Artikelen
Foto: Arnd Bronkhorst www.arnd.nl

Een paard dat aan het werk is kan, als hij goed gereden wordt, zijn instinctieve ‘fight or flight’-gedrag vergeten een meewerkende partner worden voor zijn ruiter. Voorwaarden daarvoor zijn onder andere dat hij geleerd heeft om ruiterhulpen te accepteren en begrijpen en dat hij ‘aan het bit’ gereden kan worden. Het Amerikaanse FEI-jurylid Janet Hannon gaf op Dressagetoday een paar tips voor wat je wel en niet moet doen als je je paard aan het bit wilt rijden.

Hulpen en contact

Als ruiter moet je zelf eerst goed en onafhankelijk kunnen zitten en in staat zijn om je hulpen steeds op dezelfde manier te geven, waarbij je ook consequent hetzelfde antwoord verwacht. Je zit- en beenhulpen moeten de grootste rol spelen in de communicatie met je paard en je handen zou je meer als een uitnodigende of dirigerende hulp kunnen zien, waarmee je alles in de juiste banen kunt leiden. Wanneer je met je been- en zithulpen je paard door zijn lijf naar voren rijdt en hij reikt met zijn neus naar voren, dan kun je hem met je hand uitnodigen om contact te houden.

Uniek

Hoe stevig dat contact zou moeten zijn is bij ieder paard anders en net zo persoonlijk als iemand de hand schudden. Bij de een is dat steviger dan bij de ander, maar te strak is niet goed net als te los. Als ruiter wil je je paard je hand aanbieden op zo’n manier dat hij het fijn vindt en met dat contact wil blijven gaan.

Terugwerkend

Wat je als ruiter zeker niet moet doen is terugwerken met je hand om dat contact te krijgen of te houden. Ruiters willen soms om het contact te houden nog wel eens terugwerken met hun hand als de teugel bijvoorbeeld te lang is geworden of omdat ze willen dat hun paard nageeflijker gaat. Een andere reden voor een terugwerkende hand kan ook zijn dat de ruiter nog niet voldoende in balans zit en achter de beweging raakt. In ieder geval zorgt een terugwerkende hand ervoor dat je paard niet aan het bit kan gaan, omdat het de voorwaartse energie, die je nodig hebt, verstoort.

Vertrouwen

Wanneer een paard eenmaal aan het bit gaat dan heeft hij zoveel vertrouwen in zijn ruiter, dat hij zich helemaal door hem laat leiden en zich zo ongeveer door niets wat er om hem heen gebeurt af laat leiden. Als ruiter voelt het alsof je paard bijna als vanzelf onder je beweegt en alles doet wat je vraagt en het is een gevoel dat je steeds weer opnieuw wilt hebben.

Oefening

Er is niet slechts één oefening, waarmee je je paard aan het bit krijgt, maar Hannon gaf wel een oefening, die fijn is om je paard aan het bit te krijgen.

  • Ga op de grote volte bij A in middenstap (of arbeidstempo draf)
  • Rijd het eerste kwart van de volte op de normale manier
  • Laat je paard dan op het tweede en derde kwart van de volte een pasje wijken voor je binnenbeen, waarbij je zijn voorhand op de lijn van de volte houdt.
  • Laat hem dan zodra je de hoefslag op driekwart van de volte weer raakt weer in de normale buiging verder lopen.
  • Begin dan bij A weer opnieuw en herhaal dit een paar keer op beide handen.

Binnenachter-buitenvoor

Met deze oefening rijd je je paard actief van zijn binnenachterbeen naar je buitenteugel op een manier, die bijna vanzelf resultaat geeft. Let bij het doen van de oefening op de volgende dingen:

  1. Zorg dat het ritme en het tempo van de gang waarin je gaat gelijk blijven.
  2. Let goed op of je paard op beide zijden gelijk voelt en dat hij niet op een hand stijver aanvoelt.
  3. Let op of je paard op beide beenhulpen gelijk reageert.
  4. Het zelfde geldt voor je handhulpen. Loopt je paard naar beide handen even makkelijk toe.
  5. Houd op beide handen controle over de schouders van je paard.

Lukken deze dingen en voelt je paard op beide handen hetzelfde aan dan ben je fijn op weg om hem aan het bit te krijgen.

Bron: Dressagetoday

hrlijn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *