De uitdagingen van een groot paard • Dressuur Magazine Ga naar hoofdinhoud

De uitdagingen van een groot paard

Foto: www.arnd.nl

Grotere paarden hebben vaak veel uitstraling en als ze goed aan de hulpen staan, kunnen ze hoog scoren in de ring. Grote paarden kunnen echter ook heel lastig te rijden zijn, zeker voor wat kleinere amazones en ruiters. Hoe komt dat en welke oefeningen kan je gebruiken om een XL-paard aan de hulpen te krijgen in een relatief kleine dressuurbaan?

Of je nu zelf groot of klein bent, paarden met grote bewegingen zijn vaak lastiger om aan het bit en in verbinding te rijden. Wanneer paard niet fijn tussen je been en je hand is, is hij ook mentaal niet gefocust op zijn ruiter. Dat betekent dat het paard sneller afgeleid zal zijn en eerder zal reageren op onverwachte geluiden, sneller zal schrikken of zelfs verzet zal tonen.

Groot paard: moeilijker uit te zitten

Wanneer een groot paard niet goed aan de hulpen staat, is hij bovendien niet comfortabel om op te zitten. Als hij zijn rug uitdrukt is het moeilijk om een groot paard te sturen en wenden en zal zijn balans ook niet goed zijn.

Een paard met een langere rug kan van nature wat zwakker zijn aan de achterkant en het zal in het algemeen wat langer duren voor een langer paard om sterk te worden dan voor een paard dat wat compacter gebouwd is. Lange, grote paarden lopen van nature vaak in een neerwaartse houding, waardoor het langer duurt voordat ze sterk genoeg zijn om meer te gaan ‘zitten’ aan de achterkant.

Grote paarden hebben ook meer tijd nodig om hun zwaartepunt aan te passen aan het extra gewicht van een ruiter op hun rug. Veel grotere paarden hebben ook grotere gangen. Hoewel een groot gaand paard er indrukwekkend uitziet, kan het zelfs in het lichtrijden al lastig zijn om zo’n paard uit te zitten. Om over doorzitten nog maar te zwijgen!

Aan het been

De enige manier om dit op te lossen, is door te zorgen dat je grote paard heel goed aan de hulpen komt. Hij moet scherp zijn op kleine hulpen, voordat je meer kan gaan verwachten en vragen. Begin met stapwerk en gebruik zijgangen zoals wijken voor het been en schoudervoor om de aandacht van je paard te krijgen. In stap heb je wat meer tijd om kritisch naar de reactie van je paard op de hulpen te kijken. Is hij gehoorzaam aan het been? Reageert hij op de kleinste hulp? Als dat gelukt is, kun je verder gaan met wat overgangen naar draf en galop.

Ook daarbij verwacht je dat je paard al op een kleine hulp reageert. Gebruik een grotere, duidelijk hulp als dat niet onmiddellijk het geval is. Herhaal de oefening totdat je paard al op de kleinere hulp weg is. Terwijl je je paard op deze manier gevoeliger voor het been maakt, moet je het teugelcontact licht houden. In dit stadium is het niet belangrijk of je paard aan het bit is, hij moet gewoon direct voorwaarts reageren op je drijvende hulp.

Halve ophoudingen voor balans

Wanneer je op deze manier rondrijdt, zullen de meeste grote paarden met hun gewicht op hun voorhand gaan ‘vallen’. De volgende stap is dan ook het maken van halve ophoudingen, om het paard in balans te brengen en houden.

Als je paard groot is en groot beweegt, heb je meestal een wat duidelijkere halve ophouding nodig dan bij een klein of compact paard. Gebruik je rompspieren en je grote rugspieren om je zit aan te trekken en je bekken te kantelen. Gebruik ook je bovenbenen en sluit je vingers om de teugels.

Als je dit goed timet, zal je paard leren om zijn gewicht naar achteren te brengen op deze hulp. Naarmate de reactie beter en sneller wordt, kan je de hulp weer kleiner maken. Wanneer je paard beter gaat reageren op zowel de voorwaartse hulp, als de halve ophouding, dan zal hij zijn rug meer gaan opbollen. Hierdoor wordt zijn beweging losser, elastischer en makkelijker uit te zitten.

Aan het bit is comfortabeler

Met het rijden van schoudervoor kan je vervolgens zorgen dat je paard zijn binnenachterbeen nog verder onder de massa brengt, waarmee zijn balans en verbinding verder verbeteren en de aanleuning nog meer bevestigd wordt. Zorg ervoor dat je paard aan de buitenteugel komt en gebruik niet meer binnenteugel dan strikt noodzakelijk om je paard in het gewenste spoor te houden.

Een paard dat echt aan het bit is, voelt ogenblikkelijk comfortabeler om op te rijden. Zijn passen zullen vloeiender zijn en hij voelt niet meer stijf, stuiterend of zwaar op de hand. Hij wordt beter te sturen en luistert ook beter op kleine hulpen. Als je wilt testen of je verbinding correct is kan je altijd je handen naar voren steken. Je paard moet je hand dan naar voren naar beneden volgen.

Stuiteren in draf verhelpen

Als je nog steeds moeite hebt om (door) te zitten op je grote paard, dan kan je proberen om je warming-up in een wat hoger tempo te rijden. Sommige grote paarden zijn lastig uit te zitten omdat ze traag bewegen in hun ledematen. Ze moeten wat snelheid en ritme ontwikkelen in hun bewegingen voordat ze meer kunnen gaan dragen. Zorg dat je zelf niet met je benen knijpt en voldoende rompstabiliteit hebt, zodat je niet door je paard voorover uit het zadel getrokken wordt.

Combinatie van strategieën

Een groot paard kan je dus comfortabeler uit te zitten krijgen, door ze scherp aan de hulpen te maken en beter aan het bit te laten komen. Zorg er voor dat je bij dit alles niet te veel teugel gebruikt. Als je in de problemen komt, ga dan terug naar de stap-draf overgangen om je paard weer aan de hulpen te krijgen. Wanneer het lukt om je hulpen steeds kleiner te maken en je verbinding lichter wordt, dan krijg je een veel makkelijker uit te zitten paard met meer focus op jou.

Bron: Howtodressage / Dressuur.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Lees ook