Oefening voor betere verruimingen • Dressuur Magazine Ga naar hoofdinhoud

Oefening voor betere verruimingen

Foto: Quillemette Kraaikamp

Omdat lang niet iedereen een paard heeft dat van nature extreem kan verruimen, moeten we dat onze paarden leren. Wat moet je als ruiter kunnen? En welke oefeningen kan je gebruiken om je paard (beter) te leren verruimen?

Het oefenen van verruimen is de eerste stap op weg naar de uitgestrekte gangen. Je gebruikt het verruimen als oefening, waarbij je ritme, kadans en balans niet verloren mogen gaan. Als een paard verruimt in zijn passen, verlengt hij zijn hele lichaam, zijn ‘frame’. Zijn passen worden groter, ‘hij pakt meer bodem’. Het paard blijft daarbij naar het bit reiken, swingt door zijn rug en zet zijn achterbenen verder onder de massa om zo meer impuls te krijgen. Ritme, takt en tempo moeten daarbij hetzelfde blijven. Er moet een bergopwaartse balans te zien zijn en zowel de voor- als de achterbenen moeten verruimen.

Veelgemaakte fouten bij het verruimen

  • Aandraven of aangalopperen
  • Taktfouten
  • Wegrennen
  • Hoofd omhoog en rug uitdrukken
  • Achterbenen komen achter de massa (hakken in de staart)
  • Paard rekt wel aan de voorkant maar niet achter het zadel
  • Paard wordt te kort in de hals
  • Balansverlies in de overgangen

Het merendeel van deze fouten ontstaan als de ruiter probeert om het paard ‘aan te zetten’ voor de verruiming, zonder eerst een goede balans en verbinding te hebben.

Wat moet je als ruiter kunnen?

Om een goede verruiming te kunnen rijden moet je als ruiter eerst een paar dingen voor elkaar hebben:

  • Je moet onafhankelijk kunnen zitten en de beweging van je paard kunnen volgen.
  • Je moet een elastisch contact met de mond kunnen onderhouden, je hand moet niet terugwerken in de verruiming, maar je moet de teugels ook niet losgooien.
  • Je moet in staat zijn om een halve ophouding te maken, dit is cruciaal om je paard in balans te houden
  • Je moet weten hoe je de achterhand van je paard ‘aan’ zet.

De hulpen voor een goede verruiming

In het algemeen moet je bij een verruiming proberen om zo subtiel mogelijk te werk te gaan. Het is niet de bedoeling dat je met een grote schop je paard vooruit probeert te krijgen.

  1. Verhoog de impuls langzaam maar zeker, zorg voor elastisch contact en houd de energie in je paard, door het gebruik van halve ophoudingen.
  2. Houd je paard recht en duw je handen voorzichtig een klein stukje van je af. Vraag je paard om een paar grotere passen zonder impulsverlies. Doe dit niet abrupt, dat zorgt voor verlies van balans en ritme. Hij zal dan waarschijnlijk op de voorhand vallen en gaan rennen.
  3. Zorg ervoor dat je niet achterover leunt en achter de beweging terecht komt of met je zit gaat drijven. Dat zorgt voor een holle rug en is niet prettig voor je paard.
  4. Voor de overgang terug ga je goed rechtop zitten, houd je je been er aan en sluit je je handen om de energie ‘in je paard’ te houden.
  5. Gedurende de hele oefening moet je contact houden, maar de impuls uit de achterhand niet belemmeren. Stap niet in de valkuil van het proberen je paard te balanceren met de teugels, dat leidt alleen tot een holle rug.

Oefening voor betere verruimingen in draf en galop

Rijd de lange zijde af en maak een halve ophouding vlak voordat je de eerste bocht van de korte zijde in rijdt. Zorg dat je teugels goed op maat zijn. Je paard wordt nu iets op de achterhand gezet.

Rijd de tweede bocht van de korte zijde een beetje in schoudervoor. Zo komt het binnenachterbeen nog wat verder onder de massa.

Als je volgende lange zijde oprijdt, maak dan je paard recht, duw je handen heel klein van je af en maak je contact iets zachter. Geef een beenhulp op of vlak achter de singel, waardoor je paard naar voren gaat strekken met hoofd en hals om het contact te volgen. Blijf je benen gebruiken om je paard uit te nodigen de passen te verlengen.

Doe dit in eerste instantie maar een paar passen en voer dit langzaam op. Je paard moet in balans kunnen blijven gedurende de hele verruiming. Vraag niet te snel te veel.

Terugrijden cruciaal

Als het op de lange zijde lukt, probeer het dan op de diagonaal. Het terugrijden is van cruciaal belang om je paard in balans te krijgen en hem aan de hulpen te houden. Gebruik ook hiervoor een halve ophouding en doe dit voordat je weer een bocht of hoek in gaat. Als dit alles in draf lukt, kan je het ook in galop gaan proberen. Ook weer eerst maar enkele passen.

Zorg er altijd voor dat je het paard goed bij elkaar hebt voordat je een verruiming vraagt en ga in het begin lichtrijden in de draf om het makkelijker te maken. Je kan dan ook langzaam lichtrijden om te voorkomen dat je paard versnelt.

Ook in stap kan je de bovenstaande oefening gebruiken. Bij een verruimde stap moet je paard actief blijven en onder stappen.

Bron: Howtodressage.com

hrlijn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Lees ook