komen én dat die oefeningen dan ook lukken en hoe effectief ze zijn. Dan blijkt het ineens bijna geen moeite meer te kosten om bijvoorbeeld correct te wijken.”

Stap terug soms lastig

Monique constateert dat sommige ruiters het lastig vinden om die stap terug ook echt te zetten. “Niet iedereen kan dat waarderen, mensen denken soms dat ze dat punt al voorbij zijn. Voor mij een uitdaging om de logische volgorde en het nut van het Skala te onderbouwen. Wanneer je daarmee tot balans komt, dan kan je – kort gezegd – kracht gaan trainen en van daaruit naar een mooie verzameling komen. Een soepel voorwaarts gaand paard met een aanleuning zónder rukken en plukken en zonder dat je paard zwaar op de hand wordt. Om op die manier ook naar een goede verzameling toe te werken, dat is het mooiste wat er is!” vertelt ze enthousiast. “Gelukkig zijn mensen uiteindelijk blij dat die stap terug is gezet, omdat daar vele mooie stappen vooruit op volgden. En het allerbelangrijkste, een blij paard!”

Monique Bleijenbergh (www.BasisRijkunst.nl) is een breed opgeleide instructrice en sportmasseur voor paarden. Monique gelooft niet in één systeem, maar in de combinatie van kennis en ervaring uit verschillende stromingen om zo paard en ruiter te helpen het beste uit zichzelf te halen.

Meer lezen van Dressuur? Neem dan nu een abonnement of koop een losse editie van het magazine in de webshop!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Lees ook