Structuur brengen in je dressuurtraining (deel 2) • Dressuur Magazine Ga naar hoofdinhoud

Structuur brengen in je dressuurtraining (deel 2)

Foto: Arnd Bronkhorst www.arnd.nl

Een gestructureerd plan voor je training is cruciaal wanneer je vooruitgang wilt boeken in de dressuurring. We geven je een overzicht van de algemene principes van zo’n plan en een aantal handige tips. Vandaag deel 2: met tips voor de trainingsfase en de cooling down.

Een gestructureerde dressuurtraining bestaat altijd uit deze drie fases:

  • Warming-up
  • Trainingsfase    
  • Cooling down

Vorige week hebben we het al over de warming-up gehad, waarin je paard zijn pezen, spieren en banden opwarmt, focus krijgt en waarin je ontdekt waar je in de trainingsfase aan moet werken. Ook heb je al twee handige tips gekregen over de duur van de trainingsfase en het uitdagen van je paard. Je kan het bericht van vorig week hier teruglezen. Vandaag gaan we verder met nog meer tips voor de trainingsfase.

Tip 3 voor de trainingsfase:  Train de stap

Regelmatig even stappen tijdens je trainingsfase, heeft meerdere positieve effecten. Ten eerste leert je paard daardoor dat stappen niet betekent dat de training is afgelopen voor vandaag. Of dat hij nu de teugels uit je handen  kan rukken en zijn eigen ding gaan doen… Dat is belangrijk als je de ring in wilt, dan moet je paard ook niet ‘afslaan’ zodra je een overgang naar stap maakt. Of verward raken als je hem na de stap weer oppakt.

Stappen helpt je paard uiteraard ook om weer even op adem te komen tussen de conditioneel zwaardere oefeningen door. Zo bouw je langzaam maar zeker conditie en kracht op en geef je vermoeide of verzuurde spieren de kans om te herstellen.

Om je paard in stap aan de hulpen te houden is een kunst op zich. Aan de lange teugel kan je paard zich even rekken en jij kan bedenken of je je doelen voor de dag al bereikt hebt en wat je nog meer zou moeten oefenen. Maar zorg dat je paard altijd aan de hulpen blijft tijdens het stappen en stap ook met verbinding en aanleuning, niet alleen met losse teugel. Wanneer je er een gewoonte van maakt om regelmatig tussendoor te stappen, dan keert je paard gemakkelijker terug naar de oefeningen in draf en galop. Zowel thuis als in de ring.

Tip 4 voor de trainingsfase: Oefeningen mixen en matchen

Als je in de trainingsfase ‘gewoon’ een paar oefeningen en overgangen meepakt, dan kan je paard daar zeker van verbeteren. Maar wat in veel gevallen nog veel effectiever werkt, is het vermengen van oefeningen, op basis van wat je paard nodig heeft. Je kunt daar korte routines van maken in je reguliere dressuurtraining, afhankelijk van waar je met je paard aan moet werken.

Een voorbeeld hiervan is het rijden van schouderbinnenwaarts op een grote volte. Dan vermeng je de oefeningen ‘volte’ en ‘schouderbinnenwaarts’. Dit kan nuttig zijn omdat je paard op de volte makkelijker zijn achterbenen onderbrengt en daardoor gemakkelijker verzamelt. Door je schouderbinnenwaarts steeds een stukje op de volte te rijden en daarna op de rechte lijn, verbeter je de balans van je paard, zijn souplesse en de verzameling. Na verloop van tijd wordt het voor je paard net zo gemakkelijk om op een rechte lijn schouderbinnenwaarts te rijden, als op een volte. Daarbij zal zijn algehele manier van gaan er op vooruit gaan door deze mix & match oefening.

Welke oefeningen moet je vermengen?

Je kan zelf beslissen welke oefeningen voor jouw paard handig zijn om te mixen. In je warming-up heb je het repertoire van je paard al doorgereden en vastgesteld welke dingen hem makkelijk afgaan en waar nog wat werk zit. Vraag je ook af waar je in het algemeen, in het gaan van je paard, nog verbetering zou willen of in welke delen van je basis nog kwaliteit mist. Als je dat weet kan je daar je meng-oefening op afstemmen.

