Jureren kun je leren: Jonge paarden beoordelen (3) • Dressuur Magazine
Artikelen
Foto: Arnd Bronkhorst www.arnd.nl

Een jonge-paardenproef is een aanlegtest en dressuurproef ineen. De beoordeling van de gangen van het paard weegt daarbij het zwaarst. Welke andere onderdelen van belang zijn vertelt internationaal jurylid Janine van Twist in dit artikel. En ja… ook de ruiter moet het hoofd erbij houden!

Elk paard krijg naast de cijfers voor de drie basisgangen, de rechtgerichtheid en het schakelend vermogen ook een cijfer voor ‘geschiktheid als dressuurpaard’. Janine legt uit wat je in dit cijfer eigenlijk beoordeelt. Lachend: “De mensen die meedoen aan de finale van de Subli-cup hebben natuurlijk echt wel paarden die geschikt zijn als dressuurpaard. Wat je bij dit onderdeel beoordeelt is of ze ‘gewoon’ geschikt, meer geschikt of super geschikt zijn. Daar zit ook een beetje het beoordelen van het karakter in, het paard moet ‘rittig’ zijn. Dus vraag je af: ‘Snapt het paard wat er gevraagd wordt en reageert hij prompt op de hulpen?’ Een paard met extreem goede gangen dat gaat staken halverwege de proef, krijgt bijvoorbeeld geen goed cijfer voor dit onderdeel.”

Houding en zit

“Dit lijkt voor zich te spreken, de ruiter moet netjes op het paard zitten. Persoonlijk vind ik het vooral belangrijk bij een jong paard dat de ruiter mee zit in de beweging. Er zijn ruiters die zo hard aan het werk zijn, dat hun paard ritme verliest en loperig wordt. Dat moet niet. Het belangrijkste is dat je mee bent met de beweging en dat het paard daardoor mooi op eigen benen kan lopen. De ruiter moet niet in de weg zitten, wanneer je niet mooi recht op je paard kan zitten, dan werk je tegen” legt Janine uit.

Effect van de hulpen

Een slechtere beoordeling op dit onderdeel kan voortkomen uit een aantal problemen. Janine: “Het kan bijvoorbeeld met de aanleuning te maken hebben, als de ruiter te veel vasthoudt aan de voorkant. Ook te grove hulpen waardoor missers en taktfouten ontstaan geven een lager cijfer. De reactie van het paard op de ruiter moet in harmonie zijn.

Wat we regelmatig zien, zeker in een kijkerige omgeving, is dat mensen te hard gaan rijden. Dit doen ze zodat het paard maar blijft lopen en geen schrikreacties gaat vertonen. Maar je boet dan wel in op de cijfers voor de basisgangen en je doet afbreuk aan ritme, losgelatenheid en ontspanning. Als er spanning is bij paard of ruiter dan kan het een keuze zijn om zo te rijden. Houd er echter rekening mee dat je dan niet alleen op het onderdeel ‘effect van de hulpen’ een lager cijfer krijgt,” waarschuwt Janine. “Datzelfde geldt trouwens voor het diep instellen (achter de loodlijn). Een paard schrikt dan misschien wat minder, maar het is niet wat we willen zien.”

Proefgerichte onderdelen

“De jonge-paardenproef is echt een proef, maar je kan zelf kiezen in welke volgorde en waar je de diverse onderdelen inbouwt. Alle onderdelen moeten getoond worden, anders krijgt de combinatie strafpunten. Het is verstandig om als ruiter tijd in te bouwen voor een of meerdere reservelijnen, voor het geval er dingen minder goed gaan.”

In dit eerdere artikel legt Janine uit hoe je de gangen van het jonge dressuurpaard beoordeelt. En hier beschrijft ze uit hoe de jonge-paardenproeven in elkaar zitten en waar je bij het jureren en rijden ervan op moet letten.

Janine van Twist gaf op donderdag 24 januari 2019 tijdens de finale van de Subli Cup de Masterclass ‘Jureren kun je leren’ samen met haar Zweedse collega Magnus Ringmark.

hrlijn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.