De perfecte zelfhouding: Losrijden • Dressuur Magazine
Artikelen
Foto: Arnd Bronkhorst www.arnd.nl

In onze training willen we dat onze paarden een goede impuls en zelfhouding ontwikkelen. Daardoor gaan ze expressiever lopen en kunnen ze hun gangen beter tonen. Hoe ontwikkel je deze krachtige en toch ontspannen manier van gaan? Het begint bij goed losrijden!

Ontspanning is het eerste waar je aan werkt bij het opleiden van een dressuurpaard. Alleen een relaxed paard kan dynamische ‘schwung’ ontwikkelen met een goed ruggebruik en elastisch contact. Van daaruit kunnen impuls, rechtgerichtheid en verzameling ontwikkeld worden.

Spanning bij het verzamelen

Vaak ontstaat spanning wanneer de ruiter te vroeg begint met het meer op verbinding rijden en verzamelen van het paard, in een poging om meer expressie en activiteit te krijgen. Wanneer een paard spanning opbouwt zal hij zijn rug en hals aanspannen, waardoor de zo gewenste verbinding onmogelijk wordt. Aanleuning, verzameling en gedragenheid kan je dan ook wel vergeten.

Tips om spanning te voorkomen

Met deze tips voorkom je dat er spanning ontstaat bij het losrijden.

– Ga in het begin altijd lichtrijden in draf, niet doorzitten. In deze fase maak je je niet te druk als je paard wat op de voorhand loopt of niet gedragen is. In het eerste gedeelte van het losrijden moeten vooral zijn spieren, pezen en banden langzaam opwarmen.

– Let op rechtgerichtheid en zorg er in voltes en wendingen voor dat zijn achtervoeten in het spoor van zijn voorvoeten lopen. Het paard mag niet steeds over de buitenschouder wegvallen of in de bakrand gaan ‘hangen’.

– Rijd je paard voorwaarts naar de hand toe, zodat hij in een stabiel contact kan komen. Laat je teugels niet te los en houd verbinding, maar rijd ook niet met een strakke teugel of achter de loodlijn.

– Rijd grote voltes en bochten, waarbij je paard aan de buitenteugel blijft en voorwaarts kan rekken richting de hand. Zorg aan beide zijden voor lichte buiging in het lijf en de hals, voor je binnenbeen.

– Tijdens het losrijden moet je steeds zeker weten dat je paard op elk gewenst moment naar beneden naar het bit wil komen en zijn lijf kan verlengen, als jij dat zou vragen. Dit doe je met een halve ophouding ,  een beenhulp en toestaan in de hand.

– Gebruik veel draf-galop en galop-draf overgangen in je warming-up. Pas als je paard zacht en stabiel kan blijven in de rug en hals terwijl je deze overgangen rijdt, is hij ontspannen genoeg om echt aan het werk te gaan. Een paard mag nooit kort in de nek worden of achter de loodlijn komen in deze fase van het losrijden.

Niet afraffelen

Raffel het losrijden niet af! Het heeft geen enkele zin om al verder te gaan met lastigere oefeningen voordat je paard goed opgewarmd en ontspannen is. Hij moet eerst goed door zijn rug swingen voordat je verder kan. Hoe lang dat duurt is per paard verschillend. Het hangt onder meer af van het temperament van je paard, zijn leeftijd of hij heeft stilgestaan en hoe ver je gevorderd bent in je training. Een Grandprixpaard doet er misschien een kwartier over, terwijl een vierjarige pas na een half uur voldoende ontspannen is om wat meer verbinding aan te nemen. Voor een net zadelmak paard vormt de warming-up vaak de gehele trainingssessie.

Pas als al deze voorwaarden voor elkaar zijn, maak je een begin met oefeningen richting meer verbinding en verzameling. Welke oefeningen je daarvoor kan gebruiken, dat lees je hier.

Bron: Howtodressage.com / Dressuur.nl

hrlijn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.