Voorbeeld: kwaliteit van het appuyement verbeteren met gemengde oefeningen

Afhankelijk van wat er lastig is aan een appuyement voor jouw paard, kan je de oefening vermengen met een andere oefening. We geven je vier voorbeelden:

Wanneer jouw paard het lastig vindt om constante lengtebuiging te houden in het appuyement, rijd dan steeds een kleine volte tussendoor. Je rijdt dan een stukje appuyement, dan een kleine volte om de buiging te corrigeren en het achterbeen onder te brengen en dan weer een stukje appuyement. Zo kan je paard zijn binnenachterbeen beter onderbrengen. Verliest je paard opnieuw kwaliteit in zijn appuyement, rijd dan een kleine volte met contrabuiging. Hierdoor komt hij beter op het buitenachterbeen en kan hij zijn balans weer hervinden.

Wanneer je paard op de binnenschouder valt tijdens het appuyeren, dan kun je een combinatie met schouderbinnenwaarts rijden. Daarmee her-balanceer je je paard en laat je zijn binnenschouder weer lichter worden. Rijd dus een stukje schouderbinnenwaarts en ga dan weer terug naar het appuyement. De lengtebuiging wordt door deze combinatie van oefeningen verder bevestigd, je paard wordt actiever voor je binnenbeen en je houdt de verbinding met je buitenteugel in stand.

Wanneer je paard zijn zijwaartse balans verliest in het appuyement en alleen met gebogen hals, maar zonder echte lichaamsbuiging, de oefening doet, dan kun je het appuyeren combineren met wijken voor het been. Bij het wijken kan je je paard wat makkelijker om je binnenbeen laten buigen. Die lengtebuiging probeer je te houden als je weer gaat appuyeren. In dit geval is de oefening dus een zigzag!

Wanneer je paard in het appuyement zijn ruimte en souplesse verliest en de oefening een beetje ‘doorkrabbelt’ in plaats van groot te scharen, wissel het appuyeren dan juist af met stukjes rechtuit in middendraf. Dan leert hij ruim en met impuls zijn appuyementen door te gaan.

Je snapt waar we heen willen! Combineer en vermeng verschillende dingen, om zo je oefeningen te verbeteren op de punten waar nog kwaliteit mist. Dat werkt veel beter dan dezelfde oefening steeds maar herhalen zoals hij in de proef zit. Vaak is de progressie dan maar beperkt. Wissel in je training wel simpele dingen af met meer complexe oefeningen, zodat je paard ook af en toe iets makkelijks mag doen en niet gestrest raakt van alle ‘moeilijke vragen’.

Cooling down: net zo belangrijk als warming-up

Alle professionele atleten besteden aandacht aan hun cooling down en ook voor je paard is een goede afkoelperiode na de trainingsfase van groot belang om spierpijn en blessures te voorkomen.

Rijd aan het einde van je trainingsfase een paar simpele lijnen of voltes met je paard, terwijl je lichtrijdt in draf. Laat je paard daarbij naar het bit reiken en stretchen over zijn bovenlijn. Daarna stap je je paard uit aan de lange teugel. Op deze manier leer je je paard dat moeilijk werk altijd gevolgd wordt door iets dat hij makkelijk kan uitvoeren. Dat houdt hem gemotiveerd. Hij voelt zich aan het einde van training goed en herinnert het zich als makkelijk. Hoe lang de cooling-down moet duren, hangt een beetje af van de duur en intensiteit van je training. Meestal is het tussen de tien en twintig minuten.

Een goede cooling down is net zo belangrijk is als een goede warming-up! In deze fase keert de hartslag terug naar normaal en worden de afvalstoffen die zijn opgebouwd tijdens de inspanning, rustig afgevoerd. dit voorkomt spierstijfheid. Dankzij uitstappen, zeker op een harde ondergrond, zal het hoefmechanisme het teveel aan bloed vanuit de hoeven en benen terug naar het lijf te pompen. Als je niet goed uitstapt kunnen onregelmatigheden en problemen met de bloedsomloop ontstaan.

Conclusie: Een goed trainingsplan brengt je verder

Een gestructureerde dressuurtraining bestaat uit een warming-up, een trainingsfase en een cooling down. De meeste paarden doen het goed op drie à vier keer in de week dressuurtraining, afgewisseld met longeren, buitenrijden, cavaletti, grondwerk en bijvoorbeeld springen. Zorg in elk geval voor afwisseling tussen de dagen, maar ook in je training. De warming-up kan je gebruiken om te voelen en evalueren waar je in de trainingsfase aan kan werken. Door afwisselend moeilijke en makkelijke dingen te doen blijft je paard leren en blijft hij gemotiveerd. Het mengen van oefeningen kan niet alleen de oefening zelf maar ook het algemene gaan van je paard verbeteren. Zowel warming-up als cooling down zijn essentieel om blessures en spierpijn te voorkomen.

Bron: Howtodressage.com / dressuur.nl

hrlijn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Lees ook