Naar een beter ruggebruik met Hester Bransen: Oefenen in galop • Dressuur Magazine Ga naar hoofdinhoud

Naar een beter ruggebruik met Hester Bransen: Oefenen in galop

Foto: Jessica Pijlman | www.madebyjessy.com

Een paard dat zijn rug goed gebruikt is fijn te rijden, goed uit te zitten en heeft een mooie, elastische aanleuning. Maar hoe krijg je dat voor elkaar? Hester Bransen van Ruitergevoel.com legt uit wat goed ruggebruik nou eigenlijk is en hoe je je paard zó kunt gymnastiseren dat hij je steeds beter laat zitten. Vandaag oefenen we met en in de galop.

Hester: “Bij galop zit de meeste beweging in andere gewrichten dan bij draf. Door te galopperen krijg je meer flexibiliteit in de rug, na galop lopen paarden vaak veel lekkerder dan daarvoor. In galop ontstaat veel meer beweging in bekken, heup en knie. Omdat galop een paard zo lekker losmaakt, ga ik altijd vrij vroeg in de traing galopperen” vertelt Hester. Lachend: “Het is geen vaststaande regel dat je eerst 30 minuten moet draven voordat je galopwerk gaat oefenen! Vaak ga ik in de warming up na wat kort draven, al galopperen. Na het losrijden begin ik vaak de training in galop. Daarna doe ik pas de drafreprise.”

Billen naar binnen?

“Vaak valt me op, dat paarden in galop wat scheef trekken. Veel paarden galopperen met hun billen naar binnen. Daarmee onttrekken ze zich wat aan de opwaartse buiging, het bollen van de rug. Wanneer ze sporen, voorbenen voor de achterbenen, of zelfs hun binnenachterbeen wat meer onder de massa zetten, dan ontstaat een meer opwaartse buiging in het lijf. Daardoor krijgt de rug meer bolling en rek.” Hester: “Ik zeg vaak tegen mensen dat ze ‘een regenboog’ moeten springen in galop.”

Ruggebruik verbeteren in galop

Hoe kom je aan die regenboog? Welke oefeningen kan je doen om het ruggebruik van je paard in galop te verbeteren? Hester heeft twee opties: “Als je al iets handiger bent, dan kun je in galop ietsje schoudervoor gaan rijden. Daarbij moet je je paard niet overbuigen in de hals maar de schouder iets vóór het binnenachterbeen zetten. Let op dat je niet ‘kontje buitenwaarts’ gaat rijden. Het is niet de bedoeling dat je de billen naar buiten drukt, de schouder moet geplaatst worden. Als dit nog te lastig is, of als je paard gaat overbuigen in de hals, dan is het wijken van de hoefslag af een goed alternatief.”

Wijken van de hoefslag

“De ruiter neemt hierbij een beetje stelling naar buiten en gaat op de lange zijde wijken voor buitenbeen, in galop” legt Hester uit. “Op deze manier plaats je de schouder van je paard voor het binnenachterbeen. Zo is het lichaam in elk geval goed uitgelijnd. Je hoeft je in deze fase nog niet druk te maken over de hals. Het is niet erg als je paard een beetje naar buiten kijkt. Het doel is om juist het lijf de goede kant op te krijgen. Het paard moet vanuit de binnenschouder naar binnen springen en niet vanuit de kont. Die schouder moet voor de achterhand gezet worden. Je wijkt als het ware de schouder iets naar binnen.

Niet te gek

“Let op dat je niet te veel zijwaarts gaat” waarschuwt Hester. “Het liefst rijd je na een paar passen wijken in galop, weer rechtuit verder in galop. Wat soms fout gaat, is dat er een enorme pas zijwaarts is, of dat het paard snel veel passen naar binnen valt. Vaak is het moeilijker om een klein beetje te doen. Rijd liever over de hele lange zijde maar 1 meter opzij, dan in één keer een heel eind zijwaarts en de rest van de lange zijde niet meer. Je wil afdruk vanuit het binnenachterbeen, je paard moet in balans blijven en opwaartse buiging maken, regenbogen springen.”

Ideale galop

“Door het oefenen met deze galopoefeningen kun je de draf verbeteren” vertelt Hester. “Omgekeerd wordt door heel veel te draven de galop niet beter. Een valkuil is dat veel mensen te langzaam galopperen. Soms wordt er gedacht dat dit mooi beheerst is, maar er gebeurt dan niks in de rug. Soms is het best moeilijk om in te schatten wat het juiste tempo moet zijn.”

Galop is een drietakt

Hester legt uit hoe het met de takt zit: “De galop moet een drietakt zijn. Luister naar het ritme waarin je paard landt: Je moet drie keer het hoefje op de grond horen (ka-ta-klop). In galop komt eerst het buitenachterbeen aan de grond, dan de diagonaal buitenvoor en binnenachter tegelijkertijd en tenslotte het binnenvoorbeen. Als de takt niet helemaal klopt, dan is meestal het voorbeen van de diagonaal iets eerder, de twee voeten landen dan niet precies tegelijkertijd. Je voelt een soort tussenhupsje in de galop. Zo’n vierslag galop, dat willen we niet.

Oefenen met taktmatig galopperen

“Als je zo’n vierslag galop onder je voelt, dan is de oplossing om even naar voren te rijden op twee kuiten. Je paard krijgt dan meer sprong en daarmee los je het vaak wel op. Door eventjes impuls op te halen en een iets hoger tempo te galopperen krijg je de drietakt wel weer terug. Als je dat weer hebt, ga dan wat passief gaan zitten en laat je paard terugkomen naar het normale tempo. Zodra je weer zo’n vierslag voelt, rijd dan weer naar voren. Let op: het is niet de bedoeling dat je been blijft geven om hem in galop te houden!” waarschuwt Hester. “Blijf steeds alert, maar blijf niet steeds drijven. Als je voelt dat hij eruit gaat vallen, dan geef je een hulp. Hij moet leren om te blijven galopperen zonder dat jij hem continu blijft helpen. ‘Ga maar zitten zoals je in stap zit’, zeg ik vaak. Veel paarden vallen dan meteen uit de galop. Dat hoef je niet te bestraffen, maar je moet je paard wel aanleren dat hij blijft galopperen zonder dat jij constant drijft. Dat is niet moeilijk, paarden leren dat vrij snel, maar je moet het wel even doen. Daarbij moet je ook iets harder durven gaan, want als je been geeft dan moet hij versnellen. Er moet wel echt verschil zijn als je een hulp geeft!” benadrukt Hester.

Verzamelde galop

“Overigens is een viertakt galop niet altijd slecht. Een paard dat heel verzameld kan galopperen zal juist het áchterbeen van de diagonaal eerder neerzetten. Zo neemt hij nog meer gewicht op de achterhand. Een dergelijke verzamelde galop heb je bijvoorbeeld nodig om een pirouette te kunnen rijden”  sluit Hester af.

Bron: Dressuur.nl

Hester Bransen van Ruitergevoel werd in 2019 gekozen tot hippisch instructrice en docent van het jaar. Haar gratis E-book ‘De vier elementen van een correcte houding en zit’ helpt ruiters om beter te zitten en beter te communiceren met hun paard tijdens het rijden. Haar onlinetraining ‘Paardrijden met ruitergevoel’ draait om hoe je meer trainingseffect krijgt met minder hulpen.

Meer lezen van Dressuur? Neem dan nu een abonnement of koop een losse editie van het magazine in de webshop!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Lees ook