De gulden middenweg tussen geven en nemen • Dressuur Magazine Ga naar hoofdinhoud

De gulden middenweg tussen geven en nemen

Foto: Arnd Bronkhorst www.arnd.nl

Alhoewel teugelhulpen slechts een deel zijn van het paardrijden in het geheel, is het voor de effectiviteit van de zit- en beenhulpen wel belangrijk dat er een evenwicht is tussen geven en nemen met je handen. Teveel contact of te korte teugels of juist te weinig contact en doorhangende teugels, wat kun je doen om de gulden middenweg te vinden.
Horselistening zette het op een rijtje.

Te korte teugels

De ruiter houdt de teugels strak vast, trekt misschien zelfs wat aan de teugels en heeft weinig ruimte om na te geven met zijn handen. De spanning gaat ook via de armen van de ruiter naar de rest van zijn lichaam en veroorzaakt een strakke rug, een stugge zit en klemmende benen.

Het paard kan in dit geval zijn nek al dan niet stijf houden, maar door het getrek aan de teugels kan hij in ieder geval geen gebruik maken van zijn hals om in balans te blijven. Zijn passen zijn kort, zijn rug misschien weggedrukt en hij zal waarschijnlijk op zijn voorhand lopen.

Te lange teugels

De ruiter laat de teugels doorhangen, er is geen contact met de mond, behalve als de ruiter wil stoppen, een wending wil rijden of een overgang terug wil maken.

De hals van het paard is l-a-n-g en uitgerekt, zijn achterbenen stappen achter zijn lichaam aan en hij is waarschijnlijk ook op de voorhand en hol in zijn rug, maar dan om precies tegenovergestelde redenen.

Waarschijnlijk heb je deze twee uitersten wel eens gezien of misschien heb je zelf één van de twee of beiden wel eens meegmaakt in het rijden.
Er is helaas geen techniek, die voor iedere combinatie dé oplossing biedt, maar net als met zoveel dingen in het leven kun je wel proberen de gulden middenweg te vinden.

Probeer dit eens

  1. Zorg dat je je handen en armen in de juiste positie houdt. Terwijl je bovenarm langs je lichaam hangt, wijst je onderarm richting de mond van je paard, waarbij je een lichte L-vorm in je arm krijgt. Je ellebogen horen niet uit te steken of naar achteren te wijzen.
    Houd je handen net voor je zadel, niet te hoog en niet te veel ernaast. Beweeg ze vanaf dat punt niet verder naar voren, omhoog of opzij dan vier centimeter. (Lees hier meer tips over het nut van gebogen ellebogen)
  2. Je handen mogen niet naar achteren bewegen, dus trek niet aan de teugels en laat je allebogen ook niet achter je lichaam komen.
  3. Zorg dat je je handen ook niet te ver naar voren beweegt, je wilt je armen niet strekken. Blijf binnen de afstand van vier centimeter.
  4. Geef en neem met je handen en blijf binnen ongeveer vier centimeter, maar zorg ervoor dat je met je handen geeft en neemt door in je ellebogen te scharnieren en niet door je vingers te bewegen. De teugellengte hoort niet te veranderen terwijl je geeft en neemt, je moet hooguit je teugels af en toe verpakken omdat ze onbedoeld door je vingers glippen.

Houd je teugels kort genoeg om constant contact te kunnen houden, maar lang genoeg voor het niveau van africhting van je paard en de ontwikkeling van zijn bespiering.
En dan rijd je verder met je zit- en je beenhulpen zoals gebruikelijk en vang je je paard op met je handen.

Als hij trekt dan bied je weerstand met je elleboog en je zit, maar trek vooral niet terug.
Als je wilt nageven, open dan je elleboog om je paard te laten voelen dat hij gecontroleerd iets ontspanning krijgt en ruimte. Maak de teugels niet langer en strek je ellebogen niet.

Onzichtbaar

Het geven en nemen zou zo onzichtbaar moeten zin, dat alleen jij en je paard weten dat het gebeurde. Alles wat groter is verstoort de balans van je paard. In het ideale geval hangt het geven en nemen af van de balans van je paard en van zijn beweging.

Bron: Horselistening

 

hrlijn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Lees ook