Help, mijn paard pubert! • Dressuur Magazine Ga naar hoofdinhoud

Help, mijn paard pubert!

Foto: www.arnd.nl

Ken je dat? Je was net zo lekker aan het rijden met je jonge paard, maar opeens wil het van geen kant meer. Je paard is dwars, luistert niet en probeert je uit. Het lijkt wel een puber! Wat veroorzaakt dit gedrag en, belangrijker nog, hoe ga je er mee om? Paardengedragsdeskundige Machteld van Dierendonck en dressuuramazone Kirsten Brouwer geven uitleg en tips.

Hoewel bioloog en paardengedragsdeskundige Machteld van Dierendonck ‘puberen’ een erg menselijke term vindt, is haar wel direct duidelijk welk gedrag we bedoelen. “Alle zoogdieren hebben een fase tussen het gespeend zijn en volwassen worden waarin ze nog geen ‘verantwoordelijkheden’ hebben. In die periode ontdekken ze de wereld, leren ze het effect van hun eigen handelen en dan gaan ze wel eens te ver. Dit is een natuurlijke fase, ze doen niet dwars om het dwars doen, maar om ervan te leren.” Ook paarden kunnen dit ‘pubergedrag’ vertonen. Machteld: “Als ze zijn gespeend, breekt een fase aan waarin ze de wereld ontdekken. Ze moeten sociale codes leren en communiceren met andere paarden. Soms gaan ze daarin te ver en worden ze gecorrigeerd door elkaar of door oudere dieren, zo leren ze waar hun grenzen liggen. Wij mensen kunnen ze dat niet leren.”

Schril contrast

Tot zover de wilde paarden, maar hoe zit het dan met ons gedomesticeerde dressuurpaard? “Tot 2,5 jaar lijkt de situatie nog behoorlijk op die van in het wild. Veel dressuurpaarden worden in grotere koppels opgefokt. Dit is goed, al pleit ik er wel voor om altijd minimaal één wijs en rustig ouder paard tussen de jonkies te zetten die voorbeeldgedrag kan vertonen en de boel kan corrigeren als dat nodig is”, vertelt Machteld. De situatie verandert echter drastisch als de paarden – meestal als ze 2,5 jaar zijn – uit de koppel worden gehaald om hun carrière onder het zadel te beginnen. “Ze worden opeens in hun uppie op stal gezet en komen, als ze geluk hebben, een uurtje per dag buiten. Dat is een enorm contrast met hun leventje van daarvoor, met soortgenoten in de wei.

Geleidelijke overgang

Machteld benadrukt dat ze wel vindt dat paarden moeten leren in individuele boxen te staan (mits die voldoende groot zijn en ze 24 uur per dag andere paarden kunnen zien), maar ze pleit ervoor om de overgang meer geleidelijk te laten verlopen, zodat het paard aan de nieuwe situatie kan wennen. Datzelfde geldt voor het beleren. “Ook dat gaat vaak heel abrupt. Longeren, een zadel en vervolgens een ruiter erop. Die stappen zijn voor een paard vaak veel te groot om te begrijpen, het is niet gek dat hij daar op een gegeven moment tegen in het verzet komt. Daarbij communiceren mensen soms onvoorspelbaar naar het paard, dat snapt hij niet goed. Veel ruiters passen niet de juiste leerprincipes toe: ze zijn niet consequent genoeg, hebben een verkeerde timing of belonen en straffen op een verkeerde manier.”

Kleine stapjes

Hoe zou het dan wel moeten? Machteld vertelt dat onderzoek uitwijst dat hoe afwisselender de leefomstandigheden van het jonge paard zijn, hoe beter het met andere omstandigheden kan omgaan. “En het is goed om veel meer vanuit de beleving van het paard te denken: hoe maken we de stapjes zo klein mogelijk, zodat hij het beter begrijpt? Verder moet je altijd goed in de gaten houden of het paard mentaal en fysiek aankan wat je van hem vraagt en of het geen lichamelijke ongemakken heeft. Als paarden fysiek goed in orde zijn, dan willen ruiters vaak te snel te veel. Denk eraan dat spieren veel sneller adapteren dan pezen, ligamenten en kraakbeen.”

Ouder paard erbij

Machteld van Dierendonck. Foto: www.arnd.nl

Een goede tip van Machteld is om paarden iets nieuws te leren met een ouder, ervaren paard erbij. “Hierdoor is het jonge paard niet sociaal geïsoleerd waardoor het beter op jou zal gaan letten.” En zelfs als alle voorwaarden voor het paard optimaal zijn, dan nog kan een paard zijn grenzen – of die van zijn ruiter! – nog wel eens opzoeken, weet Machteld van Dierendonck. Gewoon omdat dat biologisch zo is bepaald.

