Dressuur rijden om je paard heel te houden: verticaal evenwicht • Dressuur Magazine Ga naar hoofdinhoud

Dressuur rijden om je paard heel te houden: verticaal evenwicht

Foto: Arnd Bronkhorst www.arnd.nl

Hoe kan dressuur helpen om je paard gelukkig en gezond te houden? Het antwoord op die vraag ligt in het begrip ‘evenwicht’. Deze week kijken we naar het evenwicht tussen links en rechts, dat in de klassieke dressuur vaak het ‘verticale evenwicht’ wordt genoemd.

“Het paard is er niet voor de dressuur, maar de dressuur is er voor het paard” is een bekende uitspraak. Het is bovendien waar: wanneer we met behulp van dressuur de balans en kracht van ons paard verbeteren, blijft hij langer gezond en fit. Een gebrek aan balans leidt onvermijdelijk tot stress en spanning. Als je balans nastreeft, moet je proberen om dat op een zo ontspannen mogelijke manier trainen.

Scheef paard

Een paard kan onbalans hebben in zijn horizontale evenwicht, waarbij hij teveel op de voorhand loopt. Tips voor het verbeteren van dat horizontale evenwicht, kan je lezen in het artikel van vorige week. Maar het evenwicht van een paard kan ook in de verticale lijn verstoord worden, het paard loopt dan niet helemaal rechtop, maar hangt of ‘valt’ wat naar links of naar rechts. Zo’n paard verdeelt zijn gewicht dus niet goed.

Elk paard is van nature wat scheef,  net zoals mensen links- of rechtshandig zijn. Maar wat de verticale balans bij een paard nog lastiger maakt, is het feit dat zijn heupen breder zijn dan zijn schouders. Zijn wijde achterhand maakt het voor een paard heel lastig om kaarsrecht te bewegen. Als jij denkt dat je paard rechtuit langs de bakrand loopt, zal hij vaak nét iets met zijn binnenachtervoet naar binnen lopen.

Op de buitenschouder gevallen

Wanneer een paard bijvoorbeeld op de rechterhand loopt, zal zijn rechterachterbeen iets meer gewicht dragen. Daardoor duwt dat been iets krachtiger af. Daardoor worden de schouders juist wat naar links gedrukt. Dat resulteert er in dat het paard ‘zwaarder’ voelt in je linkerhand. Een paard dat het zelf uit mag zoeken, zal nooit helemaal recht lopen! Dat komt eenvoudigweg voort uit zijn bouw. Jij als ruiter moet hem dus recht en in balans onder je rijden.

Als ruiter kan je je paard helpen, door hem te vragen heel licht schoudervoor te komen en zijn binnenachterbeen wat verder onder de massa te plaatsen. Daarmee wordt het spoor van de achterbenen wat smaller en is het gemakkelijker om echt rechtuit te rijden.

Een rechter paard met schoudervoor

Om je paard echt recht te maken, moet het binnenachterbeen dus meer onder de massa komen, waardoor de achterbenen wat minder ver uit elkaar staan en de achterhoeven kunnen gaan ‘sporen’ in dezelfde lijn als de voorhoeven. Het binnenachterbeen van je paard moet daarbij recht achter zijn binnenvoorbeen geplaatst worden. Kijk maar eens in de spiegel aan het einde van de lange zijde, als je die hebt. Dan kun je zien hoe de natuurlijke situatie eruit ziet en wat er gebeurt als je daar iets aan probeert te verbeteren.

In eerste instantie zal je paard, wanneer je hem vraagt om zijn binnenachterbeen achter het binnenvoorbeen te zetten, uitzwaaien met zijn kont, naar buiten. Zijn buitenachterbeen spoort dan niet meer met het buitenvoorbeen. Dat was natuurlijk niet de bedoeling! Gebruik daarom je buitenbeen om de achterhand op zijn plaats te houden en rijd met je binnenbeen naar de buitenteugel.

