Blog
Foto: www.arnd.nl
Omdat ik geen eigen paard had, moest die er komen. Via meneer Brammeyer kochten we Juweel, een fraaie bruine ruin van Enfant de Normandie die dubbel M had gelopen. Juweel ging dus ook mee naar Manege de Prinsenstad in Delft. Ik vond een kamer in Overschie en mijn manege leven ging beginnen.

Wat een contrast met Stal Toonen! Er stonden (toen al) bijna 100 paarden, er waren twee binnenbanen, een echte kantine en ik weet niet meer hoeveel man personeel. De helft was stagiaire, net als ik, en de hele familie Duijndam werkte keihard mee. Er was ook genoeg te doen natuurlijk.

Ik heb erg moeten wennen. Was ik daarvoor bijna altijd alleen, nu was het altijd druk. Vóór tien uur werden alle stallen opgestrooid, eens per week werd er gemest, en werden allerlei andere klussen gedaan. Er waren toen al zo veel manegelessen, dus poetsen en op- en afzadelen van de manegepaarden en -pony’s ging de hele dag door. Voor onze eigen paarden was er niet zo veel tijd, ik reed meestal na het werk. We hadden één of twee keer per week les van Anton Duijndam en soms springles van Jos Duijndam. Met Juweel heb ik veel getobd, hij was steeds niet helemaal rad, maar een echte oorzaak was moeilijk te vinden. Tot hij op een dag echt op drie benen stond en na onderzoek bleek dat hij een acute hoefkatrolontsteking had. Het was het eerste paard wat ik moest laten inslapen. Voor het eerst twijfelde ik of ik wel door moest gaan; ik was er kapot van.

Toen kwam Topaas (v. Sabatini), mijn eerste vos, maar die kon echt niet springen, bleek achteraf. Gelukkig vond ik voor hem een lieve mevrouw die nog jaren plezier van hem heeft gehad. Via via kwam ik bij Stal Maathuis terecht en daar kocht ik de net vijfjarige Tiego, een Waldo uit een volbloed moeder. Een omgekeerd F1 product dus, gefokt door de familie Rootveld. Tiego sprong geweldig, bleef lopen en was voor die tijd al erg modern. Dat hij meer dan gemiddeld goed kon bewegen, wist ik toen nog helemaal niet. Omdat hij zo heet was en betrekkelijk groen, verzuchtte Anton nog wel eens wat ik me in godsnaam op de hals had gehaald! Maar ik had geen alternatief meer, na twee ‘mislukte’ aankopen was mijn spaargeld op en ik moest het er mee doen. Bovendien was ik gek met dat paard. Later bleek dat ik toch goed had gegokt.

Tiego (v. Waldo).

In deze tijd ging al wel mijn rechterarm steeds vaker opspelen. Maar ik hield m’n mond en werkte keihard door. Gelukkig bleek dat ik wel talent had om les te geven en werd ik steeds vaker ingezet voor allerlei lessen. Het leukste vond ik ‘privé-zitlessen’ geven aan de echte beginners. Die werden gegeven in ‘De Toren’, een als indoor longeercirkel verbouwde hooiberg. Ik vond vooral de rust en het 1 op 1 werken met een klant prettig. Even weg uit de hectiek van het grote bedrijf. En hoe goed ik het daar ook heb gehad, onbewust was het mij wel duidelijk dat ik mezelf niet zag doorgaan in de ‘manegewereld’.

Wat me het meest bij is gebleven uit mijn Delft-tijd was de gezelligheid met een groep pensionklanten. Een heel stel leuke meiden waar ik veel mee optrok. Dankzij Facebook heb ik met een aantal van hen nog steeds contact! Met één van hen, Joke de Groot, heb ik niet alleen een huis gedeeld, ik mocht ook haar donkerbruine ruin Pascal (v. Komeet) meenemen naar Deurne als dressuurpaard. Pascal was een schatje en ik kon fijn met hem werken. Tiego ging mee als springpaard. Dat je voor drie maanden Deurne beter een goede allrounder mee kon nemen, was al gauw duidelijk. Tiego was veel te groen en te heet. Pascal heeft mij echt gered: dressuur, springen, crossen: hij deed het allemaal! Peter Strijbosch heeft wel de moeite genomen om mij met Tiego wat meer te helpen en als hij er op zat, wist je echt niet wat je zag. Wat een wereldpaard! Maar dankzij Pascal heb ik ook dat jaar van Deurne goed kunnen afsluiten.

