Artikelen
Foto: Arnd Bronkhorst www.arnd.nl

Succes hebben met je paard, ongeacht op welk niveau, begint met zorgen dat je paard op een goede manier getraind wordt en dat het management om hem heen optimaal is. Maar dat geldt niet alleen voor je paard, het is ook van toepassing is op jezelf als ruiter. Dressagetrainingonline maakte een artikel met topruiter Jan Brink, waarin ‘Als je van je paard verwacht dat hij een echte atleet is, verwacht dit dan ook van jezelf’ een van de belangrijkste tips is.

Focus

Wanneer je ambitieus bent en je wilt ver komen met je paard, probeer dat dan niet alleen te doen, maar verzamel een netwerk van mentoren, familie en vrienden om je heen. Als je weet dat er mensen zijn op wie je kunt rekenen, dan kun je je als ruiter focussen op de ingrediënten voor goed rijden zoals fysieke conditie, motivatie, mentale kracht, technische vaardigheden en het ontwikkelen van je talent. Zorg dat je een coach vindt, die je kan helpen bouwen aan een positieve instelling en volhardendheid, maar ook aan het bescheiden en veerkrachtig zijn. Je zult het weliswaar zelf moeten doen, maar niemand kan het echt alleen. Een trainer, die je kan helpen in je ontwikkeling waardoor je zelfvertrouwen groeit, is echt veel waard.

Fit

Je moet als ruiter veel dingen tegelijk kunnen doen, waarvoor coördinatie, timing, theoretische kennis en ervaring onmisbaar zijn. Het goede nieuws is dat je dit kunt leren. Hoewel niet elke ruiter evenveel talent heeft, is er met trainen en herhalen veel te ontwikkelen als je je best doet. Het is de moeite waard om hier tijd in te investeren, omdat het voor je paard heel veel verschil maakt of er een geoefend ruiter op zijn rug zit, die fit, in balans en gefocussed is of juist iemand, die het allemaal wel een beetje gelooft.

Een blij paard

Hoewel paard en ruiter beiden zowel mentaal als fysiek moeten ontwikkelen is de aanpak wel iets anders voor het paard. “Een paard is een paard en geen machine”, zegt Brink. “Daar moet je goed rekening mee houden, maar je moet hem ook niet vermenselijken. Voor een paard heiligt het doel niet de middelen, hij kan het grote plaatje niet zien. Een paard heeft talent en tot een bepaalde hoogte tolerantie, maar de lichamelijke en mentale vaardigheden moet hij ook gewoon leren.”

Om dit te kunnen leren moet je zorgen dat hij geen onnodige stress heeft in zijn leven. Als eerste moet je zorgen dat hij alles krijgt wat hij nodig heeft. Denk daarbij aan goede huisvesting, voldoende vrije beweging en goed voer. Daarnaast moet je de training zo opbouwen dat hij geen onnodige spierpijn krijgt, werken met spullen die goed passen en een trainingsschema volgen waarbij je voldoende variatie en rustmomenten in plant.

Plan

Brink werkt zijn paarden altijd volgens een bepaald plan, waarbij hij hier en daar wel dingen aanpast aan het individuele paard. In grote lijnen ziet het schema er als volgt uit:

  • De training begint en eindigt met twintig minuten stappen, het liefst buiten.
  • Controleren of een paard recht is, is een vast onderdeel. Dit kan bijvoorbeeld door hem op de lange zijde op de binnenhoefslag rechtuit te rijden. Dat kan in alle gangen, hij heeft dan geen aanleuning van de bakwand.
  • Vervolgens werkt Brink graag iedere training aan de overgangen binnen en tussen de gangen. Controle hebben over de pasgrootte en het tempo is iets dat nodig is om verder te kunnen komen. Met het rijden van overgangen  werk je er ook naartoe dat een paard steeds meer gewicht kan overnemen met zijn achterhand en steeds gebalanceerder kan gaan lopen.
  • Pas als de eerste punten zijn afgewerkt en een paard is los en aan de hulpen neemt Brink oefeningen mee in het werk. Bij het rijden van deze oefeningen of bij het aanleren van nieuwe oefeningen probeert Brink een paard altijd een klein beetje uit zijn comfortzone te halen. Niet te veel en niet met veel druk, maar wel een beetje, want hij kan de dingen die hij moeilijk vindt alleen maar leren door ze te doen.

Plezier

Tot slot gaf Brink nog mee dat je niet mag vergeten dat de training van een paard, ongeacht op welk niveau, leuk moet zijn en speels en dat je als ruiter nooit inhalig mag worden in wat je vraagt. De focus moet altijd op correcte ontwikkeling en mentale ondersteuning blijven liggen.

Bron: Dressagetodayonline

hrlijn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *