Het exterieur van een dressuurpaard nader bekeken • Dressuur Magazine
Algemeen
Foto: Quillemette Kraaikamp

Een goed begin is het halve werk. Dat geldt ook voor de dressuur. Een dressuurpaard met een correct gebouwd exterieur heeft al een streepje voor in de training. Maar waar moet je op letten bij het exterieur van een dressuurpaard? Wat zijn de sterke en zwakke punten? Grand-Prix ruiter Bart Bax vertelt er alles over.

Bart Bax is niet alleen succesvol dressuurruiter maar runt ook samen met mijn vrouw Ilona Goris een dressuurstal in Gendt, is instructeur niveau 5, bevoegd om te jureren tot de Lichte Tour én is sinds vorig jaar regio-inspecteur voor Gelderland bij het KWPN. Met al deze ervaring op zak weet hij precies waar een goed dressuurpaard aan moet voldoen. Bart vertelt: ‘We zien graag dat een dressuurpaard voldoende lengte heeft in het lichaam, het zogenaamde rechthoeksmodel. Voor mij is één van de belangrijkste dingen in het exterieur de oprichting. Van een paard met een opwaarts gerichte romp heb je in de africhting veel plezier. Hij is makkelijker rond te rijden en heeft meer natuurlijk evenwicht.’

Opwaarts gerichte hals

Bart: ‘Als we naar de hals kijken zien we graag dat deze meer verticaal is dan horizontaal. Een paard heeft van nature 60 procent van het gewicht op de voorhand en 40 procent op de achterhand. Dus bij paarden die meer opwaarts gebouwd zijn en van zichzelf een wat verticale gerichte hals hebben, merk je veel profijt in de training. Ten opzichte van andere (jonge) paarden lopen zij makkelijker in balans. Paarden die juist neerwaarts gebouwd zijn, moeten we in de training meer corrigeren.’

Sterke bovenlijn

‘Verder is een sterke bovenlijn voor dressuurpaarden heel belangrijk, dat wil zeggen de verbinding van de hals naar de schoft, de rug en mooie en goed gespierde lendenen. De bovenlijn vormt de brug tussen de voor- en de achterkant. De sterke lendenen heb je nodig zodat het paard meer gewicht kan dragen op de achterhand. Wat je regelmatig ziet is dat de rug van het paard wat week is, dat er een soort kuiltje in zit. Zo’n paard heeft dan nog te weinig bespiering en daar moet je in de training wel rekening mee houden. Door meer spieren op te bouwen kun je de rug sterker maken. Het kan ook voorkomen dat paarden juist een te strakke rug hebben. Dit gaat vaak ten koste van de souplesse van het paard.’

Correcte stand van de benen

‘Wat de benen betreft geven we natuurlijk de voorkeur aan weinig afwijkende standen. Met de smid en goed management kun je uiteraard ook veel bereiken, maar in de basis zien we graag een correct benenwerk. Dat wil zeggen geen recht of stijl achterbeen, maar mooi licht gebogen. Over het algemeen merk je op de lange termijn dat paarden met een correcte stand gewoon minder last hebben van slijtage en dat is voor iedereen prettig.’

Volgende week vrijdag vertelt Bart Bax waarom de juiste instelling van een dressuurpaard nóg belangrijker is dan een correct exterieur.

Bron: Dressuur

hrlijn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.