In balans op je paard – wervelkolom, schouders, armen • Dressuur Magazine
Artikelen
Foto: Arnd Bronkhorst / www.arnd.nl

Soepel zijn in je bekken en controle over je ledematen is essentieel voor een goede houding en zit. Hippisch oefentherapeut Ayke Onderweegs legt uit hoe je een goede balans op je paard kan krijgen. Vorige week ging het over je onderlijf, deze week hebben we het over de wervelkolom, schouders en armen.

In balans op je paard zitten is heel belangrijk. Je zit dan stil ten opzichte van je paard en gaat soepel mee in de beweging. “Wanneer je in balans zit, gaat je bekken mee met de beweging van je paard”, vertelt Ayke. “Om in balans te zitten moet je je schouders boven je bekken houden en je enkels en knieën mee laten veren. Je ledematen zijn dus niet stokstijf stil, maar stil ten opzichte van je paard.”

Wervelkolom in een S

“Je wervelkolom is van nature in de onderrug een beetje hol en in de bovenrug een beetje bol. Wat je veel ziet, is dat die holling en bolling uitvergroot zijn. Daardoor belast je je spieren op een minder efficiënte manier. Hierdoor kunnen ook bij paardrijden lichamelijke klachten ontstaan of groter worden.

Als je je onderrug te hol maakt, kantelt je bekken naar voren. Als je bekken te ver naar achteren gekanteld is, dan wordt je onderrug bol. Dat beperkt je eigen beweging en die van je paard. Het meest ideaal is het wanneer je je bekken in het midden kan houden. Ga maar eens op een harde kruk zitten, met je voeten plat op de grond. Dan voel je de zitbeenknobbels onder je billen en kan je er ‘overheen rollen’. Rol maar eens naar voren en naar achteren; dat is ook de manier waarop je de beweging van je paard moet volgen.

De juiste stand en beweging van de wervelkolom en het bekken heeft ook te maken met de coördinatie van je rompspieren. Voor het bol maken van je rug gebruik je je lage buikspieren, die zeg maar onder de navel liggen. Het hol maken doe je met je rugspieren. Het zijn juist de diepgelegen, onderste buikspieren die je goed moet kunnen coördineren om maximaal resultaat te halen. Het gaat om hele kleine, gecoördineerde, bewegingen. Als je te groot corrigeert, dan hinder je je paard juist. Voor een effectieve communicatie met je paard is dus veel coördinatie en verfijning nodig.”

Schouders en armen

Voor een optimale en ontspannen stand van je schouders, is het belangrijk dat je je bovenrug goed kan strekken. Ayke vergelijkt de beweging met het wegstoten van een bal met je borstbeen. “Het gaat niet alleen om het rechtop houden van je hoofd en nek, je wilt vooral dat de borstkas iets schuin omhoog komt door de strekking in je bovenrug. Op deze manier komt je hoofd namelijk ook rechter boven je romp te staan en kun je je schouders laten hangen.

Er moet één lijn te zien zijn in je onderarmen: van bit tot handen en ellebogen. Dat staat zelfs in het wedstrijdreglement! Dus geen knikjes in de pols, niet de armen naar binnen of naar buiten draaien of naar onderen of boven. Met je handen en onderarm op één lijn kan je namelijk ook een zo mooi mogelijk verende beweging toestaan. Je stabiliseert jezelf centraal in je lijf, met je romp. Vanuit je ledematen vang je vervolgens met soepele gewrichten de beweging van je paard op. Vanuit die verende beweging kan je bovendien je hulpen goed timen.”

Tegen de lamp lopen in het M

“Te veel spierspanning opbouwen in je rug en romp is ook niet wenselijk”, vertelt Ayke. “Als je spanning opbouwt, geef je dat door aan je paard. De kunst is dus eigenlijk om met zo min mogelijk spierkracht je lichaam te stabiliseren. Je ziet dat mensen die veel spanning in hun romp gebruiken om stil te zitten, vaak een wiebelend hoofd of wiebelende onderbenen hebben. Dit is vaak een teken dat er ergens iets vastgezet wordt. De beweging komt er dan aan de uiteinden van het ruiterlichaam toch weer uit.

Vaak zitten mensen in verruimingen ‘achter hun bekken aan’. Dan volgt je bovenlijf je bekken niet meer en blijven je schouders niet boven je bekken. Wanneer je je benen aanklemt, je teugels gebruikt voor steun, of je gewicht te veel verplaatst, geef je allemaal boodschappen door aan je paard die je eigenlijk niet wilt.

Een slechte balans staat dus effectieve communicatie in de weg. Het is heel belangrijk dat je je als ruiter hiervan bewust bent. Op het moment dat jij zelf niet stabiel en gedragen bent, kan je paard ook niet gedragen lopen. Dat valt in de lagere klassen misschien nog niet zo op, maar vanaf het M lopen veel ruiters hierdoor tegen de lamp” waarschuwt Ayke.

 

Oefening voor rompstabiliteit 1

Ga op een grote gymbal zitten en til om beurten één been op. Let er daarbij op dat je onder je navel je buikspieren wat aanspant en rechtop blijft zitten! Als dit goed gaat kun je ook proberen om op de bal te zitten zonder dat je voeten de grond raken. Zoek in het begin ergens steun en zorg dat je voldoende ruimte om je heen hebt om van de bal af te stappen als je het evenwicht verliest.

Oefening voor rompstabiliteit 2

Maak een ‘rugbrug’ op een gymmat. Ga op je rug liggen met je voeten op de grond, gebogen knieën en de armen gekruist voor de borst. Til vervolgens je bekken op zodat er een rechte lijn ontstaat van je borst tot je knieën. Probeer nu te voelen welke spieren je nodig hebt om deze houding vol te houden en waar je kunt ontspannen. Let vooral op de spanning in je billen en bovenbenen, probeer deze zo veel mogelijk te ontspannen.

 

Ayke Onderweegs is Oefentherapeut Cesar en Hippisch Sportoefentherapeut bij haar bedrijf Onderweegs in beweging. Hippisch sportoefentherapeuten zijn gespecialiseerd in het begeleiden van ruiters bij het verbeteren van hun houding en zit. Vooral het aanleren van nieuwe gewoontes en gedragsverandering door oefenen staat daarbij centraal. Zodat een goede houding en zit uiteindelijk een automatisme is.

hrlijn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.