Doorzitten: hoe blijf je mee in de beweging? • Dressuur Magazine
Artikelen
Foto: Jessica Pijlman

Vanaf het M1 moeten we voornamelijk doorzitten in onze dressuurproeven. Dat is niet altijd gemakkelijk. Om goed te kunnen doorzitten is het van belang dat je voldoende mee bent in de beweging van je paard en niet gaat klemmen. Hoe doe je dat? En hoe train je het doorzitten als je niet op je paard zit?

Zorg er om te beginnen voor dat je in een correcte houding op je paard zit. Je bovenlijf is daarbij opgericht en recht, direct boven je heupen. Je moet dus niet naar achteren of naar voren leunen. Als het goed is loopt er een verticale lijn van je oor, via je schouder en  je heup naar je hak. Pas op dat je je rug niet hol trekt als je fanatiek probeert om ‘rechtop’ te zitten.

Balans in het zadel

Zorg dat je in het diepste punt van je zadel zit met je bekken. Zet niet teveel gewicht op je schaambeen, maar ook niet op je zitbeenknobbels. Je balanceert daartussenin. Je rug moet vrijwel vlak zijn. Je hoofd staat recht op naar achter vallende schouders en je borstkas is open.

Als je zo zit, open dan de hoek tussen je heup en je bovenbeen. Zorg dat je bovenbeen soepel naar beneden afhangt. Ga niet met te lange beugels rijden, want dat leidt vaak juist tot het aanklemmen van je knieën en een verstoorde balans in je bovenlichaam.

De beweging volgen in draf

De souplesse die je nodig hebt om door te zitten in draf moet je oefenen. Dat betekent dat je beweeglijk moet zijn in je heupen en taille. Probeer maar eens met een hoelahoep te oefenen, heb je voldoende bewegelijkheid om die in de lucht te houden?

Als je voldoende beweeglijk bent, dan is het de kunst om de timing precies goed te krijgen. Als je paard aandraaft duw je je bekken richting je handen en ontspan je je buikspieren. Aan het begin van elke drafpas strek je iets op en vlak voor het einde van elke drafpas laat je jezelf iets in het zadel zakken en ga je met je bovenlijf iets mee naar voren. Dit moet niet duwend worden: het is de bedoeling dat je in ontspanning iets dieper en mee naar voren gaat, waarna je weer klaar zit voor het ‘hupje’ van de volgende pas.

Oefenen zonder paard

Omdat dit alles in draf natuurlijk vrij snel gaat, kan het best lastig zijn om direct op je paard te oefenen. Doe het daarom eerst vanaf de grond, zodat je een idee krijgt van de bedoeling. Dan ontstaat het gevoel al een beetje.

Stap 1: Ga met je rug tegen een rechte muur staan, je hakken, heupen en schouders mogen de muur raken. Zorg voor lichte buiging in de knieën (niet op slot) en houd je handen op je buik, net onder je navel.

Stap 2: Gebruik nu je buikspieren om je onderrug tegen de muur te drukken. Dit is de strek-beweging, die je aan het begin van elke drafpas moet maken.

Stap 3: Ontspan nu je buikspieren en laat je buik naar je handen komen, zodat je rug weer loskomt van de muur. Dit is de ontspanning waarbij je dieper in je zadel zakt, die aan het einde van elke drafpas moet komen.

Stap 4: Oefen nu met het uitvoeren van deze twee oefeningen in een regelmatig 1-2-1-2 ritme. Een beetje muziek kan hierbij helpen. Wanneer je na een paar keer oefenen merkt dat dit in een drafritme te doen is, probeer het dan eens op je paard.

De draf beïnvloeden met je zit

Wanneer je eenmaal de kracht en coördinatie hebt om de beweging van je paard in draf te volgen, kun je ook de paslengte gaan beïnvloeden. Als je wilt dat de passen korter worden blijf dan langer rechtop en gestrekt zitten. Als je wilt verruimen, ga dan dieper en meer ‘mee’ zitten. Je moet dus elke pas ‘rijden’ in plaats van alleen maar mee te zitten als je de paslengte wilt beïnvloeden.

Zorg er wel voor dat je in balans in je zadel blijft zitten en steeds anticipeert op de volgende pas. Je blijft steeds een minuscuul beetje voor op de beweging van je paard. Dat geeft je de kans om de paslengte en manier van draven te sturen.

Het is trouwens niet de bedoeling dat je met je zitbeenknobbels gaat zitten wringen en duwen! Een duwende zit is onaangenaam voor je paard en leidt tot spanning in de bovenlijn, waardoor je alleen maar minder goed kan zitten.

Doorzitten voor meer impuls en aanspanning

Als je eenmaal geleerd hebt om de beweging goed te volgen kun je die nieuwe vaardigheid gebruiken om de impuls en aanspanning te verbeteren. Zo kom je steeds een stukje verder in je dressuurvaardigheden.

Bron: Howtodressage.com / Dressuur.nl

hrlijn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.