Goed voor de balans; tempowisselingen • Dressuur Magazine
Algemeen
Foto: Quillemette Kraaikamp

Schakelen in stap, draf en galop is goed voor de balans van het paard, om zijn passen te vergroten en om hem vlugger aan het been te krijgen. Grand Prix-amazone Margo Timmermans legt uit hoe zij tempowisselingen toepast in de training.

Margo: ‘Je komt in de dressuurproeven op verschillende niveaus oefeningen en situaties tegen waarbij je moet schakelen in tempo. Dus is het handig om dat thuis in de training regelmatig mee te nemen. Zelf rijd ik weinig overgangen tussen stap, draf en galop, maar schakel ik in de draf en galop wel veel tussen kleine en grotere passen. Niet in de stap, daar kom ik nooit teveel aan. Schakelen tussen de gangen is wel een goede oefening om paarden die wat lui zijn aan het been meer naar voren te laten lopen en vlugger te maken. Daar gebruik ik het soms wel voor.’

Werken aan de balans

Margo: ‘Door regelmatig tempowisselingen binnen een gang te rijden kun je mooi met de balans spelen. Door passen te verzamelen en vervolgens te vergroten train en ontwikkel je de balans van het paard op de achterhand. In de dressuur gaat het daar natuurlijk om. Dat een paard vanuit zijn achterhand gedragen en in balans een proef kan lopen. Dus neem ik wisselingen in tempo regelmatig mee in de training. Ik zoek verzameling en verruiming van de passen op om voor mezelf te controleren hoe het is gesteld met de zelfbalans van het paard. Zo’n paard moet zichzelf kunnen dragen en het is niet de bedoeling dat de ruiter al het werk doet.’

Basistempo en weer terug

Margo: ‘Het voordeel van schakelen in een gang is dat je daarmee ook de passen vergroot in een oefening. Door tempowisselingen te rijden, leer je je paard om in alle situaties zelf te blijven lopen. Zelf rijd ik vaak tempowisselingen mee, maar niet zozeer naar de uitgestrekte gang. Dat komt omdat mijn paarden nu eenmaal niet van die grootlopers zijn. Over het algemeen rijd ik de wat kleinere paarden waarbij de motor echt aan de achterkant zit. Dat vind ik nu eenmaal fijn rijden. Het betekent wel dat mijn paarden niet bepaald beschikken over een geweldige uitgestrekte draf. Ik vind het belangrijker dat ze gedragen blijven op de achterhand. Natuurlijk geef ik wel eens iets meer been waarbij het paard wat meer naar voren gaat met zijn lijf en de voorkant wat heft. Maar heel hard naar voren rijd ik eigenlijk nooit. Meer basistempo en weer terug en weer basistempo en terug. Ik schakel liever terug dat de motor aan de gang blijft, dan dat ik naar voren rij in een uitgestrekte pas.’

Bron: Dressuur

hrlijn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.