Artikelen
Foto: Arnd Bronkhorst www.arnd.nl

Als ruiter ben je nooit uitgeleerd en iedere keer dat je weer iets nieuws onder de knie hebt met je paard, dan dient zich weer iets anders aan om te leren of verbeteren. Topruiters hebben dat ook, maar zij hebben op de weg naar succes ook al heel veel dingen geleerd waarmee ze andere ruiters kunnen helpen.

Robert Dover is zo’n voorbeeld van een ruiter, die zelf al heel wat heeft bereikt en nu bovendien ook nog coach is van het Amerikaanse dressuurteam.

Een tijdje geleden was Dover uitgenodigd op een stal in Virginia voor het geven van een clinic en Practical Horseman verzamelde een aantal tips en oefeningen van de zesvoudig Olympiade-ruiter, waar veel ruiters iets aan kunnen hebben.

Gezamenlijke doelen

Als ruiter heb je bepaalde dingen, die je wilt oefenen en verbeteren en die zijn niet voor iedereen hetzelfde, maar er zijn ook dingen, die elke ruiter na zou moeten streven. Zo moet het een doel zijn om je paard in balans, in een constant tempo, met een constant ritme, in de houding waarin je wilt en met de verbinding, die je wilt te kunnen rijden.

Voorstelling

Verder legde Dover uit hoe belangrijk het is dat je voor jezelf een voorstelling maakt van wat je wilt. “Als je je niet kunt voorstellen hoe je met je paard in een midden- of uitgestrekte draf wilt gaan, dan kun je het ook niet uitvoeren.” Je moet dus als ruiter weten wat je wilt en wat je nastreeft. Dat geldt ook voor zijn antwoord op je hulpen. Je moet jezelf voorstellen dat je paard direct antwoord geeft op een kleine hulp. Doet hij dat een keer niet, dan geef je iets meer hulp, maar vraag je daarna hetzelfde nog een keer met weer een kleine hulp. Het begint misschien met een wens om iets te kunnen met je paard, maar daarna heb je actie nodig om het te bereiken.

Rechtuit in galop

Iets anders waar meer ruiters soms problemen mee hebben is het rechtuit galopperen. Daarvoor heeft Dover een fijne oefening, die je kunt gebruiken als je paard al wat verder is, maar in vereenvoudigde vorm ook voor een wat onervarener paard.

Galoppeer linksom langs de hoefslag en rijd dan bij H de diagonaal op. Maak bij X een volte tien meter naar links en daarna bij X een overgang naar de stap. Rijd dan verder richting de F en galoppeer aan in de rechtergalop. Herhaal dan de oefening ook op de rechterhand waarbij je bij M de diagonaal oprijdt richting K.

Het voordeel van deze oefening is dat je heel goed op moet letten dat je je paard naar je buitenhand toe rijdt, anders kom je de diagonaal niet op. Bij de volte bij X heb je een stok achter de deur, omdat je niet uit kunt zwaaien. Na de overgang naar de stap en weer naar de galop heb je maar een kort stuk waarop je naar de hoekletter kunt rijden en als je paard naar binnen valt kom je niet op de hoefslag, dus je valt direct door de mand als je je paard niet goed aan je binnenbeen hebt.

Simpelere variant

Ga in de linkergalop een flauwe diagonaal op en maak ter hoogte van de X een volte 15 meter links en neem je paard na de volte weer mee terug naar de K. Op die manier werk je ook aan de controle met je buitenhand en buitenbeen en heb je ook steeds de mogelijkheid om een klein stukje niet aan de hoefslag rechtuit te rijden, waarbij je goed weet waar je heen moet en zo ook goed de leiding moet nemen. Dit doe je natuurlijk ook op beide handen.

Bron: Practical Horseman

hrlijn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *