Ruggebruik uitgelegd door Bas de Recht • Dressuur Magazine
Algemeen

Ons paard ‘over de rug rijden’ is iets waar we allemaal naar streven. Maar wat is het eigenlijk? Wanneer loopt een paard over de rug en hoe krijg je dat voor elkaar? Grand Prix-ruiter, docent en instructeur Bastiaan de Recht legt het ons uit aan de hand van rijtechnische en biomechanische inzichten.

Wanneer we kijken naar de anatomie van een paard, is het uitgangspunt altijd dat een paard eigenlijk niet is gemaakt om op te zitten. “De wervelkolom van een paard begint achter het hoofd en eindigt bij de laatste staartwervel, en hangt als het ware tussen de schouderbladen en het bekken in. De wervelkolom bestaat uit halswervels, borstwervels, lendenwervels, het sacrum en staartwervels”, vertelt Bastiaan.

Rond rijden

Wij als ruiter zitten op de middenhand van het paard: de borstwervels. De borstkas zit zonder botverbinding, dus met alleen spieren en ligamenten, verbonden aan de schouderbladen. Bastiaan legt uit wat er gebeurt zodra wij op een paard gaan zitten: “Door ons ruitergewicht zakt de wervelkolom iets naar beneden. De werveluiteinden, die openen als het paard zijn rug bolt, gaan naar elkaar toe als het paard zijn rug holt. Als ruiter wil je niet dat dat laatste gebeurt. Dus moet je een opwaartse spankracht creëren door de bovenlijn bol te maken. ‘Rond’ rijden dus.”

Schoft openen

De halsspieren en ligamenten vastzvan een paart zitten vast aan de halswervels en borstwervels. Bastiaan: “Dus op het moment dat het paard zijn hals naar beneden strekt of ronder wordt, dan trekt hij het voorste deel van de borst open, bol. Aan de andere kant van het paard zien we het bekken. Daar zitten de rugspieren en bilspieren aan vast. Vanuit het  bekken lopen weer buikspieren naar het borstbeen. Dus wanneer een paard zijn buikspieren aanspant, dan trekt hij het bekken in flexie, en trekt hij eigenlijk doordat dat verbonden is ook zijn lendenwervels rond. Dus als je het goed wil doen, dan moet je – heel simpel gezegd – ervoor zorgen dat je paard zijn buikspieren aanspant, en zijn hals rond naar beneden buigt. Dan heb je de bovenlijn bol en heeft je paard de juiste spankracht. Dat is het hele idee van ‘over de rug’ rijden: zorgen dat je paard jou kán dragen.”

Rijtechnisch gezien

Waar begint dan rijtechnisch het ‘over de rug rijden’? Volgens Bastiaan begint het ‘over de rug rijden’ met de informatie die we tegenwoordig hebben eigenlijk bij de hals. “Terwijl veel mensen juist denken dat het van achteruit begint, en daarom niet te veel aan de hals of de mond willen zitten. Het begint juist bij een heel losse hals en een nageeflijke mond. Dus wanneer een paard zijn kaken al op slot heeft staan, kom je qua ruggebruik nergens.”

Het is ook niet zo dat, zodra je de hals naar beneden doet, dat je paard over de rug loopt. Bastiaan vertelt: “Bijvoorbeeld wanneer je een paard de hals heel ver naar voren en beneden toe laat strekken, krijg je dat paarden in het laatste deel van hun hals, bij de schoft, juist een extensie maken in plaats van een bolling. De buik- en borstspieren zijn dan minder aangespannen, dus eigenlijk ‘valt’ het paard tussen de schouderbladen in. De rug wordt hol, de croupe komt hoog, de achterbenen zijn weg… Dus eigenlijk belast je je paard juist extra.”

Meer lezen?

Dit is een klein deel van het artikel ‘Ruggebruik’, dat verscheen in Dressuur 4-2018. Bestel dit nummer hier.

Klik hier om een abonnement af te sluiten.

Bron: Dressuur

hrlijn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.