6 Tips voor een soepele eenvoudige galopwissel • Dressuur Magazine
Algemeen
Foto: Arnd Bronkhorst www.arnd.nl

Eenmaal aangekomen in de klasse Z1 moet je in de proef een eenvoudige galopwissel kunnen laten zien. Dat klinkt misschien ‘eenvoudig’ maar is het vaak niet. Er zijn veel aandachtspunten waar je rekening mee moet houden. Grand Prix-amazone Petra van Esch geeft zes praktische tips om mee aan de slag te gaan met de eenvoudige galopwissel .

1.      Eerst goed schakelen

Nog voordat je aan de eenvoudige galopwissel kunt beginnen is het belangrijk dat je paard al goed verzameld kan lopen en dat je eenvoudig kunt schakelen in de galop, zowel vooruit als terug in tempo. Je paard moet daarbij goed op het achterbeen blijven en met zijn schoft omhoog kunnen galopperen. Maar het is vooral belangrijk dat je met je paard de verschillende gradaties van schakelen goed onder de knie hebt.

2.      Werken aan aangalopperen

Een volgende stap is dat je paard netjes moet kunnen aangalopperen vanuit de stap. De eerste pas aangalopperen is een hele krachtige pas. Daar kun je je paard mee versterken. Het gevoel wat je krijgt bij het verzameld aangalopperen vanuit de stap, moet je gelijk terug krijgen. Maar hij moet ook deze kracht vasthouden om vanuit de galop weer gesloten de overgang in te gaan terug naar de stap. En als je dan een goede overgang hebt gemaakt naar de stap is het belangrijk om die drang naar voren vast te houden.

3.      Kwaliteit van galop moet gelijk blijven

De kwaliteit van de galop in de overgang naar de stap en weer terug naar de galop is toch het uitgangspunt. Die kwaliteit moet goed zijn voordat je de oefening inzet en daarna ook blijven. Zorg ervoor dat de schoft mooi bergop blijft. Soms voelt de galop voor een ruiter wel als verzameld aan, maar is de kwaliteit niet meer goed, dus let daar dus goed op.

4.      Niet op het voorbeen laten vallen

Eén van de valkuilen in deze oefening is dat het paard in de overgang naar de stap op het voorbeen valt en niet mooi gedragen blijft. Ook in de overgang moet hij zichzelf blijven dragen met gewicht op de achterhand. Dat heeft ook te maken met de timing van de ruiter. Bedenk goed ‘wanneer zet ik mijn overgang in?’ Kies het moment in de galop dat hij bergop springt en niet in de afloop van de galopsprong, want dan valt hij in de overgang eerder op het voorbeen.

5.           Blijf netjes zitten

In de overgangen is het belangrijk dat je zelf ook goed en netjes blijft zitten. Als je als ruiter teveel naar voren zit in het zadel bij de overgang, dan valt je paard ook eerder op zijn voorbeen. Het gaat erom dat je mooi in evenwicht blijft. Je schouders, je heupen en hakken moeten in één lijn zijn en ook blijven.

6.           Stap lang genoeg

Zeker met een jong paard is het belangrijk dat je de tijd ervoor neemt om de overgangen goed te rijden. Je kunt jezelf bijvoorbeeld op een wedstrijd een doel stellen: vandaag ga ik lang genoeg stappen om weer netjes aan te kunnen galopperen.  Je krijgt de ruimte in de proef om drie tot vijf passen te stappen, maak daar ook gebruik van. Gebruik die passen om de nieuwe overgang naar galop goed voor te bereiden en zorg ervoor dat de nieuwe buitenschouder voldoende begrenst blijft.

Bron: Dressuur

hrlijn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.