Na mijn ‘Prinsenstad tijd’ ging ik een beetje aan het zwerven, niet alleen letterlijk, ook geestelijk. Ik kon het niet echt vinden hoe ik nu verder wilde en moest. Tiego zwierf gezellig met me mee, dat wel. Uiteindelijk was het Annemiek Ravensteijn in Zwaanshoek die zich als een moederkloek over mij en Tiego heeft ontfermt. Annemiek reed Lichte Tour, had een mooi klein stalletje en een stel fijne pensionklanten op stal. Ik ben daar aan het werk gegaan en Annemiek heeft me zo veel geleerd! Vooral over voeren, stalverzorging en het fit houden van paarden. Als ik ergens de passie heb gezien voor het paard was het daar, eindelijk kon ik mijn eigen passie ook ‘handen en voeten’ geven!

Stal Ravensteijn was een dressuurstal waar ook werd gesprongen. Ik keek mijn ogen uit, want er liepen aardig wat paarden op niveau en zo maakte ik kennis met de hogere dressuursport! Dat wilde ik ook! En iedereen zei dat Tiego zo’n geweldig dressuurpaard was. Ik weet nog dat we het tijdens de koffie hadden over het ideale dressuurpaard. Het was Wim Mons die zei dat zo’n paard de gangen van Tiego moest hebben… ik wist niet wat ik hoorde.

Naast Annemiek werd Edy Overliese mijn belangrijkste ‘mentor’. Met eindeloos geduld leerde ze mij over dressuurrijden. Niets ontsnapte aan haar oog en ze wist het zo bloemrijk te vertellen. Een deel van mijn huidige stijl van lesgeven heeft veel met haar te maken.

Er werden daar ook veel wedstrijden gereden en Maarten en Tiego gingen mee. We begonnen in de B, na een jaar was ik al Z dressuur. In datzelfde jaar kwam ook Douwe Rinkes bij ons op stal en kon ik bij hem gaan lessen. Omdat Edy ook les van hem had, ging dat heel goed samen en Tiego bleef maar vooruit gaan. Series, pirouettes, een beginnende piaffe; er viel steeds meer op z’n plek voor mij. Zonder vooropgesteld doel was ik dressuurruiter geworden. Mede dankzij Annemiek, Edy en Douwe. Ik had mijn passie gevonden en die is nooit meer weggegaan.

In deel 4 vertel ik graag over mijn tijd in Ermelo, de instructeursopleiding van de Orun, mijn korte tijd in Duitsland om zo via een grote sprong in de tijd uit te komen in het heden en mijn visie over aanleren, afleren, opleiden en nieuwsgierig zijn.

Maarten van Stek

Ps: Volgende week verschijnt deel 4!

Lees ook:
Maarten: ‘Over aanleren, afleren, opleiden en nieuwsgierig zijn’ (1)
Maarten: ‘Over aanleren, afleren, opleiden en nieuwsgierig zijn’ (2)
Maarten: ‘Niet talent, maar keuzes bepalen je succes’

hrlijn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Wil je alles te weten komen over het rijden van jonge paarden?

Volg de GRATIS e-cursus ‘een jong paard trainen’, en ontvang vanaf 22 mei a.s. 10 dagen lang dagelijks een e-mail met daarin tips of videotrainingen om het beste uit je trainingen te halen!

Wat leuk dat je je hebt aangemeld voor de e-cursus 'Een jong paard trainen'. Je ontvangt 10 dagen dagelijks een e-mail met daarin tips of videotrainingen.