Artikelen
Mark Todd Foto: Arnd Bronkhorst www.arnd.nl

Mooie vliegende wissels kunnen rijden is iets dat veel dressuuruiters graag willen bereiken met hun paard. Wanneer je zorgt dat de basis van de opleiding van je dressuurpaard goed bevestigd is en je hebt hem de tijd gegeven, die hij nodig heeft om te ontwikkelen is het iets dat ieder paard zou moeten kunnen leren.

Niet ieder paard heeft evenveel aanleg om mooie wissels te kunnen springen, maar ook als je paard wel getalenteerd is zijn er dingetjes, die een mooie wissel in de weg kunnen staan. Eventingruiter, Mark Todd gaf daarom op Horse and Hound een aantal tips.

Valt stil

Sommige paarden maken wel een wissel als die wordt gevraagd, maar die vallen dan wel bijna stil. Dat gebeurt vaak als een paard te veel anticipeert, doordat een ruiter bijvoorbeeld altijd aan het eind van een diagonaal de wissel vraagt. Het eerste waar je dan aan moet denken als ruiter is dat je je paard voorwaarts moet houden. Zorg dan dat je, voordat je een wissel vraagt, eerst je paard goed laat schakelen in de galop. Laat hem een paar sprongen groter gaan, neem hem terug naar arbeidstempo, vraag een paar sprongen meer verzameling en rijd weer weg en doe dat tot hij op kleine hulpen reageert en wacht op je teken om te vertrekken. Wanneer je dan weer een wissel vraagt, denk dan aan middengalop als je de hulp geeft en tel eerst ‘een, twee’ af voordat je de hulp geeft. Daarmee zit je goed in het ritme en kun je duidelijke hulpen geven.

Eerst voor of eerst achter

Een paard dat eerst voor of eerst achter wisselt is vaak niet voldoende van achter naar voren aan de hulpen. Ook in dit geval zijn de overgangen binnen de galop een goede oefening. Een paard moet niet alleen aan het been zijn, maar ook nageeflijk. Bovendien moet je niet te veel aan de voorkant doen als je een wissel vraagt. Wanneer je te veel met je handen regelt, kun je je paard ook blokkeren om een mooie gelijke wissel te springen.

Naast het schakelen in de galop kun je ook achten rijden in galop of slangenvoltes, waarbij je niet wisselt, maar steeds een stukje contragalop rijdt. Rijd schoudervoor op de rechte stukken zodat je zeker weet dat je hem naar je buitenteugel toe rijdt en hem aan je binnenbeen hebt. Wissel dan, als hij fijn aan de hulpen is, de ene keer wel op de slangenvolte en de andere  keer niet. Dat geldt ook voor de diagonaal, rijd net zo vaak door in contragalop als dat je een wissel vraagt. Zorg dat je paard niet van te voren weet wat je gaat vragen, zo blijft hij oplettend. Je kunt ook in plaats van contragalop een eenvoudige wissel maken of via een paar drafpassen van galop veranderen.

Betere galop is betere wissel

Werken aan de kwaliteit van de galop is altijd goed voor de wissels. Hoe beter de galop van een paard hoe beter de wissel kan zijn. Een paard dat nauwelijks sprong heeft in de galop of dat bijna in een viertakt beweging galoppeert, kan misschien wel van galop wisselen, maar dat lukt dan niet op een mooie ‘bergop’-gereden manier.

Bron: Horseandhound

hrlijn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *