Activeer die achterbenen! • Dressuur Magazine Ga naar hoofdinhoud

Activeer die achterbenen!

Foto: Arnd Bronkhorst www.arnd.nl

Een actief achterbeen is heel belangrijk voor een dressuurpaard. Zonder activiteit en impuls, kan je eigenlijk maar weinig beginnen. Hoe krijg je je paard zover om zijn achterbenen actief te gebruiken? En wat is het verschil met flink voorwaarts rijden?

Het is belangrijk om te weten wat het verschil is tussen activiteit en snelheid. Dat is namelijk niet hetzelfde! Activiteit en impuls hebben betrekking op energie, niet op het aantal kilometers per uur. Als je op je protocol leest dat je paard actiever moet, of met meer impuls gereden moet worden, dan gaat het om een energieker achterbeen, niet om een hoger tempo.

Hoe ziet een actief achterbeen eruit?

Een actief achterbeen buigt in de sprong en de andere gewrichten. Het paard zet zich voorwaarts af, over de rug, naar de hand van de ruiter. Als de ruiter vervolgens een halve ophouding met zit, benen en handen maakt, dan komen de achterbenen verder onder de massa waardoor ze meer gewicht opnemen en het paard een meer opwaartse balans krijgt. Een actief achterbeen helpt dus bij het ontwikkelen van verbinding, aanleuning en uiteindelijk verzameling. Als de ruiter alleen om activiteit vraagt, zonder de energie ook op te vangen, dan gaat het paard alleen maar sneller. In veel gevallen zal je paard zijn balans verliezen en ‘op de voorhand vallen’.

Takt voor impuls

Zorg dat je paard regelmatige passen in een constant ritme zet, voordat je om meer activiteit gaat vragen. Zonder de juiste takt en een stabiel ritme, kan hij niet goed over zijn rug naar de hand gaan lopen. Daarna heb je activiteit nodig om je paard te stimuleren om zijn achterhand goed te gaan gebruiken. Zonder activiteit blijven de achterbenen een beetje ‘achter het paard aan’ komen, soms met de hakken in de staart. Je wilt juist dat de achterbenen onder de massa stappen en meer gewicht opnemen. Verbinding, aanleuning en verzameling kunnen alleen ontstaan bij een actief achterbeen. Het actieve gebruik van de achterbenen vraagt echter wel spierkracht. Het kost tijd en systematische training om die te ontwikkelen.

Voorwaartse reactie

Actief zijn gaat niet zonder voorwaartse drang. Zorg dus dat je paard op lichte hulpen scherp naar voren wil gaan. Een goede manier om dit te trainen is het rijden van overgangen. Veel overgangen naar voren en terug, maar zeker ook verruimingen binnen de gangen zijn hiervoor geschikt. Als je paard netjes voorwaarts en terug reageert, oefen dan met overgangen op de grote volte. Daarbij moet hij al wat meer zijn binnenachterbeen onderbrengen en ontwikkelt hij meer kracht.

Activiteit en rechtgerichtheid

Een paard dat niet recht is in zijn lijf, kan de energie niet vrij door zijn lijf laten stromen. Daarom is rechtgerichtheid ook heel belangrijk bij het ontwikkelen van activiteit. Op de lange zijdes en op rechte lijnen is het een goed idee om je paard heel iets schoudervoor te zetten. Zo houd je controle over de schouder en kun je je paard rechter maken. Let daarbij op dat je zelf ook recht zit en niet je schouders ongelijk houdt, of aan één kant inknikt bij je taille. Dat kan er namelijk voor zorgen dat je paard zijn schouder of kont naar buiten gooit om te compenseren voor jouw onbalans.

Ruggebruik

Wanneer jij je paard niet de gelegenheid geeft om goed over de rug te swingen, zal je de opgewekte activiteit zelf weer blokkeren. Begin dus steeds met lichtrijden, zorg dat je niet knijpt met je bovenbenen en ga goed mee met de beweging van je paard. Te ver naar voren zitten, boven de schouders of schoft van je paard, creëert vaak onbalans en is funest voor de activiteit waar je nu juist zo hard je best voor deed.

Meer activiteit vragen

Activiteit vraag je simpelweg met een beenhulp. Geef een duidelijk klopje met je hak of spoor, terwijl de rest van je been ontspannen en stil blijft. Zodra je reactie krijgt, dan stop je de hulp. Blijf niet constant drijven, want dan zal je paard op den duur niet meer reageren. Ontdekken wat de beste manier is om een kleine beenhulp te geven, kost een beetje oefening. Het is bij elk paard een klein beetje anders. Soms kan een klein tikje met de zweep de hulp versterken. Het allerbelangrijkste aan de hulp is echter de timing, het gaat er niet om dat je een harde hulp geeft. Activeer je paard, geef hem de kans om de activiteit over de rug naar voren door te laten komen en vang hem lichtjes op met je zit, been en hand om de energie ‘in het paard te houden’.

Bron: Howtodressage / Dressuur.nl

Meer lezen van Dressuur? Neem dan nu een abonnement of koop een losse editie van het magazine in de webshop!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Lees ook