De drie onderdelen van een stabiele teugelvoering • Dressuur Magazine
Artikelen
Foto: Arnd Bronkhorst

We willen allemaal een stabiel en prettig contact met de mond van ons paard. Maar om een fijne aanleuning te krijgen moet je zelf ook goed ‘aan de teugel’ zijn. Of het lukt om je teugels stabiel en constant vast te houden hangt van drie dingen af: de juiste teugels voor jou, hoe je je teugels vasthoudt en hoe je paard aan het bit is.

Het lijkt misschien een beetje een open deur, maar zoals iedereen die dressuur rijdt weet, zit het verschil vaak in de details. Daarom leggen we elke teugel-factor wat nader uit.

Welke teugel past bij jou?

Ruiters hebben verschillende voorkeuren voor de breedte en het materiaal van de teugel. Het is dus handig om een paar verschillende soorten uit te proberen. Er is niet één teugel die iedereen fijn vindt. Zoek een breedte die voor jou comfortabel vasthoudt en kies materiaal dat niet snel wegglijdt. Vaak zijn leren dressuurteugels behoorlijk glad, bijvoorbeeld.

Veel mensen kiezen tegenwoordig voor rubberen teugels, maar ook een springteugel met stops erop kan handig zijn. Je merkt dankzij die stops eerder of de teugel uit je handen glijdt. Tenminste, als je zorgt dat je daar op let!

Hoe houd je de teugel vast?

Dit lijkt misschien een vraag voor je allereerste manegeles – en dat is het natuurlijk ook – maar ook ervaren ruiters doen er goed aan om te checken of dit wel helemaal goed gaat. De teugellengte wordt namelijk bepaald door wat je met je duim doet. Die functioneert als stop bovenop je wijsvinger. De rest van je vingers horen lichtjes gesloten om de teugel te zijn, met je knokkels op een rijtje.

Veel mensen houden hun teugel vast met hun pink of ringvinger en dat geeft geen stabiel en subtiel contact. De lagere vingers moeten meer ontspannen zijn en ophoudinkjes kunnen geven. De teugellengte moet stabiel blijven door de duim die als een dakje bovenop de teugel ligt.

Hoe is je paard aan het bit?

Over contact en aanleuning zijn boeken volgeschreven, maar belangrijk is in elk geval dat je paard een passend bit heeft. Daarnaast moet hij voldoende impuls hebben en het bit accepteren. Wanneer dit het geval is kun je toewerken naar het zo gewenste zachte en stabiele contact, waarbij er geen boogje in de teugels zit, maar ook geen sprake is van trekken door paard óf ruiter.

Hoeveel grip je met je hand op de teugel zou moeten hebben wordt vaak uitgelegd met het beeld van een vogeltje in je hand. Je moet de hand gesloten genoeg houden dat het vogeltje niet kan ontsnappen, maar ook weer niet zo hard knijpen dat je hem verplettert. Natuurlijk hangen druk, grip en contact ook af van het opleidingsniveau van je paard en van de oefening die je aan het rijden bent.

Conclusie: hoewel je over het juiste contact nooit uitgeleerd raakt, is het in elk geval goed om ervoor te zorgen dat je geschikte teugels hebt en die ook op de juiste manier vasthoudt!

Bron: howtodressage.com / Dressuur.nl

hrlijn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.