Trainingstips voor vliegende wissels • Dressuur Magazine Ga naar hoofdinhoud

Trainingstips voor vliegende wissels

Foto: Arnd Bronkhorst www.arnd.nl

Het rijden van vliegende wissels is niet voor iedereen even makkelijk en het goed aanleren aan een paard kan ook best lastig zijn. 5*-FEI-jurylid Stephen Clarke ziet dat vaker gebeuren als hij lessen of clinics geeft en heeft daarvoor een paar tips.

Vereisten

Problemen met de vliegende wissels hebben volgens Clarke vaak te maken met het feit dat de vereisten voor de wissels niet voldoende aanwezig zijn. Voordat je paard een goede wissel kan maken, moet hij goed aan de hulpen zijn, in balans, recht, actief en goed op eigen benen lopen.

Begin bij de galop

Hoewel bovenstaande vereisten niet alleen belangrijk zijn voor de galop, maar voor de hele ontwikkeling van een sportpaard, kan het toch zijn dat je dat wel eens even uit het oog verliest. Daarom is het verstandig om als je vliegende wissels wilt leren aan je paard, dat je eerst even extra aandacht besteedt aan de galop. Als je begint met de galop en je zorgt dat je paard vooruit wil en terugkomt wanneer je wilt, dat hij een pasje schoudervoor doet als je het vraagt en dat hij bijvoorbeeld een volte kleiner en weer groter kan maken in de galop en daarbij fijn hetzelfde tempo blijft galopperen, dan ben je al een heel eind.

Eenvoudige wissels en contragalop

Let op dat je mooie rechte en vloeiende eenvoudige wissels kunt rijden met je paard. Hij moet direct op je hulp reageren en daarbij direct aangalopperen zonder hapering of twijfel en hij moet op ieder moment in de gevraagd galop overgaan. Je kunt dus ook linksom om de rechtergalop vragen (en omgekeerd). Ook als je vraagt om de contragalop moet je paard dat vloeiend doen.

Tempowisselingen en souplesse

Met tempowisselingen zorg je ervoor dat je paard alert is op je hulpen en dat hij in en uit elkaar kan schuiven. Zo krijg je hem meer op het achterbeen en meer in balans. En wanneer je daarbij ook nog stukjes schoudervoor, travers en appuyeren toevoegt in de training, dadn maak je je paard ook nog eens een stuk losser en soepeler.

Naar de goede galop

Wanneer er dan eenmaal een wissel op het program staat heeft Clarke er de voorkeur voor om dat te doen vanuit de contra naar de goede galop. Wanneer je bijvoorbeeld linksom rijdt in contragalop, gebruik dan je linkerbeen om meer activiteit te vragen en je paard naar je rechterteugel toe te rijden. Geef dan vervolgens met je rechterbeen aan dat je de galophulp geeft voor de linkergalop en blijf daarbij zacht in je handen en draag ze voor je uit.

Korte diagonaal

Je kunt dit doen langs de lange zijde, maar ook een korte diagonaal is volgens Clarke een goede plek om een wissel te oefenen of te leren. Het voordeel van de korte diagonaal is dat je je paard vaak makkelijker op eigen benen kunt houden dan op een lange diagonaal. Want als je paard lang wordt en uit elkaar valt, dan loop je de mogelijkheid mis om een wissel te kunnen vragen.

Wanneer je paard goed aan de hulpen is en weet wanneer je vraagt om de linker- of de rechtergalop, dan is het ook makkelijker voor hem om de wissel te maken. Wees geduldig, geef hele duidelijke hulpen en zorg dat je ook hulp hebt vanaf de grond. Je instructeur kan je goed helpen met het timen van de hulpen en kan ook precies vertellen wat er gebeurt en wanneer je iets even anders moet doen.

Bron: Horseandhound

hrlijn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Lees ook