Centered riding: het bekken is cruciaal • Dressuur Magazine Ga naar hoofdinhoud

Centered riding: het bekken is cruciaal

Foto: Quillemette Kraaikamp
Foto: Quillemette Kraaikamp

Wat krijg je als een Centered Riding-instructrice en een vloggende Grand Prix-amazone hun krachten bundelen? Inspirerende video’s en clinics met praktische tips en tricks over hoe je je houding en zit – en dus je rijden – kunt verbeteren. Want op dat gebied is nog enorm veel winst te behalen, aldus Micha van Rheden en Jill Huijbrechts.

“Centered Riding is een manier van paardrijden waarin dingen zitten die elke ruiter zou moeten weten en waar iedereen baat bij kan hebben. De houding en zit en het gebruik van je bekken is daarbij heel belangrijk en werkt door in alle hulpen die je geeft. Door mensen hier bewuster van te maken, wordt paardrijden niet alleen makkelijker, maar ook leuker en fijner voor het paard”, vertelt instructeur Micha van Rheden enthousiast.

Op één lijn

Om fijn paard te kunnen rijden, is een goede houding heel belangrijk. Micha: “Ik zie ruiters waarbij de benen te ver naar voren liggen, terwijl de schouders naar achteren zijn getrokken. De rug is dan hol getrokken en de hakken overdreven uitgedrukt. Dat is niet goed. Je moet juist je ruggengraat en gewrichten op elkaar stapelen. Enkel, heup, schouder en oor moeten zich op een verticale rechte lijn boven elkaar bevinden. Als je goed gestapeld zit, kunnen je gewrichten optimaal functioneren en kun je de bewegingen van het paard goed volgen.”

Het bekken is daarbij heel belangrijk. Micha’s ervaring is dat veel paardrijdinstructeurs de nadruk leggen op het geven van hand- en beenhulpen, maar de zit wordt vergeten. “Terwijl een beweeglijk bekken heel belangrijk is voor een goede houding en zit én het geven van goede hulpen. “Als je met je bekken goed meebeweegt met je paard en hem goed volgt, kun je door minieme hulpen, zoals het kantelen van je bekken, communiceren met je paard. Als je goed en in balans meezit met je paard, werkt dat door in je ledematen. Het zal dus makkelijker worden om goede en kleine hand- en beenhulpen te geven.”

Blokkade op de lijn

Naast de verticale lijn van oor tot enkel, moet je ook een denkbeeldige lijn vanaf de elleboog, door de onderarm en hand, naar het bit kunnen trekken. “Als die lijn mooi recht is, kun je goed en snel met je paard communiceren. Als de lijn onderbroken wordt, door bijvoorbeeld pianohandjes, heeft dat altijd gevolgen. Er zit dan als het ware een blokkade op de lijn. Terwijl je het liefst zo snel en direct mogelijk, dus in de pas, wilt communiceren. Zeker wanneer je zoals Jill op hoog niveau rijdt”, legt Micha uit.

Stil door beweging

Volgens Micha is het bekken cruciaal voor een goede zit. In tegenstelling tot wat sommige mensen denken, hoef je je bekken niet stil te houden om een stille zit te hebben. “Juist niet. Je kunt niet stilzitten op een bewegend paard, dat is door de bewegingsuitslag onmogelijk. Als je je lichaam helemaal stil zou houden, veer je niet mee en zit je juist te stuiteren op je paard. Het is juist belangrijk om de bewegingen die je paard maakt, op te vangen. Dat doe je door mee te bewegen met je bekken. In draf lijkt dit bijvoorbeeld op de beweging van het achteruit fietsen met je zitbotjes. Als je dat doet, en de beweging naar boven en onder weg laat vloeien, zijn je hoofd en voeten stil en lijkt het alsof je heel mooi stil op je paard zit.” Nu heeft niet iedereen een heel beweeglijk bekken of veel controle daarover weet Micha. “Gelukkig zijn daar wel oefeningen voor. Naast het bekken zelf, kunnen de houding en zit ook worden beïnvloed door aanverwante lichamelijke zaken, zoals de mate waarin iemands spieren kunnen rekken. Oefeningen doen waarmee je rek maakt op je spieren helpen je om je botten beter te positioneren en maken je bewegingsbereik groter. Ik doe zelf aan yoga. Dat klinkt misschien suf, maar het helpt me echt om beter op mijn paard te zitten”, lacht Micha.

Morgen krijg je van Micha enkele oefeningen om je houding en zit te verbeteren! Deze oefeningen laat ze je samen met Jill Huijbregts zien.

Bron: Dressuur
Tekst: Marije Stomps