Goede opvoeding

Dressuuramazone Kirsten Brouwer heeft talloze jonge paarden onder het zadel gehad en weet dus als geen ander dat deze nog wel eens iets willen proberen. Ook zij is echter van mening dat het ‘pubergedrag’ van paarden in de meeste gevallen wordt veroorzaakt door hoe je met het paard omgaat. “Mijn ervaring is dat de paarden die ik vanaf het begin zelf rijd, eigenlijk nooit problemen geven. Het zijn vaak de paarden die ik van een ander overneem: die begrijpen niet goed wat ik van ze wil. Alles is nieuw en anders voor ze en dan willen ze wel eens ‘nee’ zeggen als ik wat van ze vraag.”

Geen beperkingen

Als Kirsten met zo’n paard aan de slag gaat, moet ze er eerst zeker van zijn dat het paard niets mankeert. Van een paard met pijn of andere ongemakken kun je tenslotte niet verwachten dat het goed loopt. Is het paard gezond, dan begint de ‘opvoeding’ al op de grond. “Het helpt echt als je ervoor zorgt dat het paard goed luistert als je ernaast staat. Op de poetsplaats, tijdens het meelopen of longeren: zorg ervoor dat het goed reageert op je hulpen of aanwijzingen. Bij het longeren kun je een paard iets bijzetten zodat hij fijn en los over de rug loopt. Ook daar heb je onder het zadel profijt van.”

Altijd voorwaarts

Eenmaal in het zadel is het vooral zaak om consequent en duidelijk te zijn als ruiter. “Hier gaat het vaak mis. Het paard begrijpt de hulpen niet, bijvoorbeeld omdat de ruiter tegelijkertijd been en teugelhulpen geeft. Je geeft óf gas, of je remt, denk dus goed na over wat je precies aan het doen bent. Als je het begrijpelijk maakt voor je paard, snapt hij het vaak wel en zal hij ook niet in verzet komen.” Gaat het toch mis en uit het paard dit door bijvoorbeeld te staken, dan is voorwaarts rijden het devies van Kirsten. “Ik los problemen eigenlijk altijd voorwaarts op. Het is sowieso belangrijk dat een paard altijd voorwaartse drang houdt, en als ze voorwaarts gaan, kunnen ze bovendien ook niet makkelijk steigeren of bokken. Sommige ruiters vinden het eng om een paard erg naar voren te rijden, maar het is dus zelfs veiliger voor degene die erop zit.” De amazone hamert erop dat als het paard voorwaarts gaat, de ruiter dit natuurlijk wel moet toestaan aan de voorkant. “Lukt het niet om het paard zelf vooruit te krijgen, vraag dan iemand om in de bak te gaan staan en het paard vanaf de grond aan te drijven met bijvoorbeeld de zweep. Als het dan een aantal keer wel goed gaat, zal het paard snappen dat het de bedoeling is om voorwaarts te blijven gaan.”

Positief bekrachtigen

Net als Machteld vindt Kirsten ook timing en beloning erg belangrijk. “Ik wil mijn paarden graag motiveren. Dat betekent dat als het paard de goede reactie geeft, ik dit beloon. Soms heel overdreven, bijvoorbeeld bij een paard dat in de staak zit. Als die toch vooruit gaat, ook al is dat met zijn hoofd in de lucht, prijs ik hem de hemel in. Zo leert hij dat de voorwaartse reactie de goede is, de houding komt dan later wel weer.” Je moet als ruiter dus wel aanvoelen welke hulp of reactie je paard op welk moment nodig heeft. Gevoel en timing is hierbij erg belangrijk, beaamt Kirsten. Lachend: “Daarom is paardrijden ook zo moeilijk!”

Terug naar de basis

Het ene paard is daarbij het andere niet. “De één zegt heel snel ‘nee’ als je wat vraagt, de ander pikt veel meer voordat hij in verzet komt. En bij praktisch alle paarden komt een keer een moment dat ze het moeilijk krijgen, bijvoorbeeld omdat je meer van ze gaat vragen en ze hierdoor hun spieren gaan voelen. Soms moeten ze daar gewoon even doorheen, maar als je dit als ruiter goed aanvoelt, even teruggaat naar de basis en eerlijk, duidelijk en consequent blijft, is het zeker op te lossen.”

Bron: Dressuur

Tekst: Marije Stomps

Meer lezen van Dressuur? Neem dan nu een abonnement of koop een losse editie van het magazine in de webshop!

Lees ook