Standaard

Zo’n hele subtiele schoudervoor is eigenlijk de standaardmanier waarop je een rechte lijn moet rijden. Schoudervoor is in die zin niet echt een oefening, het moet vooral een gewoonte worden. Let op: we hebben het hier niet over schouderbinnenwaarts, waarbij het paard schaart en één voorbeen op de binnenhoefslag terecht komt. Dat is wat anders. Schoudervoor rijden betekent simpelweg dat je je paard recht rijdt en dat is iets dat je altijd zou moeten doen.

Oefening voor schoudervoor

Gebruik de spiegel aan het einde van de lange zijde of vraag een stalgenootje om je te filmen als je recht op haar of hem afrijdt. Een handige oefening om je te helpen met het rechter maken van je paard en het verbeteren van de verticale balans is de volgende:

  • Op de rechterhand vraag je een klein beetje rechterbuiging. Zorg dat je een goede verbinding hebt tussen je binnenbeen en je buitenteugel. Eventueel kan je eerst een grote volte rijden.
  • Kijk voor je uit en vraag je paard om met zijn rechter achterbeen tussen de sporen van zijn voorbenen te gaan.
  • Check (in de spiegel) dat je zijn linkerachterbeen niet ziet uitzwaaien naar buiten.

Je paard zal dit in het begin heel moeilijk vinden. En ook voor jezelf kan het even wat coördinatie vragen. Blijf gewoon rustig oefenen en geef het niet te snel op. Als het lukt probeer je dit eerst ook in stap op de andere hand. Daarna kan je schoudervoor ook in draf en galop proberen.

Halve ophouding

Voor het verbeteren van de balans van je paard, is het heel handig als je de halve ophouding onder de knie hebt. Dit is een combinatie hulp van zit, been en hand. Je zet je paard er wat meer mee op de achterhand. Een halve ophouding heeft drie fases: Ga – Ho – Zacht. Deze drie komen direct achter elkaar.

Ga: Dit is de fase waarin je paard zijn binnenachterbeen onderzet en je de voorwaartse drang voelt. Je voelt in je hand dat hij naar het bit komt.
Ho: Dit is de fase waarin je verzameling kan vragen, op het moment dat je paard zijn achterbeen buigt. Sluit je zit en je been en stop in je hand kort met meebewegen, zo vraag je hem om iets terug te komen en meer gewicht op te nemen achter. In een correcte halve ophouding wordt de hals niet korter en blijft je paard naar het bit lopen.
Zacht: Je geeft je paard ruimte om te ademen door iets te ontspannen. Hij kan dan weer opnieuw voorwaartse impuls ontwikkelen.

Combinatie van oefeningen

Voor een betere balans – zowel horizontaal als verticaal – kun je de oefeningen nu gaan combineren. Rijd licht schoudervoor door de baan en maak je overgangen steeds bij dezelfde letters, zodat je paard weet wat er gaat komen. Dit helpt om de hulpen subtieler te kunnen geven en houdt hem beter in balans in de overgangen.

  • Rijd in draf en begin zo’n vijf passen vóór de letter waar je een overgang naar stap wilt rijden met het maken van halve ophoudingen.
  • Houd je paard voorwaarts tot je bij de letter komt waar je wilt stappen.
  • Maak de overgang bij de letter

Probeer goed te voelen wat er gebeurt en analyseer dat. Bleef je paard actief in de halve ophoudingen en in de overgang? Viel hij niet op zijn voorhand toen hij naar stap ging?

Maak nu een overgang naar draf en vraag hem daarbij om van achteruit te beginnen. Rijd beide overgangen meerdere keren op dezelfde plek. Je zult zien dat het steeds beter gaat.

Conclusie: horizontaal en verticaal in balans

Een paard dat niet op de voorhand valt en recht is, zal niet alleen beter scoren in de wedstrijdring, maar ook veel minder blessures hebben. Een paard dat in balans kan lopen over vier benen, krijgt betere coördinatie en blijft langer gezond en fit. Zo’n paard krijgt minder druk op zijn gewrichten en het in balans rijden voorkomt dat de pezen van de voorbenen bij elke overgang terug een schok te verwerken krijgen. Dressuur voor het paard dus!

Lees ook deel 1 over Horizontale Balans

Bron: Howtodressage

Meer lezen van Dressuur? Neem dan nu een abonnement of koop een losse editie van het magazine in de webshop!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Lees ook