Een beter ruitergevoel in 4 stappen • Dressuur Magazine Ga naar hoofdinhoud

Een beter ruitergevoel in 4 stappen

Foto: Lysanne Eijlander
Foto: Lysanne Eijlander

Om een betere ruiter te worden moet je trainen. Oefening baart kunst. Vergeet alleen niet om af en toe ook stil te staan! Evalueren hoe het rijden op dit moment gaat, helpt je om je actiepunten bij te stellen. Aan de hand van vier stappen kun je jouw ruitergevoel laten groeien, instructeur en coach Marlies van Schelven vertelt ons hoe.

Stap 1: Ken jezelf

Paardrijden heeft veel fysieke elementen, je bent in beweging. Maar bij het aanleren van een sport heb je ook te maken met persoonlijke kenmerken. Deze kenmerken zeggen iets over hoe je het groeiproces aanpakt. Neem je persoonlijke kenmerken onder de loep door het beantwoorden van de volgende vragen:

  • Leren: Op wat voor manier verwerk jij het liefste (nieuwe) informatie? Bijvoorbeeld: Uitproberen of op onderzoek gaan? Gedetailleerde uitleg of het grote geheel in beeld? Toekomstgerichtheid of gericht op het heden? Stapsgewijze uitleg of verbanden leggen.
  • Mindset: Wat is je motto? Wat zeg jij tegen jezelf tijdens het rijden?
  • Motivatie: Wat zijn jouw drijfveren om de paardensport te beoefenen?
  • Focus: Hoe goed kun jij je concentreren tijdens het rijden?
  • Signalen oppikken: Hoe goed ben jij in het oppikken van en reageren op signalen vanuit jezelf en de omgeving?
  • Ervaring: Hoeveel ervaring heb je? En hoe goed zijn die ervaringen?

Bekijk wat je hebt opgeschreven. Welke conclusies trek je hieruit en zijn er antwoorden die met elkaar te maken hebben? Om een breder beeld te krijgen, kun je dit met een vriend(in) of instructeur bespreken.

Stap 2: Weet hoe je beweegt

Vergelijk wat jij makkelijk en moeilijk vindt met de vaardigheden voor paardrijden (zie tabel). Je ontdekt dan jouw actiepunten. In de bewegingswetenschap is onderzoek gedaan naar de soorten vaardigheden die voor sport belangrijk zijn. Wetenschapper S.W. Keele heeft de ‘General Coördination Factors’ samengesteld. Een lijst met vaardigheden die voor sportbeoefening belangrijk zijn. In de tabel vind je een aangepaste versie gebaseerd op paardensport. Gebruik die als checklist en bekijk een video van jezelf te paard om te ontdekken hoe je beweegt. Schrijf al je bevindingen op en vergelijk het met de checklist. Wat doe je makkelijk en welke vaardigheden kunnen nog wat oefening gebruiken?

Stap 3: Leren, onthouden en blijven doen: breinproof te werk gaan

Wanneer je opstapt en gaat rijden, wordt het programma ‘paardrijden’ uit je langetermijngeheugen opgehaald. Zo’n programma zijn hersencellen (neuronen) die zich met elkaar hebben verbonden door samen chemische signalen te vuren. Alles wat je denkt, doet en voelt is een neuraal netwerk van samen vurende neuronen. In het begin is zo’n netwerk nog niet zo sterk, maar wanneer je iets vaker denkt, doet of voelt wordt het neurale netwerk sterker. De verbindingen worden sterker. Dit verklaart waarom je vaak dezelfde gedachtes hebt of op dezelfde manier reageert. Je hebt dan sterke neurale netwerken in je brein ontwikkeld. Het is dus de kunst om dit programma (oftewel de neurale netwerken) waar nodig aan te passen en in je lange termijn geheugen te bewaren. Hoe pak je dit aan? 

Tip 1: Gebruik je zintuigen
Probeer wat je doet en leert te associëren met iets wat voor jou verwant is met dat moment. Hoe meer associaties je hebt, hoe uitgebreider het neurale netwerk wordt. Zet al je zintuigen in bij het associëren. Je leert namelijk de context mee. Bijvoorbeeld wanneer je tijdens het studeren kauwgom eet, maak je het examen waarschijnlijk beter als je dan ook kauwgom eet. Je hebt de kauwgom als context meegeleerd.

Tip 2: Zorg voor een kapstok
Je hebt een kapstok nodig om al je nieuwe kennis en vaardigheden aan op te hangen. Dit kun je doen door na het rijden voor jezelf te benoemen wat je huiswerk voor de volgende keer is. Haal dit huiswerk weer op zodra je weer gaat rijden. Je hoeft het huiswerk niet rijtechnisch gedetailleerd te benoemen. Een gevoel, gedachte of andere associatie die je met dat moment associeert, kan ook.

Tip 3: Leg de aandacht buiten jezelf
Je onthoudt veel beter wanneer je niet druk bent met de regels van de sport. Leg de aandacht buiten jezelf. Voorbeelden: Laat je als een magneet naar C toe trekken, ga op de achterbenen zitten, denk omhoog, houd de hals voor je. 

Tip 4: Train je concentratie
Zorg voor een soort flow waarin je continu de juiste netwerken laat vuren. Je bent je bewust van elke kleine verandering bij jezelf en bij het paard en je kan hierop reageren. Je hebt dus een diepe concentratie nodig om dit op te merken en meteen te kunnen corrigeren.

Stap 4: Prikkel je drive

Je drive, oftewel je motivatie, is heel belangrijk. Het is de brandstof die je motor doet draaien. Het is een gretigheid om stappen te gaan zetten. Stel jezelf de vraag: Welk cijfer tussen 1 en 10 geef ik mijn motivatie en wat kan ik doen om dat cijfer te verhogen? Om je motivatie extra te prikkelen, kun je kijken naar iemand die je ziet als rolmodel. Wat doet diegene en hoe kun jij dat ook voor elkaar krijgen? Daarnaast kun je jouw actiepunten met een vriend(in) of instructeur bespreken. Diegene fungeert dan als een stok achter de deur en daarnaast brengt het uitspreken van je doelen je ook al in beweging. Je bent begonnen voordat je het door hebt. Veel succes!

Bron: Dressuur
Tekst: Marlies van Schelven