Artikelen
Foto: Jessica Pijlman | www.madebyjessy.com

Wanneer je je paard traint wil je dat hij leert reageren op kleine hulpen, zijn achterhand leert gebruiken om zich te dragen en daarbij wil je dat hij voor je uit blijft lopen en met zijn neus naar je hand toe blijft reiken. Toch kan het gebeuren dat je paard te kort in zijn hals wordt in het rijden en dat komt vaak door de ruiter.

Omdat het een vaker voorkomend probleem is dat een paard te kort in de hals wordt gaf Grand Prix-amazone Carole Grant een aantal basisvoorwaarden waar je als ruiter aan moet voldoen om je paard met een goede halslengte te kunnen rijden.

Zit

Het begint allemaal met een goede en onafhankelijke zit. Je moet als ruiter zo kunnen zitten dat je je handen niet nodig hebt om balans te houden en dat je je handen naar voren toe aan kunt bieden aan je paard en tegelijk je paard vanuit je been en zit naar voren kunnen rijden.

Overgangen

Waar je ook voor moet zorgen om te voorkomen dat je paard te kort wordt in zijn hals met rijden is dat je veel overgangen rijdt. Niet alleen tussen de gangen, maar ook in de gangen. Dat helpt om je paard fijn aan de hulpen te krijgen, om hem van achteren actiever te krijgen en om hem oplettend te houden. Bij de overgangen is het heel belangrijk dat je je niet concentreert op ‘hoe houd ik hem rond?’, maar op ‘hoe houd ik hem soepel, hoe houd ik hem recht en hoe krijg ik hem nog meer op het achterbeen’. Dan komt het ‘rond zijn’ vanzelf.

Halthouden

Om voldoende halslengte te hebben en houden in het rijden moet je als je halthoudt zorgen dat je niet vergeet om na te geven met je hand. Ruiters zijn soms geneigd om halt te houden en dan te veel druk op de teugel te houden. Je wilt juist dat je paard halthoudt en voorwaarts blijft in die overgang en ook met zijn neus naar je hand toe blijft reiken als hij stilstaat. Wanneer je dat vergeet en je teugels te strak blijft houden dan loop je snel de kans dat hij te kort in zijn hals wordt.

Wenden

Bij het rijden van wendingen en figuren is het ook heel belangrijk dat je je hulpen goed geeft. Wanneer je terugwerkt met je binnenhand dan maak je je paard heel snel te kort in zijn hals. Een terugwerkende hand remt af en blokkeert de beweging van de achterbenen. Wijs dus de weg met je hand iets van de hals, waarbij je buitenteugel langs de hals blijft liggen en draag je teugels voor je uit.

Oefening

Een fijne oefening om je paard met zijn hals voor je uit te houden is de volgende:

  • Rijd op de grote volte bij A of C in een arbeidstempo draf.
  • Maak bij A of C een overgang naar de galop.
  • Maak net voor de AC-lijn een overgang naar de draf.
  • Vraag dan direct om een paar passen verruiming. Soms galoppeert een paard dan weer aan, neem hem dan rustig terug en vraag opnieuw een paar passen verruiming in draf.
  • Zodra je voelt dat hij verruimt neem je hem terug naar arbeidstempo en vervolgens galoppeer je weer aan en herhaal je alles weer.

Schakelen en overgangen

Door het schakelen en het maken van de overgangen ben je de hele tijd bezig om hem meer van achteren naar voren te krijgen en daarmee maak je het voor je paard makkelijker om in balans te blijven en met voldoende halslengte te blijven gaan.

 

Bron: Dressagetoday

hrlijn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *