De belastbaarheid van een jong paard • Dressuur Magazine Ga naar hoofdinhoud

De belastbaarheid van een jong paard

Foto: Jessica Pijlman | www.madebyjessy.com
Foto: Jessica Pijlman | www.madebyjessy.nl

Een trainingsschema opstellen voor je paard is best een pittige opgave als je alles weloverwogen wilt doen en rekening moet houden met alle bijkomstigheden. Het trainen van een jong paard is misschien nog wel een tandje lastiger omdat een jong paard ook nog helemaal moet gaan wennen aan zijn nieuwe levensstijl als sporter. Hoeveel werk kun je een jong paard geven, en wanneer is het te veel? Dierenfysiotherapeute Gisella Bartels geeft advies en heeft ook meteen een aantal nuttige tips over het trainen van een jong paard.

“Voordat we het stukje training aansnijden, is het misschien goed om je te realiseren dat een paard waarmee we aan de slag gaan, vaak een jaar of 3 à 4 jaar oud, nog volop in ontwikkeling is”, start Gisella haar verhaal. “Als we kijken naar het benige gedeelte, dan is het handig om te weten dat de groeischijven van een paard sluiten van onderen naar boven toe. De onderste groeischijven in de ondervoet sluiten al na een paar maanden, maar de wervels in de schoft sluiten pas rond het achtste levensjaar. Tot die tijd is een paard in de groei en dus in ontwikkeling. Dit is ook de reden dat pony’s bijvoorbeeld tot hun achtste gemeten moeten worden. Ook spieren, ligamenten, en pezen ontwikkelen zich nog volop en doen dat allemaal in een ander tempo. Al deze structuren moeten samenwerken en doordat ze net in een ander tempo ontwikkelen qua lengte en qua kracht, zul je aan je paard merken dat hij in sommige periodes een wat wisselend beeld kan geven. Dan kan hij bijvoorbeeld wat slungeliger ogen, is hij wat uit verhouding, of heeft hij wat meer moeite met zijn werk. Blijf dus goed naar je paard kijken en pas zo nodig zijn werk aan. Neem wat gas terug qua intensiviteit door bijvoorbeeld wat minder vaak en lang te trainen, en wat meer aan de longe of grondwerk te doen.”

Voorbereidend werk

Op internetfora is vee discussie over de beginleeftijd waarop je met een jong paard aan de slag kunt gaan. De een pleit voor een 2,5 jarige al wat licht werk te geven, terwijl een ander het liefst zo lang mogelijk wacht totdat het paar verder is uitgegroeid. Gisella: “Allereerst is het belangrijk je te realiseren dat ieder paard anders is. De ene vierjarige is misschien al super ontwikkeld, terwijl een andere vierjarige net een twenter is. Kijken naar je paard is dus altijd belangrijker dan de leeftijd op papier”, stelt Gisella. Toch vindt ze het belangrijk dat een jong paard al kennismaakt met lichte arbeid. “Het is nu eenmaal belangrijk om het lichaam voor te bereiden op wat het later moet gaan doen. Als je een mens achttien jaar in bed laat liggen, dan is hij op zijn achttiende ook mentaal en fysiek gezien niet klaar voor het leven. Dat geldt voor een paard net zo, je moet ze wel voorbereiden en langzaamaan de belasting opbouwen. Je kunt prima een met een driejarige al wat grondwerk doen, hem wat licht laten werken aan de longe en rustig al laten wennen aan een ruiter op de rug. Als je maar rekening houdt met zijn leeftijd en daar de hoeveelheid arbeid op aan past. Houd bijvoorbeeld rekening met de tijdsduur van de training, ga geen drie kwartier trainen waardoor het paard vermoeid raakt en niet meer in balans kan lopen. Dat geeft een verhoogd risico op blessures. Vaak is 15 minuten onder het zadel voor een jong paard dat net zadelmak is al meer dan genoeg. Zorg wel dat het paard goed opgewarmd is middels bijvoorbeeld wat stappen en waar nodig longeerwerk”, aldus Gisella.

Ruitergewicht compenseren

“Ook het gewicht, de balans en handigheid van de ruiter zijn dingen om rekening mee te houden. Met een lichte ruiter heeft het paard het makkelijker dan met een zwaarder iemand. De voorkeur heeft een lichte, ervaren ruiter, met veel balans en rust. Om het ruitergewicht te kunnen compenseren, moet het paard zijn rug namelijk iets omhoog brengen. Dat kan hij doen via het passieve systeem door middel van een groot halsligament, of door zijn onderlijf aan te spannen waardoor hij actief de rug omhoog brengt. Het passieve systeem treedt in werking als het paardenhoofd tot borsthoogte zakt, daarom is het zo belangrijk om het hoofd van het paard te laten zakken”, vertelt Gisella. “Het actieve systeem om de rug omhoog te brengen is namelijk nog niet genoeg ontwikkeld en dan krijg je dat ze gaan terugvallen op andere structuren om dat ruitergewicht maar te kunnen compenseren, zoals pezen en andere ligamenten. Die zijn niet op deze taak berekend en daarmee liggen blessures op de loer. Het ontstaan van kissing spines kan bijvoorbeeld in de hand worden gewerkt als het paard onvoldoende in staat wordt gesteld om het gewicht van de ruiter op te vangen met deze twee systemen om de rug iets omhoog te brengen. De doornuitsteeksels van de ruggewervels kunnen dan dichter bij elkaar komen te staan of elkaar zelfs gaan raken. De afstand tussen de doornuitsteeksels is gedeeltelijk aangeboren, maar kan door training worden beïnvloed. ”

Verantwoord trainen

Met deze kennis over het bollen en in ieder geval het hollen van de paardenrug om het ruitergewicht te kunnen compenseren, stipt Gisella een belangrijk punt aan: de jonge paardencompetities. “Hierin zien we de jonge paarden namelijk graag bergop en met veel zelfhouding de baan door wapperen. Let hiermee echter op”, waarschuwt Gisella. “Het jonge paard te veel in deze houding laten lopen kan leiden tot verzakkingen in de rug. De vorm van de wervels kan er zelfs negatief door worden beïnvloed.” Ze adviseert dan ook om dit in je achterhoofd te houden en dus weinig de proefhouding te oefenen in je training, en vooral zoveel mogelijk de hals te laten zakken zodat het paard via het passieve systeem de rug iets omhoog kan brengen. “Oefen slechts een paar minuten die proefhouding zodat je die spieren niet overbelast en dus voorkomt dat de rug hol kan gaan trekken.”

Spectaculair bewegen

Niet alleen deze opwaartse houding moet je schaars oefenen, ook de spectaculaire manier bewegen is volgens Gisella iets om mee op te passen. “In dat spectaculaire lopen zien we vaak dat de beenafwikkeling niet optimaal is. Dat geeft weer een verhoogd risico op blessures. Sommige paarden bieden dat spectaculaire lopen van zichzelf al wat meer aan dan andere paarden, en dan zegt men ‘ja maar dat doet hij uit zichzelf al. Ik vraag het niet, hij biedt het aan.’ Dit zijn paarden die je eigenlijk een beetje tegen zichzelf in bescherming moet nemen. Dit type paarden loopt spectaculair en we zien hierbij vaak dat ze hypermobiel in de gewrichten zijn. Ze zijn heel lenig, maar daardoor zijn de structuren ook minder gestabiliseerd en dat betekent weer een verhoogd risico op blessures.” Gisella’s tip: Je moet niet elke dag PAVO Cup willen rijden. Leer zulke paarden juist economischer te lopen, dan heb je op latere leeftijd ook nog ontzettend veel plezier van ze.”

Rust en regelmaat

Hoe begin je qua rijden met een drie of vierjarig paard? “Laat je paard rustig wennen aan het verrichten van arbeid en bouw het werk rustig op”, adviseert Gisella. “Zoals eerder genoemd kun je je paard door middel van bijvoorbeeld licht longeerwerk of grondwerk al wat meer voorbereiden, maar ook gewoon stappen aan de hand is een goede voorbereiding. De stap is namelijk een hele nuttige gang: zowel de zijdelingse buiging, alsook het hol en bol maken van de rug en het roteren wordt in deze gang gestimuleerd. ​Ook kan het helpen de pezen te versterken, zeker als je op harde bodem stapt. Belangrijk is in ieder geval dat het paard elke dag beweging krijgt, het liefst door veel buiten te lopen, eventueel in de stapmolen of door aan de hand te stappen. Een driejarige heeft relatief veel rustige beweging nodig voor de ontwikkeling van de gewrichten, pezen en ligamenten. Voeg hier vervolgens je training aan toe. Als richtlijn voor hoe vaak je per week moet rijden, houd je het volgende aan: een driejarige rijd je drie keer per week, een vierjarige vier keer en een vijfjarige vijf keer per week. Houd hierbij ook weer de individuele verschillen in acht. Voor sommige jonge paarden is dit al te veel. Je kunt dan kiezen om minder te rijden. Soms is longeren, stappen of grondwerk een beter optie.”

Planning

Maak per week een planning en houd rekening met zaken als een wedstrijd of een les. “Bouw in de loop van de weken op naar een piekmoment, bijvoorbeeld een wedstrijd of een les, en plan daarna ook weer een rustmoment in in de vorm van hersteltraining. Rust betekent namelijk niet niets doen”, waarschuwt Gisella. Door het seizoen heen kan het voorkomen dat je paard toch meer rust nodig blijkt te hebben, hoe goed je de training ook hebt opgebouwd. “Dit kan bijvoorbeeld nodig zijn doordat het paardenlichaam meer energie kwijt is aan de ontwikkeling ervan.” Met wat stapwerk, lichte trainingen en weidegang geef je je paard al relatief veel rust. “Geef alleen als je niet teveel conditie en bespiering wilt verliezen niet langer dan drie weken vrij”, adviseert Gisella. “Als je het bij drie weken houdt, boet je paard qua conditie en bespiering weinig in. Een driejarige kun je natuurlijk prima na het beleren nog een seizoen de wei op doen, maar realiseer je dan dus wel dat hij qua conditie en bespiering weer terugzakt in niveau. Wel krijgt hij zo de tijd om al zijn energie te steken in groei.”

Team van specialisten

Als laatste tip noemt Gisella het management rondom je paard: laat goede specialisten naar je paard kijken. “Dan heb ik het niet alleen over een goede dierenarts en een smid. Laat je paard ook eens nakijken door een gebitsbehandelaar, een fysio en laat je zadel eens nakijken. Ook je jonge paard kan soms net wat hulp gebruiken. Geregeld controle voorkomt dat je met 1-0 achterstand begint. Met goed management kun je blessures voorkomen en houd je ook op lange termijn plezier van je paard.”

Bron: Dressuur

Meer weten over Gisella Bartels en haar werk? Kijk op www.paardenfysiotherapeut.nl.

Tekst: Wies Zwanikken

Meer lezen van Dressuur? Neem dan nu een abonnement of koop een losse editie van het magazine in de webshop!

Lees ook