Pas op met wiebelende vingers • Dressuur Magazine Ga naar hoofdinhoud

Pas op met wiebelende vingers

Foto: Arnd Bronkhorst www.arnd.nl

Wiebelen met je vingers is geen ‘quick fix’ en geen goede techniek om je paard aan het bit te krijgen. Alhoewel je soms kunt denken dat het je helpt omdat je paard er ronder van wordt, is dat alleen maar schijn omdat hij alleen maar aan de voorkant verandert.
De Amerikaanse gouden medaillewinnaar en dressuurcoach John Zopatti zet uiteen wat er gebeurt als je probeert met wiebelende vingers je paard aan het bit te krijgen.

De voorkant

“Het enige deel van je paard waar je met het wiebelen van je vingers invloed op hebt is zijn kaak. Ook al heb je het gevoel dat je door het wiebelen met je vingers meer controle over je paard hebt, uiteindelijk controleer je enkel zijn hoofd en hals, terwijl de rest van zijn lichaam niet mee verandert,” aldus Zopatti. “Eigenlijk ben je dus van voor naar achteren aan het rijden.”
Deze handeling creëert een valse houding doordat de hals gebogen wordt zonder dat er een verbinding van achter naar voren wordt gemaakt. Een grote volte rijden op deze wijze zal nog wel lukken, maar wijken voor de kuit of schouderbinnenwaarts rijden is bijna niet te doen.
Maar hoe komt dat?

Het contact met de teugels zou in directe verbinding moeten staan met de activiteit van de achterhand. Het is belangrijk om contact op twee teugels te hebben en je paard naar voren te rijden en de energie terug te voelen in je hand. Hierbij moet je zeker niet wiebelen met je vingers, want dan is het contact niet meer constant en laat je de energie letterlijk door je vingers glijden. En daarmee ook de activiteit van zijn achterhand.

Contraproductief

Het doel van de dressuur is juist om de activiteit van de achterhand te vergroten. Deze inzet staat ons toe om de teugels constant en ons paard in balans te houden met een elastisch contact afhankelijk van het niveau van het paard. Zonder constant contact zal je paard niet in staat zijn om een ritme vast te houden, te ontspannen of aanleuning te nemen.
Wiebelen met je vingers onderbreekt het ritme, laat je paard alleen nog aan zijn voorkant denken en verbreekt de verbinding met zijn achterbenen.
En omdat wijken, schouderbinnenwaarts en het verruimen van de gangen allemaal oefeningen zijn waar in meer of mindere mate extra activiteit van de achterhand voor nodig is, kun je dit alleen vragen met een constant contact op de teugels.
Wiebelen met je vingers is dus niet alleen niet goed, het is ook nog eens contraproductief!

Waarom wordt er dan zoveel gewiebeld met de vingers?

Mensen doen van nature veel dingen met hun handen. Ook ruiters krijgen een bepaald gevoel erbij als ze hun vingers wiebelen, al is dat het verkeerde gevoel.
Het is veel makkelijker om met je handen bezig te zijn, dan met je zit en met je benen.
De uitdaging is om je lichaam te trainen om zachte en constante verbinding te kunnen voelen in je handen en een steeds sterker gevoel te ontwikkelen in je zit en benen.

Het ironische van het wiebelen met je vingers is dat, alhoewel het een ruiter een gevoel van zekerheid kan geven, een paard er juist het vertrouwen door verliest. En dat komt omdat een paard zoekt naar iets constants.

“Ik heb nog nooit een paard in een baan los zien galopperen dat zijn hoofd al schuddend in positie hield, maar ik heb wel paarden gezien, die zich een beetje opwonden en met een actief achterbeen een mooie ronde bovenlijn en een prachtige halshouding toonden,” besluit Zopatti. “Laten we proberen om deze natuurlijke aanleg onder het zadel naar voren te halen in plaats van te proberen hem met wiebelende vingers aan te passen aan de menselijke gewoonten.”

Bron: Dressagetoday

 

5 reacties op “Pas op met wiebelende vingers

hrlijn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Lees ook