Verbeter het contact met je paard met een 'klok-oefening' • Dressuur Magazine
Artikelen
Foto: Arnd Bronkhorst www.arnd.nl

Veel overgangen rijden in de training heeft veel voordelen. Je paard wordt er alerter van, hij leert stukje bij beetje zijn gewicht wat meer naar zijn achterhand te verplaatsen en hij leert van achteren naar voren naar je hand toe te lopen.

Licht contact

Alhoewel je graag met kleine hulpen wilt kunnen rijden en je paard licht door de baan wilt laten gaan, is een vederlicht contact in je hand niet altijd het beste contact. Een contact op de teugel dat je bijna niet voelt, ook al is je paard wel rond in zijn houding, kan betekenen dat je paard net achter je hand is gaan lopen en niet meer goed voor je been naar voren antwoord wil geven.

Voorwaarts en terug

Zowel bij een paard dat te licht is in je hand als bij een paard dat wat te zwaar is of zijn hoofd te hoog houdt is ‘voorwaarts en weer terug’ rijden een goed oefening. Daarmee kun je zorgen dat hij antwoord geeft voor je been en meer gewicht gaat dragen met zijn achterhand. Over zijn hoofdhouding hoef je je, zeker in het begin van de oefening, niet zo veel zorgen te maken. Zodra je paard goed voor je been is en ook weer terugkomt op je hulp, gat hij vanzelf goed naar je hand lopen als je een vanuit je arm een elastische verbinding hebt met zijn mond.

Klok-oefening

Begin op de grote volte en deel deze voor jezelf in in 3, 6, 9 en 12 uur. Rijd een actief arbeidstempo draf en maak bij elk kwartier een overgang naar de stap, vraag twee passen stap en draaf weer weg. Neem je paard terug door jezelf lang te maken en vanuit je zit te stoppen met draven voordat je je hand sluit als hij dan de overgang nog niet heeft gemaakt. Vraag dat elke keer op die manier en beloon hem in ieder geval met je stem als hij antwoord geeft. Ook als hij weer wegdraaft. Let niet op zijn hoofd, maar let op dat hij de overgang maakt waar je wilt en dat hij na twee passen weer wegdraaft.

Een pas stap

Maakt hij de overgangen goed en direct op elk ‘kwartier’, vraag dan nog maar een pasje stap in plaats van twee en bouw dit uit naar vier passen draf en een pas stap of acht passen draf en twee passen stap. Zorg dat je de passen telt en echt na het beoogd aantal passen een overgang wilt, zowel naar  voren als terug.

Halve ophouding

Ga tenslotte door met het overgangen rijden per kwart volte of aantal passen, waarbij je net voor je paard in stap gaat, weer verder draaft. Dan heb je eigenlijk de halve ophouding te pakken. Wanneer je dat op beide handen zo opbouwt en de overgangen en bijna-overgangen lukken goed, dan is je paard inmiddels ook bijna automatisch goed naar je handen gaan lopen, zonder dat je daarvoor iets hebt hoeven doen, behalve je twee handen voor je uit dragen, waarbij je elastisch bent in je armen en je teugels op gelijke lengte houden.

Bron: Horseandrider

hrlijn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *