Rijden op 'twee vingers' • Dressuur Magazine Ga naar hoofdinhoud

Rijden op ‘twee vingers’

Foto: Arnd Bronkhorst

Wanneer je iemand hoort zeggen dat hij zijn paard op ‘twee vingers’ kon rijden, dan wordt er meestal bedoeld dat het paard een hele fijne aanleuning had en met hele kleine hulpen gereden kon worden. Dan is dat een gevolg ervan dat het paard heel fijn is voorbereid en dat er een aantal puzzelstukjes allemaal op de goede plek liggen.

Andersom

Wat niet iedere ruiter weet, is dat je het ook om kunt draaien. Wanneer je namelijk bewust kiest om op ‘twee vingers’ te rijden, dan kan het zomaar zijn dat je paard daar juist heel fijn van wordt in je hand.

‘Aha-gevoel’

Reiter Revue vraagt regelmatig aan topruiters en -trainers een tip, die bij veel ruiters een ‘Aha-gevoel’ op kan roepen en het rijden met twee vingers is er daar een van.

Geen drie maar twee vingers

Normaal gesproken heb je de teugel in drie vingers vast, waarbij je pink onder de teugel ligt. Je hebt daarbij je hand als vuist rechtop met je duim op de teugel. Pak dan de teugel eens tussen je middel- en je ringvinger door en houd je hand verder hetzelfde.

Effect

“Met deze teugelvoering is het een stuk lastiger om (onbewust) aan je teugel te trekken en het verlaagt de druk in de mond van je paard aanzienlijk”, legt dressuurtrainster Corinna Lehmann uit. “De ruiter ontwikkelt zo zijn gevoel en leert daarmee zijn hand (nog) meer voor zich uit te dragen en minder terug te werken. Wanneer je de teugelvoering een beetje varieert, dan kun je als je paard een keer wat sterk wordt voor je gevoel of als hij niet helemaal fijn reageert, vaak zelf net iets makkelijker ontspannen als je met twee vingers gaat rijden en dan doet je paard dat over het algemeen ook weer makkelijker.”

Bron: Reiterrevue

hrlijn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Lees ook