De keertwending oefenen met Lotje Schoots • Dressuur Magazine Ga naar hoofdinhoud

De keertwending oefenen met Lotje Schoots

Foto: Arnd Bronkhorst www.arnd.nl

Eenmaal aangekomen in de klasse M2 staat de keertwending op het programma. Voor veel ruiters en paarden een lastige oefening die nogal wat training en voorbereiding vraagt. Dressuurtopper Lotje Schoots helpt je er doorheen met wat handige tips en adviezen.

Hoe rijd je een correcte keertwending?

Lotje: ‘Bij een correcte keertwending is het van belang dat het paard in de goede buiging met zijn voorhand om de achterhand stapt. De passen moeten gelijkmatig zijn en het paard moet actief blijven in het zelfde ritme. De voorbereiding is altijd het halve werk. Als jij en je paard goed getraind zijn in de keerwendingen dat zet je de oefening in vanuit een lichte schouder voor. Je draait de voorhand om door de buitenschouder te begrenzen. Je buitenbeen leg je iets naar achteren zodat je de achterhand begrenst en deze onder de massa blijft en niet uitzwaait.

Waarom kan het een lastige oefening zijn?

‘Allereerst is de gehoorzaamheid aan het been heel belangrijk. Ondanks dat het een verzamelde oefening is moet het paard wel actief zijn. Daarbij heeft hij draagkracht nodig om zijn gewicht te dragen en moet hij los zijn in het lijf zodat hij vloeiend door de buiging komt.’

Wat zijn belangrijke aandachtspunten?

‘De activiteit, het ritme en de buiging zijn de drie belangrijkste punten. Persoonlijk zie ik liever een keer een iets te grote keertwending waarbij het paard wel een goede activiteit behoudt en in het juiste ritme en buiging de oefening doorgaat, dan dat de ruiter de keertwending te klein maakt waardoor je deze drie punten verliest.’

Heb je nog een aantal praktische tips?

‘Ik begin zelf altijd met travers rijden, eerst op een rechte lijn daarna op een volte. Het ritme en de activiteit moeten daarbij hetzelfde blijven, ook als ik de volte kleiner probeer te maken. Zo speel je er steeds een beetje mee zodat het paard er handiger mee wordt. Als paarden het goed snappen en ze juist voor je uit gaan denken, dan rij ik kwartkeertwendingen en draaf er bijvoorbeeld eentje weg zodat ze voorwaarts blijven denken.’

Wat als je paard met één kant meer moeite heeft?

‘De kant waar het paard meer moeite mee heeft, besteed ik altijd wat meer aandacht aan. Ik neem die kant wat vaker mee in de training en probeer hem net nog iets verder door te buigen zodat je het paard nog verder gymnastiseert aan zijn moeilijkere kant.’

Bron: Dressuur

Meer lezen van Dressuur? Neem dan nu een abonnement of koop een losse editie van het magazine in de webshop!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Lees ook