Do’s en don’ts bij de overgang naar stang en trens • Dressuur Magazine
Artikelen
Foto: Arnd Bronkhorst www.arnd.nl

Als je naar het Z1 promoveert, mag je met stang en trens gaan rijden. Het hoeft natuurlijk niet, maar het is wel handig om te weten hoe je de overstap het beste aan kan pakken. Wat zijn de do’s en don’ts?

We vragen het aan Natascha van Eijk, die bitfitconsultant, osteopaat en cranio-sacraal therapeut is en bovendien bitfitters opleidt. Onze eerste vraag is: “Waarom moet er eigenlijk een onderlegtrens onder een stang? Kan je niet gewoon een ‘normaal’ bit eronder doen?”

Niet te veel veranderen

Natascha: “Dat kan wel hoor, je kan in principe met je gewone trens beginnen en een stang toevoegen. Alleen is de onderlegtrens vaak dunner en een paard heeft maar beperkt ruimte in de mond. Daarom is een onderlegtrens vaak een betere keuze. Paarden verschillen in wat ze prettig vinden. Sommige paarden reageren beter op een iets vollere mond en krijgen daar rust van. Het heeft natuurlijk alles te maken met wie erop zit, die bepaalt hoe het bit inwerkt. Als je paard gewend is om op een dubbelgebroken trens te rijden, houd dat dan zo. Ga niet opeens een enkelgebroken onderlegtrens gebruiken. Voeg in principe alleen de stang toe, om de overgang gemakkelijker te maken” tipt Natascha.

Tong optrekken

“Niet elk paard vind het prettig om het gewicht van twee bitten in de mond te hebben. Heel veel paarden trekken hun tong iets op. Daardoor komt de stang vaak op het puntje van de tong te liggen en als je dan een keer een ophouding maakt, beschadig je al snel de lagen. De meest  gemaakte fout is dat de twee bitten teveel tegen of op elkaar liggen. De onderlegtrens ligt dan te laag in de mond, of de stang te hoog, of allebei. Twee bitten op elkaar leidt tot open monden, dat werkt niet.”

Een goede stang

Natascha vervolgt: “Het is lastiger om goede stang te vinden dan een geschikte onderlegtrens. De onderlegtrens moet namelijk bijna hetzelfde zijn als de gewone trens. Bij de stang is het heel belangrijk dat de tongboog echt precies bij vorm van tong past. De pasvorm van de stang is dus heel belangrijk. Als de tongboog niet bij de tong past kan de tong sneller opzij worden  geduwd  of opgetrokken. Een paard doet dat om dat het aannemen van een niet-passende bit pijn geeft, maar het kan leiden tot schade aan de lagen.

Maten bitten

En moet de onderlegtrens nu breder, smaller of even breed zijn als de stang? Natascha: “Het kan allemaal, het hangt maar net af van de vorm van de mond en vooral de lippen van het paard. Sommige monden en lippen hebben een hele rechte vorm, andere lopen meer taps toe. Daar is geen vaste regel voor, ik meet heel vaak dezelfde maat onderlegtrens en stang aan, maar het is echt per paard verschillend. De combinatie moet bij elkaar passen.”

Natascha van Eijk (www.icpbc.com/) is bitfitconsultant, osteopaat en cranio-sacraal therapeut en leidt bitfitters op. Ze werkt voor dressuurruiters in binnen- en buitenland. Ook biedt ze een onlinetraining over aanleuningsproblemen, waarbij ook bitten en hoofdstellen aan bod komen.

hrlijn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.