De 6 meestgemaakte fouten in uitgestrekte stap (en hoe je ze oplost) • Dressuur Magazine Ga naar hoofdinhoud

De 6 meestgemaakte fouten in uitgestrekte stap (en hoe je ze oplost)

Foto: Quillemette Kraaikamp

De uitgestrekte stap is een oefening die in onze proeven voorkomt vanaf het Z. In de hoogste klassen telt de uitgestrekte stap vaak dubbel. Maar de uitgestrekte stap wordt niet altijd correct gereden en regelmatig laten ruiters punten liggen. Wat zijn de meest gemaakte fouten? En wat kan je thuis oefenen om een betere uitgestrekte stap te krijgen?

In uitgestrekte stap moet het paard voorwaarts zijn, swingend over de rug gaan en daarbij zijn schouders gebruiken om zoveel mogelijk ‘bodem te pakken’ in de passen. De afdrukken van de achterhoeven moeten duidelijk over die van de voorhoeven heen komen te staan. Daarbij moet het paard voorwaarts naar het bit reiken en daarbij de nek wat stretchen. Het ritme van de stap moet gelijkmatig blijven, zonder tempoverschillen, spanning of taktfouten.

De zes meest geconstateerde fouten

Jury’s zien vaak de volgende fouten bij de uitgestrekte stap:

  • Gebrek aan activiteit
  • Spanning en/of aandribbelen
  • Het contact wordt weggegeven door de ruiter
  • Het paard gaat te diep
  • Verlies van ritme
  • Hol worden van de rug

Wanneer er minder activiteit is, gebruikt je paard zijn rug niet goed en gaat de verbinding en aanleuning verloren. Je moet niet continu gaan drijven, maar één scherpere beenhulp geven om de activiteit te herstellen. Geef daarbij wel direct ruimte met je hand en beloon je paard als hij voorwaarts reageert.

Niet duwen!

Probeer ook te voorkomen dat je met je zit gaat duwen om je paard voorwaarts te krijgen. Dit leidt er meestal toe dat hij zijn rug hol maakt om weg te komen van de druk van je zit. Probeer je heupen te openen en ‘licht’ te zitten, zodat je paard voorwaarts en over de rug kan gaan.

Houd contact

Het verlies van activiteit is vaak een gevolg van het weggeven van de teugel. Je moet proberen om je paard het contact mee naar voren te laten nemen. Houd je been erbij en verleng de teugel langzaam, zodat je paard zijn bovenlijn kan rekken en daarbij toch de voorwaartse connectie met het bit in stand kan houden. Van achteren naar voren dus.

Ook een paard dat te diep, achter de loodlijn, gaat in de uitgestrekte stap is waarschijnlijk niet voldoende actief. Het paard moet voorwaarts blijven denken en het bit naar voren meenemen, en niet te ver met zijn neus naar de grond willen.

Dribbel voorkomen

Mocht je paard steeds willen aandribbelen als je vraagt om uitstrekken, rijd dan voltes 10 meter in de hoeken of midden op de diagonaal. Hierdoor gaat je paard op iets anders focussen. Deze oefening is vaak erg goed in het oplossen van de ‘aandraaf-gewoonte’.

Leren om de pas te verlengen

Er zijn een aantal technieken die je kan gebruiken om je paard te leren om langere passen in stap te maken. Om je paard soepeler over zijn rug te maken in de stap, kun je bijvoorbeeld gaan ‘steppen’ in het ritme van zijn beweging. In stap swingt de ribbenkast van links naar rechts en om zijn passen te verlengen kun je een klein beetje van de energie van je heup naar je hak laten lopen op het moment dat de ribbenkast van je been af beweeegt. Als de linkerschouder naar je toe is bijvoorbeeld, staat het linkerachterbeen op het punt om af te zetten. Dat is het moment waarop de ribbenkast naar rechts gaat swingen. Precies op dat moment stuur je kortstondig wat energie naar je linkerhak en de volgende pas naar je rechter. Op die manier maak je een afwisselende, ‘steppende’ beweging. Pas wel op dat je niet met je zit gaat duwen en draaien als je dit doet. De bedoeling van ‘steppen’ is dat je stil meezit en alleen de energie door je benen laten veren. Deze techniek kan ook helpen om een gespannen paard te helpen om zijn rug los te laten.

Panter-sluipen

De tweede techniek die je kan gebruiken om de stap te verlengen is ‘panter-sluipen’. Dit is trouwens ook een goede warming-up. Laat je paard goed door het contact heen stretchen en denk aan een panter die door de jungle sluipt. Je paard mag niet te gehaast lopen, maar moet grote passen nemen. Zorg dat je handen meeveren en dat je de bewegingen van het paardenhoofd niet beperkt.

Stretchen over balkjes

Als je paard moeite heeft met uitstrekken, kan je met balkjes oefenen. Balkjes zijn goed voor de variatie en dagen je paard uit om zelf na te denken en te focussen. Plaats drie balkjes in een rechte lijn, met in eerste instantie 75 cm tussen de balken. Als het goed gaat kan je de afstand nog wat vergroten om je paard nog verder te laten verruimen.

Het ontwikkelen van overstap

Het overstappen van het achterbeen over de afdrukken van de voorbenen is belangrijk bij de beoordeling van een uitgestrekte stap. Als je paard van nature niet zo ruim stapt, kan je hem helpen om wat meer overstap te ontwikkelen met de balkjesoefening en door te wijken. Daarbij wend je in arbeidsstap af vanaf de korte zijde en ga je rustig wijken voor het been richting het einde van de lange zijde. Het gaat er daarbij niet om dat je zo snel mogelijk bij de hoefslag bent! Je paard hoeft zelfs niet echt te overkruisen. Hij moet vooral zijn achterbeen wat meer onder de massa plaatsen. Zorg dat je paard lang in het frame blijft en zijn ritme houdt. Doe dit aan beide zijden en je zult merken dat door het wijken de achterbenen van je paard verder onder de massa komen en de rug wat lift krijgt. Dit is weer goed voor het verruimen.

Bron: Howtodressage.com

hrlijn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Lees ook