Algemeen
Foto: Arnd Bronkhorst / www.arnd.nl

Je geeft je paard de galophulp, maar hij gaat alleen maar harder draven en springt niet netjes aan zoals je had gevraagd. Het is één van de problemen die je kunt tegenkomen in de galoptraining van je paard. Hoe los je dit het beste op?

Vorige week vrijdag bespraken we met Linda Verwaal een aantal bekende valkuilen bij de galoptraining. Deze week vertelt de Grand-Prix amazone over het probleem van hard dravende paarden. Linda: “Harder draven voor het galopperen komt zowel voor bij jonge als wat oudere paarden. Bij het jonge paard is het vaak een kwestie van het nog niet goed begrijpen van de galophulp. Je kunt daarom het beste beginnen om het paard te laten galopperen aan de longe. De opleiding van ieder jong paard begint aan de longeerlijn. Leer hem op je stem te stappen, draven en galopperen. Daar kun je later in de training onder het zadel handig gebruik van maken.”

Kies het juiste moment

“Zodra je paard eraan toe is, kun je ook de galoptraining onder het zadel oppakken. Het is altijd fijn om in het begin iemand bij je te hebben, zoals een instructeur, die je vanaf de grond kan begeleiden bij de galop. De eerste paar keer mag je best iets duidelijker zijn in je hulpen zijn bij het aangalopperen. Gebruik daarbij ook de stemhulp waarmee je paard bekend is geraakt aan de longe. Geef iets meer druk met je onderbeen en breng je paard wat in onbalans zodat hij in galop valt. Later in de training, zodra hij weet wat van hem wordt verwacht, ga je natuurlijk de galophulpen steeds meer verfijnen.”

Bij elkaar houden

“Hard draven voor de galop kom je ook tegen bij oudere paarden die wat verder zijn in de training. Het probleem ontstaat dan meestal omdat de ruiter zijn paard te lang laat worden in zijn lijf en hij daardoor uit elkaar valt als de galophulp gevraagd wordt. In deze situatie is het belangrijk om je paard nageeflijk en bij elkaar te houden. Houd contact met de teugels en geef op het juiste moment de ophouding. Het paard moet de ruimte krijgen om het achterbeen onder zijn lijf te brengen voor de galop. Dat doe je door na de ophouding met zowel je hand als je lijf naar voren te bewegen. Ga mee in zijn beweging en blijf vooral niet vasthouden.”

Gras of zand?

‘Dat je paard langer blijft draven kan ook te maken hebben met de bodem waar je op rijdt. Op gras reageert je paard bijvoorbeeld anders dan op een zandbodem. Laat je paard eerst even wennen aan de nieuwe situatie. Geef hem vertrouwen dat het goed komt. Hij kan echt gewoon draven én galopperen op een grasbodem. Begeleid hem hierbij en blijf aan hem rijden. Zorg er daarnaast voor dat je niet teveel gaat helpen in de hoeken. Hij moet zelf zijn balans zien te vinden.”

Bron: Dressuur

hrlijn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *