Mooie overgangen rijden betekent blijven oefenen • Dressuur Magazine
Artikelen
Foto: Arnd Bronkhorst www.arnd.nl

Het maakt niet uit of je net begint of dat je op hoger niveau rijdt, overgangen blijf je altijd maken met je paard. En omdat het niet alleen belangrijk is dat je van gang verandert, maar dat je dat ook op een manier doet, waarop je paard er soepeler, sterker en mooier van wordt, gaf Leslie O’Neil Olsen op Horse-illustrated een paar tips.

De ideale overgang

Een ideale overgang is vloeiend en ziet er moeiteloos uit. Het paard moet in balans en in dezelfde houding door blijven bewegen en alleen zijn benen anders neer gaan zetten als je een overgang maakt. Bij een overgang naar voren wil je dat hij van achteruit naar voren naar je hand toe blijft bewegen en bij een overgang terug wil je eveneens dat de energie van achter komt, zodat je paard niet op zijn voorhand kukelt als je hem terugneemt.

Goed voor elkaar

Om een goede overgang te kunnen maken is het dus zaak dat je paard goed in balans gaat in de gang waarin hij gaat en dat hij nageeflijk is. Voorbereiding speelt dus een grote rol in het maken van mooie en vloeiende overgangen. De goede voorbereiding van het paard alleen is nog niet goed genoeg, je moet als ruiter ook voorbereid zijn en vooral goed blijven zitten. Wanneer je als ruiter naar voren valt in een overgang, dan leidt dat er vaak toe dat een paard op zijn voorhand valt en daarmee een slordige overgang maakt. Zorgen dat je goed zit en blijven werken aan je eigen balans is dan ook een voorwaarde voor mooie overgangen.

‘Hoofdzaken’

Veel ruiters letten vooral op het hoofd van hun paard in de overgang, maar dat is niet de hoofdzaak. Je moet wel een constant contact met de mond van je paard hebben, maar je moet niet trekken of proberen zijn hoofd met kracht op zijn plaats te houden. Doe je dat wel, dan blokkeer je de energie van achter naar voren en op de lange termijn wordt je paard alleen maar op de verkeerde manier sterker. Wanneer je zorgt dat hij in balans gaat en luistert naar je hulpen, dan komt de hoofdhouding vanzelf wel goed.

Communicatie

Een ander veelgemaakte fout bij het rijden van overgangen is dat een ruiter vergeet te blijven communiceren met zijn paard en dat dat paard daar dan van in de war raakt. Het houdt niet op bij één halve ophouding, je moet je paard door de overgang heen goed naar voren houden, maar ook in balans. Verliest hij impuls, dan moet je been geven, gaat hij goed dan doe je even niets. Zolang je maar heel goed op blijft letten of je paard een aanwijzing nodig heeft en dan ook klaar zit om die op een duidelijke manier te geven.

Niet voor je been

Wanneer je paard niet voor je been is, dan is het ook lastig om een goede overgang te maken. Je kunt dan bijvoorbeeld een paar passen wijken of schoudervoor vragen net voor de overgang, zodat je hem extra actief maakt. Vaak lukt de overgang dan veel beter. Het mooie van op die manier overgangen maken is dat de overgangen, die je paard wel goed maakt vaak ook weer helpen om hem beter aan de hulpen te krijgen.

Maatstaf

De kwaliteit van de overgangen zijn vaak een goede maatstaf voor hoe het met de training van je paard gesteld is. Natuurlijk kun je van een jong en groen paard nog lang niet zo veel verwachten als van een doorgetraind paard in wedstrijdvorm, maar als een paard op zijn eigen niveau nette overgangen kan maken, dan geeft dat wel een idee hoe ver je paard is. En jij zelf natuurlijk ook.

Bron: Horseillustrated

hrlijn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.