Artikelen
Foto: Arnd Bronkhorst www.arnd.nl

Bij de meeste problemen die je tegen kunt komen met rijden, is het ‘naar voren’ rijden van je paard het begin van het antwoord. Dit geldt echter niet altijd. Volgens Kyra Kyrklund kan het in sommige gevallen juist beter zijn om je paard minder naar voren te rijden en hem juist kleinere stapjes te laten nemen.

Balans

“Paarden die fijn in balans zijn, zijn vaak heel makkelijk te rijden. Je hebt als ruiter het gevoel dat je nauwelijks iets hoeft te doen, omdat je ‘één’ bent met je paard”, aldus de meervoudig Olympiade-amazone. “Maar een paard rijden dat zijn balans nog niet heeft gevonden, is net alsof je op een dronken paard zit. En als je hem dan gaat aanmoedigen om nog grotere passen te maken dan heb je kans dat hij zijn balans helemaal niet meer vindt.”

Weg en terug

“Elk paard moet leren vertrekken en terugkomen. Daarmee begint alles. Als je been geeft, moet hij leren dat hij voorwaarts gaat en als je je hand sluit dan moet hij leren dat hij terugkomt. Maar ook als hij goed luistert naar de ‘ga-en-blijf hier’-hulpen betekent het niet dat je daar dan mee klaar bent. Het is iets waar je altijd aan moet blijven werken en wat je steeds meer kunt verfijnen”, aldus Kyra.

Halve ophouding

Wanneer je paard goed begrijpt dat hij voorwaarts moet en ook weer terug op je hulpen, dan kun je de hulpen gaan combineren en halve ophoudingen gaan maken. Met deze halve ophoudingen kun je je paard kleinere stappen laten maken, maar wel de energie van het voorwaartse behouden.

  • Met je hand vang je je paard op en geef je weer na.
  • Als je paard zijn passen verkort, geef je been om hem actief te houden.
  • Zodra je merkt dat hij met behoud van ritme zijn passen kleiner maakt, houd je op met vragen en laat je je meenemen.
  • Wanneer je dan voelt dat hij in balans is, dan kun je weer vragen om grotere passen.
  • Vraag maar om enkele passen en neem hem dan weer terug.
  • Doet hij het goed, vraag dan opnieuw een paar passen en bouw dat rustig op naar een wat langer stuk.
  • Verliest hij zijn balans, rijd hem dan niet verder naar voren, maar neem hem eerst weer terug en vraag pas opnieuw als hij zijn balans hervonden heeft.

Heet of lui

De oefening is zowel voor hete als luie paarden geschikt. Een heet paard moet door de halve ophoudingen en de kleinere stappen leren ontspannen en het luie paard leert op deze manier dat hij naar voren moet reageren. In de meeste gevallen zouden ruiters hun proeven kunnen verbeteren door te zorgen dat hun paard beter in balans is volgens de Finse amazone. “Als ruiters zouden zorgen dat hun paard in de proef meer in balans zou zijn, dan maakt dat het verschil tussen een proef voor 60% en een voor 70%”, legt Kyra uit. “Ik zie vaak combinaties die de trucjes wel kunnen, maar een goed resultaat hangt niet af van of het paard het kunstje kan, maar juist van hoe het wordt uitgevoerd.”

Medewerking

“Zodra je paard goed begrijpt wat je van hem wilt en dat je zijn paslengte wilt vergroten en verkleinen om hem te helpen in balans te komen, dan krijg je ook zijn medewerking. Het voelt voor hem dan ook fijn om te doen wat er van hem wordt gevraagd, omdat hij dan beter in balans komt. Bovendien kun je je als ruiter veel fijner mee laten nemen als een paard in balans gaat en dat is ook een beloning voor je paard.”

Bron: Dressagetoday

hrlijn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *